Home

Het welbehagen van fenomeen ‘asielcrisis’

Regerend Nederland is er onderhand wel klaar mee; het duurt gewoon te lang, geen stip op de horizon, er is enkel maar die horizon. Het is dan ook buitengewoon onsportief van Rusland, dat het de signalen niet oppikt en vooralsnog weigert de oorlog met Oekraïne per direct te beëindigen.

En omdat die oorlog maar voortsleept, en er nog steeds opvang nodig is voor Oekraïners, wil minister Faber een ‘asielcrisis’ uitroepen, die ook letterlijk en wettelijk moet worden vastgelegd. Faber bestiert als bewindsvrouw het departement Asiel en Migratie, en wel om beide fenomenen in schoonheid te zien sterven. En dat is weer net zo logisch als een minister van Economische Zaken die verklaart: „Economie? Zie ik persoonlijk niks in.”

Dat uitroepen van een asielcrisis is performatief taalgebruik, een beetje godgelijk. „En God zei: Er was licht en er was licht.” Je roept zo’n crisis uit en die is er, zoals je met de zinsnede ‘ik beloof’ ook daadwerkelijk een belofte hebt gedaan.

Niet altijd; ik kan crisis roepen zolang ik wil, maar zodra de regering met die ene mond spreekt, is de Nederlandse werkelijkheid metterdaad veranderd.

Even tussendoor: een tijd geleden zag ik een tv-fragment over ‘vakantieleed’; twee weduwnaars op leeftijd voelden zich alleen, leerden elkaar beter kennen en besloten samen een paar maanden te overwinteren in Spanje. Huis gehuurd, dingen geregeld, totdat een van hen een zware operatie moest ondergaan: Zijn been werd geamputeerd.

De reactie van de andere weduwnaar, wiens Spanjetijd achter de horizon verdween: „Heb ik dat weer.”

Dit is ongeveer de reactie van de Nederlandse regering ten aanzien van de oorlog in Oekraïne. Ja, zal best, oorlog, maar wij zitten hier mooi met de rotzooi.

Crisis is het in Gaza, in Oekraïne, in Soedan, in Israël, op een meer existentieel-psychologisch niveau. In Nederland heerst toch de ‘crisis’ van het onvoorziene: Dat is niet onoverkomelijk, zelfs niet voor een politicus, want zo iemand hoeft niet meteen een beëdigd profeet te zijn. Maar het welbehagen waarmee minister Faber het begrip ‘asielcrisis’ in de mond neemt, het likkebaardend-lekkere is verontrustend.

Tegen asiel zijn is zo ongeveer de inscriptie van de zegelring van de PVV, als die partij zo’n ring bezat. Het idee dat crises er zijn om te worden opgelost door bewindslieden is onderhand een tamelijk exotische gedachte geworden.

Er was die spreidingswet, waar oud-staatssecretaris Eric van der Burg (VVD) zo lang voor gevochten heeft, maar die moet dus van Faber worden ingeruild voor een asielcrisiswet. Het is de doortastendheid van de arts, die zegt: „We kunnen dat gebroken been wel behandelen, opereren en zo, maar weet u: amputatie is effectiever.”

Source: NRC

Previous

Next