Op de US Open, het laatste grandslamtoernooi van het seizoen dat maandag begint, wordt tennis op een unieke wijze beleefd. Niet iedere speler kan daar even goed mee omgaan. ‘Kun je je kop houden?’
Het is Kids Day op de US Open en dus stroomt het Bille Jean King Tennis Center in het New Yorkse stadsdeel Queens zaterdagochtend vol met kinderen. Omringd door een kringetje beveiligers wurmen grote namen als Alexander Zverev en Francis Tiafoe zich door de mensenmassa naar hun trainingsbanen. Kleine tennisfans met grote, gele ballen met genoeg ruimte voor handtekeningen volgen als magneetjes in hun spoor.
Arantxa Rus heeft zich op haar beurt in relatieve rust naar het perscentrum kunnen bewegen. De tennisster uit Monster begint maandag aan haar negende US Open. ‘Het is hier altijd luidruchtig’, schetst ze de laatste grandslam van de tenniskalender. ‘Er is veel publiek, de mensen zijn gek van tennis en schreeuwen de spelers toe. Dat maakt het leuk en anders dan andere grandslams.’
‘Het is heel levendig’, zegt Botic van de Zandschulp, in 2021 kwartfinalist in New York. ‘Voor sommige spelers zal het als onrustig aanvoelen, want er wordt veel rondgelopen en kabaal gemaakt.’
‘Het is een grote chaos’, oordeelt dubbelspecialist Wesley Koolhof over het toernooi waar hij in 2020 en 2022 tweemaal de finale verloor. Koolhof, die aan het einde van het seizoen afscheid neemt, speelt in New York zijn laatste grandslam. De drukte van de US Open is niet aan hem besteed. ‘De sfeer is bijzonder, maar ik ben na twee weken altijd blij dat ik weer terug kan naar het normale, rustige leven.’
Over de auteur Koen van der Velden schrijft voor de Volkskrant over sport in de Verenigde Staten. Hij woont in New York.
Rustig is het zelden bij de US Open. De organisatoren hopen dit jaar de grens van een miljoen bezoekers te slechten. Vorig jaar werd met 957 duizend toeschouwers al een record gebroken.
In grote drommen trekken de tennisfans deze weken met een bovengrondse metrolijn (nummer 7) naar het tenniscomplex in het oostelijke park Flushing Meadows. Daar delen ze een station met supporters van honkbalclub New York Mets. Op wedstrijdavonden gaan de honkbalfans linksaf, tennisfans nemen rechtsaf een lange, houten promenade richting het grote Arthur Ashe Stadium, dat met zijn 23 duizend stoeltjes als een buitenaards schip boven de andere banen uittorent.
Op het tenniscomplex worden toeschouwers welkom geheten door een buste van Althea Gibson, de eerste zwarte grandslamwinnares. Grote vlaggen tonen winnaars van weleer. Op het binnenterrein, tussen de zeventien hardcourtbanen, staan lange rijen bij de vele eetkraampjes. Rus: ‘Het ruikt hier overal naar eten.’
Voor een kaartje voor de mannenfinale tussen Daniil Medvedev en Novak Djokovic moesten toeschouwers vorig jaar minimaal 600 dollar (zo’n 535 euro, red) uitrekken. Wat ze daarvoor terugkregen was een plekje tegen het dak van het huizenhoge Arthur Ashe Stadium. Stoeltjes aan de rand van de baan kostten duizenden dollars.
Het kopen van kaartjes is slechts het begin. Het huisdrankje van het toernooi, de wodka-cocktail Honey Deuce, kan voor 23 dollar worden gekocht. Een broodje gaat richting de 30 dollar. Een meevaller: de kwalificatieweek voorafgaand aan het toernooi is gratis te bezoeken.
In New York ligt de afleiding meer dan elders op de loer. ‘Er is altijd lawaai’, zegt Rus. ‘Dat hoort ook bij de stad.’ Tijdens partijen klinken de piepende remmen van metro’s en is het een komen en gaan van laagvliegende vliegtuigen, op weg van of naar de nabijgelegen luchthaven LaGuardia. Tussen games door klinkt in het Arthur Ashe Stadium muziek van een dj, die te midden van het volk zijn plaatjes draait.
Maar ook de toeschouwers zorgen voor kabaal. Het New Yorkse publiek staat bekend om zijn luidruchtige uitbundigheid. Rus: ‘Het is eigenlijk het tegenovergestelde van Wimbledon, waar niemand wat mag zeggen.’ Het publiek bij andere grandslams zit volgens haar ergens in het midden tussen de twee uitersten.
Geregeld leidt het rumoer op de tribunes tot irritatie bij spelers; vooral onder het dichte dak van het Arthur Ashe Stadium blijft het geluid hangen. ‘Kun je je kop houden? Ben je dom?’, sneerde Daniil Medvedev vorig jaar richting een toeschouwer. ‘De een zal er last van hebben, de ander niet’, zegt Van de Zandschulp. ‘Het ligt er ook aan hoe je in de wedstrijd zit.’
Het voortdurende bewegen van supporters op de tribunes, eveneens een bron van ergernis, zal dit jaar naar verwachting alleen maar toenemen. Toeschouwers mogen na elke game hun plek verlaten en niet meer louter als de spelers van helft wisselen.
Het publiek van de US Open staat bekend als tennisgek. Het valt Van de Zandschulp op als hij naar de tribunes kijkt. ‘Het zit altijd vol, ook bij de avondsessies die soms tot laat in de nacht duren.’ Koolhof: ‘Zelfs als je ergens op een afgelegen baan een dubbelpartij speelt, komen er nog veel mensen kijken.’
Door de hoge ticketprijzen, sponsorgelden en dure tv-contracten naderden de inkomsten van de US Open de afgelopen jaren het half miljard. Het is terug te zien in de prijzenpot voor de spelers. Die zit dit jaar met in totaal 75 miljoen dollar voller dan ooit.
De US Open is het lucratiefste toernooi van de tenniskalender. De winnaars van de finales, bij de mannen en vrouwen, kunnen dit jaar 3,6 miljoen dollar (zo’n 3,1 miljoen euro) bijschrijven. Een plek in de eerste ronde is al goed voor 100 duizend dollar. ‘Presteren is natuurlijk belangrijker dan het geld’, zegt Koolhof, ‘maar het is een mooie bijkomstigheid.’
Als hij klaar is met zijn wedstrijden, kiest Koolhof in de spelerslounge van het Arthur Ashe Stadium soms voor een plekje met uitzicht op de vip-ingang van het tenniscomplex. Daar ziet hij de beroemdheden een voor een arriveren op de blauwe loper die voor hen is uitgerold. ‘Het is een leuke happening’, zegt Koolhof, die zich soms moet laten bijpraten door andere tennissers. ‘De helft van die sterren ken ik niet.’
Op de tribunes van de US Open wemelt het van de bekende gezichten. Vorig jaar kwamen de Obama’s naar een partij van Coco Gauff, zat modekoningin Anna Wintour in het spelersvak van Francis Tiafoe, acteur Matthew McConaughey in dat van Djokovic en werd popzanger Justin Bieber ondanks zijn grote zonnebril ontdekt door de camera’s in het stadion.
De meeste sterren betalen niet voor hun kaartje, bleek uit navraag van sportzender ESPN. Ze worden gerekruteerd door een speciaal team van de organisatie, want de grote sponsoren zien de beroemdheden graag in hun suites verschijnen. Wel staat er wat tegenover: de sterren moeten zich laten zien op het grote scherm in het stadion.
Vooral de beroemdheden uit de A-categorie kunnen rekenen op een staande ovatie. Op de tribunes in New York leidt het herkennen van een serieuze vip vaak tot even hard gejoel als een knappe forehand van Carlos Alcaraz.
Drie Nederlanders hebben zich geplaatst voor het hoofdtoernooi van de US Open: Tallon Griekspoor (ATP-ranking: 40), Botic van de Zandschulp (73) en Arantxa Rus (WTA-ranking: 75). Griekspoor begint maandag tegen de Indiër Sumit Nagal, de nummer 72 van de wereldranglijst. Rus opent tegen de Roemeense Ana Bogdan (103). Van de Zandschulp treft dinsdag in zijn eersterondepartij de Canadees Denis Shapovalov (105), de voormalig nummer 10 van de wereld.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant