Schijnzelfstandigheid wordt aan banden gelegd. De dikke ‘flexibele schil’ moet worden uitgedund.
Flexibilisering van de arbeidsmarkt was jarenlang een neoliberale toverformule. Onder druk van werkgevers die vonden dat een dynamische economie een dynamisch personeelsbestand vergt, werd in Nederland een dikke ‘flexibele schil’ aangelegd die het makkelijker maakte mensen tijdelijk in te huren en weer weg te sturen. Nu hebben we de meest elastische arbeidsmarkt van West-Europa.
In sectoren waar het arbeidsaanbod groot is, heeft de flexibilisering gedaan wat bedrijven wilden: de risico’s van de wispelturige economie verplaatsen naar de werknemers, die veel minder bescherming genieten tegen ontslag en de armoede die daarvan het gevolg kan zijn.
In andere sectoren, met name bij de (semi-)overheid, hebben ook werknemers de flexibilisering omarmd. Zij zijn uit dienst getreden om als zelfstandige door te gaan. Door de krappe arbeidsmarkt stellen zij de voorwaarden: geen onregelmatige diensten meer, minder papierwerk, minder vergaderen, langere vakanties, meer vrijheid en, zo op het oog, meer geld.
Mede door de komst van deze nieuwe klasse schijnzelfstandigen is het aantal zzp’ers de afgelopen tien jaar met bijna een miljoen gestegen. Op ministeries worden steeds meer bureaus bevolkt door duurbetaalde consultants en ict’ers, bij semi-overheidssectoren als de zorg, het onderwijs en de kinderopvang vullen beroepskrachten de gaten die ze vaak zelf hebben achtergelaten.
Hun motieven zijn legitiem. Maar de voordelen zijn individueel, de nadelen collectief. De flexibilisering tast op twee manieren de solidariteit aan: doordat zelfstandigen minder premies hoeven af te dragen aan de sociale zekerheid, en doordat de zelfstandigen de krenten uit de pap vissen die hun (voormalige) collega’s in loondienst, inclusief de klonten, moeten oplepelen.
De consequentie daarvan is dat steeds minder schouders de lasten moeten dragen, zowel die van de collectieve voorzieningen als van de onregelmatige diensten. Daarbij dreigt een vicieuze cirkel: hoe zwaarder het werk wordt voor de vaste krachten, hoe verleidelijker het ook voor hen wordt om hun loyaliteit in te ruilen voor de vrijheid van de losse band.
Daarom is het toe te juichen dat de vorige minister van Sociale Zaken Karien van Gennip zich inspande om zowel de overbetaalde als de onderbetaalde variant van schijnzelfstandigheid te bestrijden. De wet daartoe werd al jaren niet gehandhaafd, en moet door een nieuwe, door haar opgestelde wet worden versterkt. Wie zij aan zij werkt met ander personeel of werk doet dat ingebed is in een organisatie moet in loondienst. Gelijke monniken, gelijke kappen.
Daarnaast moeten ook de organisaties waar zoveel mensen weglopen zich afvragen wat zij kunnen doen om het werk in vaste dienst aantrekkelijker te maken. Het papierwerk lijkt, bijvoorbeeld in de zorg, een belangrijke factor.
Een dunne flexibele schil blijft nuttig, in bepaalde sectoren. Maar stabiel werk verdient stabiel personeel.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant