Home

‘Al die toewijding en wellevendheid, hoe kan ik die zo verkeerd hebben geïnterpreteerd?’

De checklist waaraan Karina tot vermoeiens toe potentiële mannen toetste, bleek niet langer van belang toen ze via een collega een warme, vriendelijke man ontmoette. Voor het eerst kon ze zichzelf echt toevertrouwen aan een ander. Maar ze moest hem wel delen.

Karina, 36:

‘Ik was al een tijdje vrijgezel toen een collega mij het nummer gaf van een squashvriend. Ik kreeg ook een foto van een lange, dunne man met blond haar en blauwe ogen, en ook al had de liefde mij tot dan toe nooit gebracht waar ik als jong meisje op had gehoopt en ik niks verwachtte van deze date, spraken we toch af.

‘Hij kwam me ophalen, we gingen schaatsen, en toen ik uithijgde op een bankje stond hij al voor mijn neus met chocolademelk. Aan het einde van de middag bracht hij me naar huis en in de auto belandden we in een ongemakkelijke afscheidsknuffel, waarbij we allebei niet leken te kunnen kiezen tussen een paar kussen naast de mond of iets intiemers. Met rode wangen van schaamte stapte ik uit, we wisselden een laatste groet uit – ‘Nou, doei doei, was gezellig’ – en met een vertraging die me verraste werd ik alsnog overspoeld door opwinding en warmte en kreeg ik spijt dat ik hem niet had gezoend.

De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.

‘Hij was enthousiast en wilde snel weer afspreken. Ik wilde dat ook. Maar, hoe zeg ik dat, hij was zo fris, zo schoon. Sommige mensen, en hij leek daar een van, zijn zo zuiver en oprecht, zo wezenlijk vrolijk, daar kan ik als eeuwige zenuwpees niet bij. Ik voel me nu eens zo en dan weer anders, mijn hoofd is een rommeltje en dat maakt me hyperzelfbewust en nerveus. De eerste keer dat hij kwam eten en ik hem in mijn kleine huis zag staan, dacht ik: dat je zo blijmoedig kunt rondhupsen.

Gewoonheid en warmte

‘Zijn onbekommerdheid en zorgzaamheid streken mijn zorgen glad. Ze accentueerden mijn onzekerheden niet, maar neutraliseerden ze. Blijf jij nog maar even hier, hoorde ik mezelf denken. En dat had ik nooit eerder zo scherp gedacht. Eerder had ik relaties geïdealiseerd, volgens het sjabloon dat ik mezelf had opgelegd. Maar waar ik voorheen een man kon afwijzen op zijn schoenen liet ik, geleid door de gewoonheid en warmte van deze man, mijn aarzeling varen.

‘Hij was weduwnaar. De vrouw met wie hij tien jaar was geweest, was vier jaar geleden overleden. In zijn huis stonden nog veel spullen van haar en als hij haar muzikaliteit loofde, keek hij zo liefdevol dat ik dacht dat ik misschien ook maar een muziekinstrument moest leren bespelen, maar zo werkt het natuurlijk niet. Hij maakte ontbijtjes voor me, zette op een avond het balkontafeltje in de huiskamer, dekte dat met een wit tafelkleed en zo deden we alsof we thuis uit eten waren.

‘Ik herinner me dat ik eens naar hem toe fietste en met een zucht dacht: wat ben ik toch ontzettend graag bij hem. Meer niet. Met mijn ex had ik ingewikkelde gesprekken over het leven, nu ontspande ik. De checklist waaraan ik tot vermoeiens toe potentiële mannen toetste, loste op zonder een enkel residu. Het was alsof ik mij voor eerst echt kon toevertrouwen aan een ander. Wat kon ik toch veel voor iemand voelen, dacht ik verrukt.

Reservetijd

‘Hij was mijn moeder, denk ik nu achteraf weleens. Hij was de gewone, vrolijke, lieve moeder die zich belangeloos over me ontfermde, de moeder waar ik mijn leven naar heb verlangd. Was dat het? Zat daarin de mislukking besloten? Of bedenk ik dit omdat ik alles zo graag wil begrijpen? Ik heb een paar keer tegen hem gezegd dat ik het gevoel had dat ik met mijn moeder in reservetijd was terechtgekomen toen ze haar alcoholisme de baas werd. ‘Iedereen leeft in reservetijd’, was dan zijn ondoorgrondelijke reactie en daarna werd alles even wat grijzer, alsof we niet meer pasten, en zakte ik even weg.

‘Toen kwam de dag dat hij het uitmaakte. Zonder er doekjes om te winden, op de voor hem bekende no-nonsensmanier, zei hij: ‘Ik ben mijn navigatie kwijt, ik stop ermee.’ Kort ervoor waren we bij mijn broer geweest die vader zou worden, en of hij misschien toen inzag dat wij ook die kant uitgingen als we samen zouden blijven en dat hij daarvan schrok, ik weet het niet. Hij maakte het gewoon uit, omdat het kon.

‘En zes weken later deed hij dat nog een keer. Na die eerste breuk had ik geschreven dat hij mijn leven had verrijkt, dat het leek of het leven en de liefde me geen moeite meer kostten, en dat ik hem miste. Toen we weer samenkwamen hadden we voor het eerst een serieus gesprek over zijn overleden vrouw. Hij zei dat hij de druk voelde haar levend te houden, en het was voor hem alsof hij met een nieuwe relatie verraad pleegde. Ik zag zijn openhartigheid als een stap vooruit in onze relatie, maar ik merkte ook dat praten met mij hem niks bracht. Het verdriet zat dieper dan ik kon graven: ik raakte hem kwijt en er was geen lichtheid die dat kon camoufleren. Ik stelde nog voor samen een weekend weg te gaan, elkaars vrienden te ontmoeten, maar hij vond het voorlopig genoeg als we elkaar een paar keer in de week zagen.

Niet begrijpelijker

‘Op een dag vroeg ik: hoeveel procent van je hart is eigenlijk bij mij? ‘Zestig’, antwoordde hij meteen. Een week later brak hij voor de tweede keer met me, nu definitief. Ik kon niet eens huilen en trilde alleen maar. Collega’s hadden dit zien aankomen en zelfs al een nieuwe date voor me geregeld, een neef van een van hen. ‘Misschien moet je dat maar doen’, zei hij. ‘Maar ik wil gewoon met jou zijn’, antwoordde ik kinderlijk eenvoudig.

‘En nu, een half jaar later, vraag ik me nog steeds af: al die toewijding en wellevendheid, die eenvoud, die vriendelijkheid, hoe kan ik die zo verkeerd hebben geïnterpreteerd? Ik snap gewoon niet hoe er zoveel ruis verborgen kan gaan achter rust. ‘Mag ik een knuffel?’, vroeg ik die avond voor hij wegging. Maar hij zei: ‘Ik weet niet of ik de juiste persoon ben om je te troosten.’ Ik vroeg alleen maar om een knuffel.

‘Wat de toekomst betreft: ik kom er heus wel weer bovenop. Al is het fenomeen liefde er voor mij niet bepaald begrijpelijker op geworden. Hopelijk trekken de nevelen over een tijdje op en zal blijken dat ook deze ervaring me iets heeft gebracht. Ik doe mijn best positief te blijven. Het lijkt me vreselijk om zo’n eeuwige zoeker te worden.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Karina ­gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.

OPROEP

Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.

Meedoen? Mail een korte ­toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Een overzicht van alle berichten en analyses over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next