Home

Mevrouw Van der Zande heeft een theatrale persoonlijkheidsstoornis. Hoe meer publiek, hoe beter

Mevrouw Van der Zande wil euthanasie. ‘Maar dat mag niet van de dokter’, zegt ze.

‘Wat jammer.’

‘Ik ben te gezond, te goed. Ik ben nog véél te goed. De dokter zegt dat de anderen in dit huis daar een voorbeeld aan kunnen nemen. Maar de dokter weet niet hoe ik me van binnen voel.’ Ze slaat haar ogen ten hemel. ‘O, Heer. Kom mij toch halen.’

Ze begint een lang verhaal te vertellen over de verklaring die ze samen met haar kinderen heeft opgesteld waarin staat dat ze ondraaglijk en uitzichtloos lijdt, en dat de dokter dat niet gelooft.

‘Heel vervelend allemaal, mevrouw Van der Zande.’

Stel je toch eens voor dat iemand mij nu zou zien. Iemand die niet weet dat ik dit verhaal al honderdtachtigduizend keer heb aangehoord, die zal denken: wat een harteloze verzorger. Die arme vrouw wil dood en hij zegt: heel vervelend allemaal. Ik schaam me kapot.

Ze pakt mijn pols vast. ‘Kun jij niet even met de dokter praten?’

‘Dat is goed, mevrouw Van der Zande. Maar zal ik u eerst even uit bed helpen?’ Ik trek mijn arm terug.

‘O, nee’, roept ze wanneer ze de tillift ziet. Dat is een soort takelwagentje waarmee ik haar uit bed en in de rolstoel kan takelen. ‘Niet met dat ding. Ik durf niet!’

‘We gaan het toch even proberen, oké? U kunt niet voor eeuwig op de rand van uw bed blijven zitten.’

‘Ja, nee. Dat is waar’, zegt ze. ‘Ik wil in de rolstoel.’

Over de auteur
Thomas van der Meer schrijft voor de Volkskrant columns over zijn werk in een verpleeghuis. De namen in deze column zijn gefingeerd en sommige details zijn aangepast. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik rijd het liftje naar haar toe en help haar in het harnas. Ze slaat een kruis en zet haar voeten op het plateau. Het liftje hijst mevrouw Van der Zande in het harnas omhoog; het is een hulpmiddel voor mensen die niet goed overeind kunnen komen, maar wel kunnen blijven staan.

‘Nee, nee, nee!’, roept ze.

‘Rustig maar, u doet het hartstikke goed. Kijk, u staat al. U hoeft niet zo te roepen, hoor.’

‘O, heilige Maria, moeder van God’, krijst ze naar het plafond.

‘Mevrouw Van der Zande, please.’

Weer stel ik me voor dat er iemand naar me kijkt, terwijl ik deze krijsende vrouw in het liftje door de kamer rijd. Iemand die niet weet dat dit elke dag zo gaat en ook altijd op dezelfde manier afloopt.

Ik laat mevrouw Van der Zande boven de rolstoel zakken en zodra ze de zitting onder haar billen voelt, verandert op slag haar gezichtsuitdrukking. Plots is ze volkomen kalm. ‘Zo’, zegt ze afgemeten. ‘Ik zit.’

‘Dat was weer een heleboel trammelant om niets’, zeg ik.

In het dossier van mevrouw Van der Zande staat dat ze een theatrale persoonlijkheidsstoornis heeft. Hoe meer publiek, hoe beter, dus tijdens de lunch rinkelt mijn alarmbel en moet ik mevrouw Van der Zande uit de eetzaal gaan halen. Ze zit jammerend in de rolstoel terwijl ik haar tussen de eettafels door naar de uitgang rijd. De andere bewoners hebben hun bestek neergelegd en grijpen zich achter de oren om het volume van hun gehoorapparaat hoger te zetten, om zo veel mogelijk van dit spektakel mee te krijgen.

Voordat we door de klapdeuren verdwijnen, kijkt mevrouw Van der Zande over haar schouder naar de mensen in de eetzaal en zegt met een snik in haar stem: ‘Ik zal jullie nooit vergeten.’

Later die middag gaat mijn alarmbel weer. Op het display staat het kamernummer van mevrouw Van der Zande en door de intercom klinkt haar hese hoge stemmetje. ‘Kun je even komen?’, vraagt ze.

Op de verpleegpost pak ik het tasje met de bloeddrukmeter van de plank en ga erop af.

‘Het is gelukt!’, roep ik, wanneer ik haar kamer binnenkom. ‘De dokter heeft toestemming gegeven. Ik heb alles bij me!’ Triomfantelijk houd ik het tasje in de lucht.

Net als vanmorgen verandert op slag haar gezichtsuitdrukking van wanhopig naar doodkalm. ‘Nee’, zegt ze. Ze wendt haar blik af. ‘Nee, hoor. Niet nu. Ik moet nog… Nee. Vandaag niet.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next