Nu de overheid gaat handhaven op schijnzelfstandigheid en daarvoor ook een nieuwe wet in aantocht is neemt de onrust onder zzp’ers toe. Zij vrezen het verlies van opdrachten en zien de regels het liefst versoepeld, maar volgens voorstanders moet de balans op de arbeidsmarkt nodig worden hersteld.
Bijna zeven jaar geleden besloot psychiatrisch verpleegkundige René Dongelmans dat het zo niet langer ging. Meer dan 25 jaar werkte hij toen al in loondienst in de geestelijke gezondheidszorg, maar dat werd ‘steeds moeilijker vol te houden’, vertelt Dongelmans. Het lage salaris, de werktijden waardoor ‘privé en werk steeds moeilijker te combineren vielen’ en de oneindige lijst van administratieve regels waaraan hij zich moest houden ‘waardoor je voor de patiënt bijna geen tijd hebt’.
En dus besloot Dongelmans om zijn dienstverband op te zeggen en het werk voort te zetten als zzp’er. Hij kreeg meer zeggenschap over werktijden, hoefde lang niet elk formulier in te vullen én hij hield meer geld over. De verpleegkundige zou niet meer anders willen. ‘Als ze mij weer in loondienst dwingen, dan ga ik de zorg uit.’
Over de auteur
Hessel von Piekartz is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over de volksgezondheid, pensioenen en sociale zekerheid.
Alles over politiek vindt u hier.
Dat scenario komt de komende jaren dichterbij. Voor zzp’ers en hun opdrachtgevers komen er veranderingen aan – en die leiden tot onzekerheid en onrust. Moeten zelfstandigen tegen hun wil in loondienst?
De Belastingdienst gaat vanaf 1 januari de wet handhaven die zelfstandigheid definieert. Volgens die wet, de DBA, mag er bijvoorbeeld geen sprake zijn van een ‘gezagsverhouding’ tussen opdrachtgever en zzp’er. Is die er wel, dan is er sprake van zogenoemde schijnzelfstandigheid. De wet geldt al sinds 2016, maar de handhaving ervan werd uitgesteld onder druk van opdrachtgevers en zzp’ers. Zij vonden de regels onduidelijk en vreesden in de knel te komen als opdrachtgevers daardoor terughoudend werden.
Uiteindelijk leidde het verminderde toezicht tot een grijs gebied waarin sommige bedrijven wel erg soepel met de regels omsprongen. Tekenend was de uitspraak van de Hoge Raad vorig jaar over de bezorgers van Deliveroo die ten onrechte werden gezien als zzp’ers en volgens de Raad eigenlijk in loondienst waren.
Het deed de roep om handhaving steeds luider klinken. Intussen raakte Den Haag doordrongen van de negatieve kanten van schijnzelfstandigheid. Voormalig minister van Sociale Zaken Karien van Gennip wees bijvoorbeeld op ‘gedwongen schijnzelfstandigheid’: mensen die onder druk van opdrachtgevers werk dat eigenlijk in loondienst moet toch als zzp’er uitvoeren. Vaak gaat dat gepaard met lage betalingen, waardoor de zelfstandigen niet zoals andere zzp’ers hun eigen risico’s kunnen afdekken, bijvoorbeeld met een verzekering voor arbeidsongeschiktheid. Dit gebeurde onder andere in de cultuursector en bij bezorgdiensten zoals Deliveroo.
Daarnaast vond Van Gennip de toename van schijnzelfstandigheid onwenselijk voor de samenleving. Zelfstandigen hebben immers bepaalde belastingvoordelen: zo hoeven zij niet mee te betalen aan werknemersverzekeringen als de Werkloosheidswet. Als ‘grote groepen werkenden die in feite werknemer zijn’ niet meebetalen, ‘worden de lasten niet meer eerlijk verdeeld’, aldus de voormalig minister. Ook zouden mensen uit loondienst stappen om in zzp-constructies hetzelfde werk te doen.
Om ‘meer duidelijkheid’ te bieden kwam Van Gennip daarom vorig jaar met de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar), de opvolger van de lang niet gehandhaafde DBA. De wet, die nu voorligt bij de Raad van State en waar het nieuwe kabinet mee wil doorgaan, zal op z’n vroegst in 2026 ingaan en kleurt de criteria voor schijnzelfstandigheid verder in.
Wie ‘zij-aan-zij’ werkt met ander personeel, werk doet dat is ‘ingebed’ in de organisatie of direct wordt aangestuurd door een leidinggevende moet in veel gevallen in loondienst. Het ministerie gaat ervan uit dat daardoor zo’n tweehonderdduizend zelfstandigen door de wet ‘schijnzelfstandig’ blijken, maar andere schattingen zijn hoger.
Het plan kon direct op felle kritiek rekenen. Veel zzp’ers die juist heel bewust hebben gekozen voor een bestaan als zelfstandige zijn net als acht jaar geleden bang dat opdrachtgevers hen door de nieuwe regels minder snel zullen inhuren en zij dus werk en inkomsten verliezen.
De onrust is nog altijd niet weg. Zo vreest psychiatrisch verpleegkundige Dongelmans dat handhaving en de nieuwe wet zijn zzp-schap en dat van veel anderen in de zorg flink gaan bemoeilijken. Mede daarom richtte Dongelmans eind vorig jaar de Vereniging Zelfstandig Ondernemers in de Zorg (VZOV) op om op te komen voor het ‘bestaansrecht van zzp’ers in de zorg’.
Wat betreft de zorgsector lijkt die vrees terecht. Mensen in de zorg hebben vaak een leidinggevende, vervullen in veel gevallen dezelfde taken als verpleegkundigen in loondienst en doen het verzorgend en verplegend werk dat ontegenzeggelijk is ‘ingebed’ in de organisatie. Uitzendbureau Randstad rekende uit dat misschien wel 80 procent van de zzp’ers in de zorg onder de nieuwe wet een schijnzelfstandige is.
De zorg is niet de enige sector waar de spanning oploopt. Ook in het onderwijs, de kinderopvang, de mediawereld of de bouw wordt het om dezelfde redenen lastiger om als zzp’er te werken.
Dat ziet ook Frank Alfrink, voorzitter van belangenorganisatie ZZP Nederland. Deze maanden komen er bij hem veel vragen binnen van bezorgde leden. Het zijn zelfstandig ondernemers uit allerlei sectoren die de afgelopen jaren hun werk zonder problemen konden doen, maar nu ‘worden geconfronteerd met opdrachtgevers’ die bang zijn om op dezelfde manier door te gaan. ‘Ze vinden het een beetje eng’, zegt Alfrink. ‘En willen kijken of ze het allemaal wel goed doen straks.’
Voor sommige sectoren wordt het inderdaad spannend, erkent Alfrink. Maar er zijn ook veel zzp’ers en opdrachtgevers die nu zonder reden bezorgd zijn, zegt hij. Wie iets unieks brengt bij een organisatie en voldoende afstand van de opdrachtgever heeft, hoeft in veel gevallen niet te vrezen. ‘Wat nu uniek werk is, blijft straks ook uniek.’
Het kan ook niet als een verrassing komen dat er zzp-constructies zijn die niet meer kunnen, vindt hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp (Universiteit van Amsterdam). ‘We weten al heel lang dat je in bepaalde situaties, zoals in de zorg of de kinderopvang, bijna geen zzp-werk kunt doen. De wet was niet onduidelijk, de handhaving bleef uit omdat veel zzp’ers en hun opdrachtgevers de constructies zoals ze waren fijn vonden.’
Eigenlijk, zegt Verhulp, is de nieuwe onrust wat dat betreft oude onrust. Juridisch is het volgens hem al jaren klip-en-klaar: werk dat is ‘ingebed’ in de organisatie kan niet zelfstandig. ‘Iemand die kinderen opvangt bij een kinderdagverblijf of zorg levert in een ziekenhuis hoort in dienst. De opvang of het ziekenhuis stellen de regels, maken de roosters en zijn aansprakelijk als er wat gebeurt. Er is wettelijk weinig zelfstandigs aan.’
Tegenover de bezorgde zzp’ers staan de voorstanders van een strengere aanpak. Zij hopen dat de hernieuwde onrust niet opnieuw leidt tot uitstel of afstel van handhaving. Zo zijn er zorg- en kinderopvangorganisaties die in een krappe arbeidsmarkt zzp’ers graag zien terugkeren in vaste dienst.
Ook de groep ‘gedwongen schijnzelfstandigen’ is geholpen bij strikter beleid. Dat zijn de mensen die door het lange uitstel van handhaving onterecht zijn gaan werken als zelfstandige, maar het liefst in loondienst zouden gaan. Vaak werden zij voor een voldongen feit gesteld door de werkgever: wilden ze niet als freelancer aan de slag, dan was er geen werk. Onder meer in de cultuursector is dat probleem alomtegenwoordig, zegt Caspar de Kiefte van de Kunstenbond. Inmiddels is zo’n 60 procent van het personeel in de sector zzp’er, schat hij. ‘En velen tegen wil en dank.’
Als voorbeeld noemt De Kiefte muziekdocenten die vaak vanwege bezuinigingen niet door konden in loondienst en daarna als zelfstandige mochten terugkomen, omdat dat goedkoper was voor de scholen. Het zzp-schap betekende voor de docenten meer onzekerheid en minder arbeidsvoorwaarden. Op een gezonde arbeidsmarkt zouden zzp’ers vanwege die onzekerheid ook meer geld kunnen eisen, maar in een sector waar het geld niet voor het oprapen ligt is dat vaak moeilijk. De Kiefte zag sommige groepen zelfstandigen daardoor uit de sector vertrekken.
