Met de verhuizing van het dorp naar het geprivilegieerde deel van Amsterdam waren we officieel sociale stijgers geworden. Ik kende verder niemand die zo hard was gestegen. „Gefeliciteerd” zei ik tegen Eva Hoeke. Ik heb een eigen werkkamer nu, eentje met uitzicht zelfs. Op de hoek van mijn bureau heb ik een zwart-wit foto van mijn vader gezet. Zijn gezicht is er nog zorgeloos, ik was nog niet geboren. Ik gun hem dit uitzicht. Er is nu geen excuus meer, ik kan alleen nog maar beter worden. We zitten er nu een week, ik heb behalve over opgezwollen ogen – ik blijk allergisch voor huismijt, die vrolijk tiert in de dozen vol Katholieke illustraties en andere parafernalia die ik van mijn ouders heb geërfd – weinig te klagen. Om de hoek is zelfs een Vomar om de overstap van Wormer naar Amsterdam geleidelijk te kunnen maken. Nog een voordeel: de reis naar Arnhem is met minimaal een half uur verkort.
Met Lucie van Roosmalen (9) fietste ik naar station Amsterdam-Amstel. Alletwee een Vitesse-shawl om de nek. In Arnhem met de bus naar Gelredome. Bij de club waren ze er hetzelfde aan toe als ik. Blij met een wedstrijd tegen Excelsior. Mensen die ik kende met maar één stand – negatief – zaten opgelucht te klappen als spelers die we nog niet kenden erin slaagden om een bal naar elkaar te spelen. We vonden elkaar in een nieuwe werkelijkheid. We keken John van den Brom op de rug. Kalend, dikker, maar het werkplezier spatte eraf. Tom Bramel (19) blijkt een geweldige keeper. Na de 1-1 (Excelsior kreeg een penalty in de laatste minuut) vroeg Lucie van Roosmalen: „Papa, waarom moeten wij altijd lijden?” Ze was nu vijf keer geweest, ze kent het genoegen van een overwinning nog niet.
In de trein terug, ze zat naast me in haar Donald Duck, we reden stapvoets door het oerbos richting Wageningen, een stukje spoor zonder bereik, overviel me een geluksgevoel. Ik had alles. Ik herkende het meteen en probeerde het zo lang mogelijk vast te houden, maar lekker is toch echt maar één vinger lang.
Tegenover ons een echtpaar uit Amersfoort, dat me herkende van televisie. Ze vonden beiden dat achttien miljoen mensen in ons land te veel was, ze hadden een dochter die geen woonruimte kon vinden, laat staan dat ze in hun eigen buurt nog konden parkeren. Zag ik, befaamd mopperaar, nog een lichtpuntje in dit kutland? Ik had over ons nieuwe huis kunnen beginnen, in plaats daarvan zei ik dat Tom Bramel een geweldige keeper is.
Source: NRC