Centrale banken
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Het is tijd. Met die drie woorden nam Jerome Powell – de baas van het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de Federal Reserve – eind vorige week alle twijfel weg. In navolging van de Bank of Canada, de Bank of England en de Europese Centrale Bank (ECB) zal de Fed half september eindelijk de belangrijkste rente gaan afbouwen.
De inflatie en de werkgelegenheid, de twee pijlers waarop de Fed zijn rentebeleid baseert, geven genoeg aanleiding om de rente terug te brengen van het huidige niveau van tussen de 5,25 en 5,5 procent. De economie floreert, de krapte op de arbeidsmarkt neemt af en de inflatie bedraagt sinds vorige maand 2,9 procent en beweegt zich richting het doel van 2 procent.
Daarmee komt een einde aan een korte maar hevige periode van zeer hoge rentes, ingegeven door de inflatiegolf die in nasleep van de corona-pandemie en de Russische invasie in Oekraïne vanaf 2022 de wereld overspoelde. Je zou kunnen zeggen dat centrale banken er wereldwijd in geslaagd zijn via de hoge rentes de wereld te behoeden voor een recessie.
Powells woorden, uitgesproken op de traditionele zomerbijeenkomst van centrale bankiers in Jackson Hole, Wyoming, misten hun uitwerking niet: aandelenbeurzen sprongen wereldwijd in de plus. Beleggers vertalen een lagere rente in een hogere groei, omdat lenen en dus investeren goedkoper worden. Wat verloren leek te gaan in de euforie was wat Powell ook zei: eventuele verdere verlagingen zijn afhankelijk van nieuwe data over de inflatie en de werkgelegenheid.
Die kanttekening is niet zonder betekenis. De VS bereiden zich voor op een uiterst spannende verkiezingsstrijd in november, en het doet er nogal toe wie die strijd gaat winnen: de Democraat Kamala Harris of de Republikein Donald Trump. Met name Trump laat geen gelegenheid onbenut om te proberen de Fed te beïnvloeden: hij is mordicus tegen de aanstaande renteverlaging omdat hij denkt dat de Fed daarmee de Democraten steunt.
Maar hoe verschillend de kandidaten ook zijn, beiden beloven zij hun kiezers vanaf volgend jaar een fors pakket aan lastenverlichting. En dat kan het inflatiedoel van de centrale bank weleens bemoeilijken: een lage rente plus honderden miljarden aan lagere lasten kunnen de inflatie ongecontroleerd aanjagen tot ver boven de gewenste 2 procent.
Die vrees klonk ook door in Jackson Hole: er bestaan bij alle centrale bankiers grote twijfels over hoe snel, en hoe ver, de rentes kunnen gaan dalen. De grote, plotselinge geldontwaarding van 2020-2022 heeft het zelfvertrouwen van de centrale banken een behoorlijke knauw gegeven: ze zaten er goed naast.
Daar komt bij dat sinds corona en Oekraïne er een tendens is om meer productie binnen de eigen landsgrens (of economische zone) te brengen. De ruwe onderbreking van de goederenstromen (corona) en energiestromen (Oekraïne) maakten de economie kwetsbaar, was de analyse. Deze trend van reshoring (het op eigen bodem brengen van productiecapaciteit) vormt ook een risico voor toekomstige inflatie: dicht bij huis produceren is nu eenmaal vaak duurder dan ver weg.
Het is een cliché en dus waar: de laatste kilometers van een marathon zijn het zwaarst. Datzelfde geldt voor het terugdringen van de inflatie. In die zin moeten de woorden van Powell en zijn collega’s in Jackson Hole serieus genomen worden: één renteverlaging is gerechtvaardigd, een tweede misschien ook nog. Maar de risico’s voor een hardnekkige en zelfs opnieuw oplopende inflatie zijn nog niet verdwenen. Voorzichtigheid blijft daarom geboden.
Source: NRC