Handhaving zou de balans kunnen herstellen, hopen voorstanders. Dat sommige bewust zelfstandigen daardoor weer terug moeten in loondienst is voor hen vervelend, maar ook het gevolg van het jarenlang te soepel omspringen met de regels, vinden zij.
De regels kunnen ook in het voordeel zijn van zzp’ers, denkt Amrit Sewgobind, bestuurder van FNV-Flex. Wie door wil als zzp’er is immers wettelijk verplicht om afstand te houden tot de opdrachtgever en kan die vrijheid en onafhankelijkheid dus opeisen. ‘Uiteindelijk heeft de wet als doel dat het echte ondernemerschap overblijft’, aldus Sewgobind.
Bedrijven die zzp’ers inzetten die volgens de wet eigenlijk in loondienst zouden moeten, hebben volgens het ministerie van Sociale Zaken nog opties achter de hand: door te werken met tijdelijke contracten of op uitzendbasis behouden zij de gekoesterde flexibiliteit, is de gedachte.
In sectoren waar het spannend wordt, zoals de kinderopvang, worden inmiddels al voorbereidingen getroffen. Zo is er het platform Tadaah van directeur Steven Lenderink, waar invalkrachten die een of twee dagen willen bijspringen in de kinderopvang terechtkunnen. Het liefst zou hij zien dat zij met de nodige aanpassingen straks door kunnen als zzp’er, maar als dat niet gaat, wil hij dat de invalkrachten als uitzendkracht aan de slag kunnen. ‘Kinderopvangorganisaties vragen dat ook aan ons: kom met een oplossing. De flexibele invalkrachten kunnen ze niet missen, dan moeten ze kinderen naar huis sturen.’
Het laat zien dat het per sector schipperen wordt. Maar wat er ook wordt gedaan, het neemt niet weg dat veel zzp’ers die graag ondernemer zouden blijven straks toch hun handtekening onder een contract moeten zetten als de wet in de huidige vorm doorgaat.
Hoogleraar Verhulp noemt dat ‘juridisch juist’, maar heeft wel begrip voor de zorgen van de groep waar ook psychiatrisch verpleegkundige Dongelmans bij hoort. ‘Als het groeiend aantal zzp’ers in bijvoorbeeld de zorg iets laat zien, dan is het wel dat werkgevers in die sector tekortschieten in vrijheid en flexibiliteit voor hun vaste medewerkers en hen te weinig betalen.’
Voor Dongelmans is het afwachten wat er gebeurt. ‘Het gaat me niet zozeer om m’n eigen hachje. Maar ik ben wel bang dat veel zzp’ers in de zorg net als ik weggaan als ze niet zelfstandig kunnen blijven. En dan is uiteindelijk de patiënt de dupe.’
Arthur Krijgsman, zzp’er in de kinderopvang
‘Ik werk als freelancer in de kinderopvang, vaak voor een dag in de week. Dat werk combineer ik met fotografie en mantelzorg. Sinds ik weet dat de handhaving en de nieuwe wet eraan komen, pas ik me steeds meer aan. Ik neem mijn eigen spullen mee naar werk, zoals de handschoenen en boeken die ik gebruik, zodat ik heel duidelijk kan aantonen dat ik echt zzp’er ben.
‘Ik maak me niet druk dat ik straks niet door kan met mijn werk. Ons invalwerk is een groot goed voor organisaties. Ze hebben een flexibele schil nodig. Als het moet wil ik best als uitzendkracht of gedetacheerde aan de slag, al denk ik dat het juist duurder is voor de opdrachtgevers.’
Arjan Dunning, zzp’er in de cultuursector
‘Ik laat me inhuren als professioneel dirigent voor amateurorkesten, ik heb in het verleden veel les gegeven en ik heb inmiddels ook een eigen muziekbedrijf waar ik zelf als opdrachtgever met zzp’ers te maken heb.
‘Het belang van verandering zie ik zeker: er zijn schijnzelfstandigen, ook in de muzieksector, en de nieuwe wet is een stok achter de deur om daarvan af te komen. Maar ik vraag me af of het voor de cultuursector echt een oplossing biedt. De problemen zijn fundamenteler en niet met een wet op te lossen. Wat als culturele instellingen mensen in loondienst moeten nemen, maar dat niet kunnen betalen? Dan hebben schijnzelfstandigen er weinig aan.
‘Bovendien vind ik de wet onduidelijk. Is bijvoorbeeld iemand die steeds bij andere orkesten speelt maar daar wel door een leidinggevende wordt aangestuurd straks nog ondernemer? Die onduidelijkheid maakt iedereen een beetje zenuwachtig en in onze sector hebben we met de hogere btw op cultuur en mogelijke bezuinigingen juist behoefte aan zekerheid.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant