Home

Thelonious Monk was zeker niet de eerste die een nummer aan jazzbeschermvrouwe Nica wijdde

Paul Onkenhout en John Schoorl schrijven elke week over een liedje waarvan de titel bestaat uit alleen een voornaam. In Pannonica zet Thelonious Monk jazzbeschermvrouwe Nica de Koenigswarter-Rothschild in het zonnetje.

Pannonica, Thelonious Monk (1957)

Het staat vast dat in de jazzgeschiedenis aan niemand zo veel nummers zijn gewijd als aan Kathleen Annie Pannonica de Koenigswarter-Rothschild, bijgenaamd ‘The Jazz Barones’.

Onder anderen Sonny Clark (Nica), Kenny Dorham (Tonica), Gigi Gryce (Nica’s Tempo), Horace Silver (Nica’s Dream) en Kenny Drew (Blues for Nica) zetten deze gefortuneerde telg van de Rothschild-dynastie in het jazz-zonnetje. De hommage die hen overtrof was van de pianist die haar als geen ander beroerde, Thelonious Monk, met zijn Pannonica.

De ballad verscheen op het album Brilliant Corners, met onder meer Sonny Rollins op tenorsaxofoon. Om het lieflijke karakter van het nummer te benadrukken speelde Monk op een klokkenspelachtig instrument, de celesta.

Nica, haar roepnaam in de jazzscene, was een bijzondere verschijning met een exceptioneel levensverhaal. Om te beginnen was daar haar voornaam, ontleend aan een zeldzame vlinder, in Hongarije gespot door haar vader. Op sprookjesachtige landgoederen en in rijkdom groeide ze op. Ze trouwde in 1938 met een Franse diplomaat, baron Jules de Koenigswarter, met wie ze vijf kinderen kreeg. Net als haar echtgenoot sloot ze zich in de Tweede Wereldoorlog aan bij het Franse verzet.

In 1948 gooide ze het roer om. Tijdens een tussenstop in New York, onderweg naar Mexico waar haar man een nieuwe post betrok, liet een bevriende pianist haar Round Midnight horen van Thelonious Monk. Ze barstte in tranen uit en wilde het nog twintig keer horen. Betoverd was ze, en pardoes miste ze haar vlucht.

Van een ‘bullshitlife’ als diplomatenvrouw zou het nooit meer komen. Ze werd beschermvrouwe van een hele generatie jazzhelden, al liep het niet altijd goed af. In haar hotelsuite kwam in 1955 Charlie ‘Bird’ Parker te overlijden.

Een jaar eerder had ze in Parijs haar muzikale held ontmoet, Thelonious Monk. Hij was in haar ogen ‘de mooiste man die ze ooit had gezien’. Van hem kun je ook zeggen dat hij de meest onnavolgbare jazzmuzikant was die ooit leefde. De Britse dichter Philip Larkin noemde hem ‘een olifant op het toetsenbord’ en vergeleek zijn composities met koffers die zo volgepropt zijn dat ze bijna openbarsten.

Monk was veel te vinden bij Nica (en haar 306 katten) en werd in New York rondgereden in haar Bentley. Ze zorgde ervoor dat het hem aan niks ontbrak. Achternicht Hannah Rothschild maakte een documentaire en een biografie over haar rebelse jazztante. In The Guardian vertelde ze dat er tussen Monk en Nica geen sprake was van ‘a steamy, hot love affair’. Ook al leek ze bedwelmd door hem, seks leek geen rol te spelen. ‘Anders had hun relatie nooit zo lang kunnen duren.’

Monk, die zijn hele leven kampte met psychische problemen, werd op het einde van zijn leven verzorgd door zowel zijn vrouw Nellie als door Nica, in haar appartement in New Jersey. Bij de begrafenis van Monk, in 1982, zaten ze samen voorin de kerk, alsof ze allebei weduwe waren geworden.

In 1988 overleed Pannonica aan een hartaanval. Op haar verzoek werd haar as in de Hudson verstrooid, en wel op haar favoriete tijdstip, ‘round midnight’.

John & Paul

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next