Home

De innemende Franse burgemeester die van zijn voorstad een plek van naam maakte

Krijgt Frankrijk voor het eerst een premier van Marokkaanse afkomst? Karim Bouamrane, burgemeester van de Parijse voorstad Saint-Ouen, wordt genoemd als een van de favoriete kandidaten om een nieuwe Franse regering te gaan leiden.

De adoratie droop van het papier na de ontmoeting tussen Karim Bouamrane (51), burgemeester van de Parijse voorstad Saint-Ouen, en de correspondent van de Duitse krant Die Welt in Frankrijk. De ‘Obama van de Seine’ was de grote winnaar van de Olympische Spelen, hem kwam de politieke gouden medaille toe.

Ze was niet de eerste die in katzwijm viel na een kennismaking met Bouamrane. Onder politieke junkies zoemt zijn naam al langer rond als grote belofte, en de laatste weken is Bouamrane plots alomtegenwoordig. De socialistische burgemeester geldt als een van de favoriete kandidaten voor het Franse premierschap, waarvoor president Macron maandag de gesprekken afrondt. Sommigen zien in hem al de toekomstig president.

Over de auteur
Eline Huisman is correspondent Frankrijk voor de Volkskrant. Ze woont in Parijs.

Bouamrane weet te verleiden. In 2020 trad hij aan als burgemeester van Saint-Ouen, dat net buiten Parijs aan de andere zijde van de périphérique (de ringweg, red.)ligt, in het armste departement van Frankrijk, Seine-Saint-Denis. Sindsdien zag de stad onder meer een Tesla-kantoor komen, een universitair ziekenhuis zich vestigen, en liggen er plannen voor een sportschool van het Frans-Amerikaanse basketbalfenomeen Tony Parker. Voor de topsporter waren de visie en passie van Bouamrane ‘liefde op het eerste gezicht’.

Journalisten trakteert Bouamrane graag – in een van de vijf talen die hij spreekt – op allerhande citaten, variërend van Plato tot Karl Marx en van Jean-Paul Sartre tot Pink Floyd. In gesprek met The New York Times vertelt een schoolvriend: ‘Karim heeft ons geleerd dat niemand anders dan wij zelf onze toekomst bepalen. Om daar te komen, heb je cultuur en een basis nodig. Daarom was hij altijd een goede student. Het was belangrijk voor ons, niet alleen om academisch succesvol te zijn, maar om de wereld te begrijpen.’

Als vleesgeworden voorbeeld van de meritocratie is Bouamrane een fervent voorvechter van dat ideaal, zonder de obstakels en mankementen ervan te ontkennen. Hij werd geboren in 1973, in een arm gezin van Marokkaanse ouders, en groeide op in een flat in Saint-Ouen. Op de plek waar nu een deel van het olympisch dorp is verrezen, stond destijds een gebouw waar meerdere gezinnen een toilet moesten delen. Een badkamer was er niet.

In de tijd waarin Bouamrane opgroeit, is de industrie in Saint-Ouen in verval, met hoge armoede, werkloosheid en criminaliteit als gevolg. Maar met fatalisme heeft hij niets op. Bouamrane studeert af in economie en Europees recht en maakt aanvankelijk carrière in de wereld van cybersecurity. Hij reist veel voor zijn werk, en krijgt in de Verenigde Staten meer waardering voor het Franse model van sociale zekerheid.

Zijn politieke loopbaan begint op zijn 22ste, als hij in 1995 gemeenteraadslid wordt in Saint-Ouen, dan nog voor de Parti communiste français. Twintig jaar later sluit hij zich bij de Parti Socialiste aan, waar hij nu nog altijd lid van is. Als toenmalig partijsecretaris Jean-Christophe Cambadélis hem in die tijd voor het eerst ontmoet, wordt hij geraakt door Bouamranes verhaal over de banlieues, de veelal verarmde voorsteden. Niet meelijwekkend, maar gericht op het ‘democratiseren van excellentie’, zoals de toekomstige burgemeester het zelf noemt. Cambadélis benoemt Bouamrane tot partijwoordvoerder.

Iedereen moet ‘architect’ van zijn of haar eigen leven kunnen zijn, vindt Bouamrane – dat is waar linkse politiek voor hem om gaat. Dat is minder evident in de banlieues en in andere gebieden op afstand van daar waar de beslissingen worden gemaakt – en waar de beste ziekenhuizen en de beste scholen zijn, de beste docenten lesgeven en het beste netwerk bestaat. Maar Bouamrane streeft een ‘volkselite’ na, met ontwikkelingsmogelijkheden voor iedereen. ‘Voor mij is de strijd nooit religieus of etnisch geweest, maar sociaal, cultureel en politiek’, zei hij onlangs tegen de Franse krant Le Figaro.

Sport is daarbij een van zijn politieke wapens. Als burgemeester maakt Bouamrane onder meer naam met de grootschalige renovatie van het Bauer-stadion, waar het legendarische Red Star speelt – een voetbalclub die ooit begon als plek waar kinderen niet alleen leerden voetballen, maar ook leerden lezen en schrijven. En deze zomer stond Saint-Ouen volop in de schijnwerpers als locatie van het olympisch dorp.

De Olympische Spelen zijn een politiek middel om zelfvertrouwen en emancipatie te stimuleren bij de jonge generatie, zei Bouamrane tegen The New York Times. Dankzij de Spelen werd Saint-Ouen een stad die zich in hetzelfde rijtje kan scharen als Barcelona, Beijing, Londen en Sydney.

Zou Bouamrane de premier kunnen worden die Frankrijk uit de politieke impasse weet te slepen? In ieder geval kan hij bogen op tientallen jaren politieke ervaring, en staat hij bekend als een verbinder. Bovendien spreekt hij zich duidelijk uit tegen het radicaal-linkse La France Insoumise, dat na de verkiezingswinst voor de linkse alliantie compromisloos aankondigde ‘niets dan het eigen programma’ te zullen uitvoeren. ‘Het compromis is de enige weg om Frankrijk te redden’, liet Bouamrane afgelopen dagen veelvuldig horen in Franse media.

3 × Karim bouamrane

• Gevraagd naar waarom hij er altijd onberispelijk uitziet: ‘Waarom zou men een werkloze in T-shirt en spijkerbroek ontmoeten, maar president Emmanuel Macron in een pak?’ (interview met Die Welt).

• In juli dit jaar ontving Bouamrane de Legion d’Honneur, de hoogste Franse onderscheiding, als dank voor zijn inspanningen voor het algemeen belang na 23 jaar van publieke dienst.

• In zijn reactie bedankte hij naast zijn familie ook alle ‘jaloerse mensen, de haters, de racisten (...) die mij en mijn team elke dag sterker en toegewijder maken in onze dagelijkse strijd voor republikeinse waarden en principes’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next