Lezers over grensoverschrijdende taal en het Ripuarisch, het jeugd- en het soldatenloon, en over korte- en langetermijnvisies van de Amerikaanse presidentskandidaat Trump en de Japanse autofabrikant Toyota.
Ik heb te doen met de man die in zijn onschuld dingen zegt die door een vrouw verkeerd worden begrepen. Neem het woord poes. ‘Heb je die van je eigen poes gemaakt?’, vraagt Han van Krieken aan een medewerkster bij een kraampje, die tasjes en portemonnees had gemaakt van bont. Hem valt geen dubbelzinnigheid te verwijten. Haar daarentegen wel. Zij vond zijn opmerkingen seksueel getint.
Hij had met poes geen enkele bijbedoeling en dat is uitgesproken. Wie is hier nu fout? Zij gaat na zes jaar alsnog de publiciteit in, want voelt zich nog steeds slachtoffer.
Mijn klomp breekt als ik dit verhaal lees. Vrouwen, hou op met slachtoffergedrag op dit niveau. Zo staan echte slachtoffers van seksueel geweld meteen met 1-0 achter. En Han, voor mij ben je de onschuld zelve.
Ineke Ouwehand, Rijnsburg
In de boekenbijlage vertelt thrillerschrijfster Anya Niewierra uit Kerkrade dat het Ripuarisch haar eerste taal is waarin ze denkt en droomt. Nederlands leerde ze pas vanaf haar 6de op de school.
Eindelijk eens aandacht voor de bloemrijkste streektaal van Nederland. Het Ripuarisch is niet te vergelijken met welk andere Nederlandse streektaal dan ook. Er zijn in Limburg zelf nog maar 20 duizend mensen die deze oude Frankische taal spreken. In Kerkrade, Vaals, Bocholtz en Simpelveld is de taal echter nog springlevend. Behalve in de Nederlandse grensstreek wordt het Ripuarisch ook in België en Noordrijn-Westfalen gesproken en is dus een échte lingua franca.
‘Ripua’ betekent in het Latijn ‘oever’ en werd gesproken door de Germaanse/Frankische stammen aan de oever van de Rijn die rond de vierde eeuw na Christus de Rijn overstaken richting de Maas en zo hun Frankische taal mee hebben genomen. ‘Breuzelsjoas, klutedrek en sjweijjermam’: allemaal Ripuarische woorden die gewoon tot onze Nederlandse taalerfenis behoren.
Marc Hermans, Elkenrade
Het ministerie van Onderwijs afschaffen, miljoenen Amerikanen zonder geldige papieren opsluiten in kampen en deporteren, 50 duizend ambtenaren vervangen door mensen die de president onvoorwaardelijk steunen, het justitiële apparaat omvormen tot een macht voor het vervolgen van politieke tegenstanders en een volledig verbod op abortus.
Zomaar een paar punten uit Project 2025, een actieplan dat (zoals CNN vaststelde) mede is geschreven door minstens 140 leden en adviseurs van de regering van Donald Trump. En Thomas Rueb noemt dat ‘het conservatieve actieplan’. Wordt het geen tijd om te stoppen met het gebruiken van normale woorden voor deze abnormale plannen?
Jacco Jasperse, Vlissingen
Jan Rob Dijkstra stelt in zijn brief aan de Volkskrant dat Gen Z maar van geluk mag spreken met een uurloon van minimaal 13,68 euro netto per uur. Echter betreft dit bedrag het bruto minimumuurloon bij 21 jaar of ouder. Voor nog jongere werknemers valt het loon een stuk lager uit. Zo heeft een 15-jarige recht op een bruto minimumuurloon van 4,10 euro en een 17-jarige student op 5,40 euro – naar de huidige maatstaven zo’n 20 procent minder dan de 6 gulden die de briefschrijver in 1984 verdiende en waar hij ook nog eens geen belasting over betaalde omdat hij zwart werkte. Wat een bofkont.
Arjen Boosman, Utrecht
‘Mannen zoals ik zullen er meer zijn’, zegt Gert Stuve. Hij beweert dat hij als dienstplichtig militair in de jaren tachtig 100 gulden per maand soldij ontving. Ik denk niet dat er meer mannen zijn zoals hij. Collega-dienstplichtigen ontvingen destijds minimaal 450 gulden in de lagere rangen, tot 700 gulden voor hogere rangen. Daarbij werden kost en inwoning ook betaald.
Vervangend-dienstplichtigen waren een stuk slechter af. Zij ontvingen dezelfde vergoeding als dienstplichtigen in de lagere rangen, maar moesten daar wel hun kosten voor wonen en eten van betalen. Zij hielden niets over. Zij kwamen maandelijks geld tekort.
Eric de Kluis, IJsselstein
Vrijdag bereikte ons het bericht dat niet langer Tesla de meeste elektrische auto’s verkoopt in Europa, maar BMW. Nog interessanter was het bericht eerder die week dat de grootste autofabrikant ter wereld, Toyota, zich niet richt op elektrische auto’s.
Toyota redeneert namelijk als volgt: door de beperkte voorraad grondstoffen in de wereld die nodig zijn voor elektrische voortuigen, zal maximaal 30 procent van de wereld in elektrische voertuigen kunnen rijden. En 70 procent niet.
Toyota heeft, zoals een goed Japans bedrijf betaamt, een honderdjarenplan. En richt zich dus op de 70-procent-hybridemarkt. Dat is pas visie.
Raffael Argiolu, Nijmegen
Als een van de grootste festivals van Nederland trekt Lowlands jaarlijks tienduizenden bezoekers. Het biedt een breed scala aan muziek, kunst, cultuur. Een belangrijk onderwerp ontbreekt in de programmering: drugsvoorlichting.
Drugsgebruik is een realiteit op veel festivals, ook op Lowlands. Ondanks dat drugs verboden zijn, maakt een aanzienlijk aantal festivalgangers recreatief gebruik van middelen als xtc, mdma, cocaïne en lachgas. Dit impliceert risico’s: angstaanvallen, oververhitting, roekeloos rijgedrag (na het festival).
Het lijkt erop dat het festival een zerotolerancebeleid hanteert, gebruik en bezit van drugs zijn ten strengste verboden. Nobel, op papier, maar bezoekers laten zich niet afschrikken door zo’n verbod.
Festivals hebben een verantwoordelijkheid tegenover hun bezoekers om een veilige omgeving te bieden. Dit betekent niet alleen zorgen voor voldoende EHBO-posten, beveiliging en sanitaire voorzieningen, maar ook voorlichting over drugsgebruik.
Dat is niet nieuw. Op het Boom Festival in Portugal en Shambhala in Canada krijgen bezoekers naast informatie over de gevaren van drugs ook een educatieve workshop. Voorlichting kan levens redden. Unity doet het al jaren en werkt met vrijwilligers die vaak zelf ervaring hebben. Voorlichting draagt bij aan open communicatie over drugsgebruik.
In plaats van het onderwerp te vermijden of te demoniseren, kan het leiden tot geïnformeerd en verantwoord gedrag onder bezoekers. Veel effectiever om de veiligheid en gezondheid van de bezoekers te waarborgen, in plaats van zerotolerance dat nauwelijks wordt gehandhaafd.
Tom van der Velpen, Amsterdam
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.
Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant