Op verschillende plekken in Spanje protesteerden inwoners deze zomer tegen de uitwassen van het massatoerisme. Ook op Mallorca. In El Arenal, de Nederlandse enclave op het ‘feesteiland’, zijn toeristen en ondernemers niet onder de indruk: ‘Ik denk dat het toerisme hier alleen maar gaat toenemen.’
In het bruine café De Heeren van Amstel zit Sem Wever (19) aan zijn zoveelste rondje. Onder de toog bungelen smerige klompen, het houten schoeisel van zijn jeugdvrienden uit het Overijsselse dorpje De Krim. Het is een tafereel als van een Hollandse meester – en toch ziet wie hier naar buiten kijkt geen vlakke weilanden, maar het witte strand en de kabbelende zee van de Mallorcaanse badplaats El Arenal.
Wever bevestigt wat de schorre stemmen en kleine oogjes van zijn acht vrienden al weggeven: ze genieten met volle teugen van hun feestvakantie in dit stukje Nederland op Mallorca. Alleen met dat ene doel dat ze toch ook hadden, iets aanknopen met een leuke dame, wil het niet geweldig vlotten. Of zoals hij het probleem zelf duidt: ‘Tramalanti di motori, motori is bevrori.’
Over de auteur
Dion Mebius is correspondent Spanje, Portugal en Marokko voor de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Van de protesten deze zomer tegen het massatoerisme waarvan hij nu onderdeel is ‘heb ik niets gehoord’, zegt Wever. Het gesprek heeft zich inmiddels verplaatst naar de levendige boulevard; enkele minuten eerder heeft de jonge Nederlandse manager van het feestcafé duidelijk gemaakt dat hij binnen geen journalisten duldt. Zeker niet als die het over de protesten willen hebben: ‘Want wat ik over deze plek in de media heb gelezen, is alleen maar negatief.’
Ieder jaar kijken massa’s Nederlanders reikhalzend uit naar de zomer als hét moment om bij te komen van hun drukke bestaan of juist helemaal uit hun dak te gaan. Dat kan uiteraard in eigen land of net daarbuiten. Toch blijft de ultieme zomervakantie voor miljoenen mensen een tripje richting het zuiden. Hoeveel hitterecords er in Frankrijk, Spanje, Italië of Griekenland ook worden verbroken: de combinatie van gegarandeerde zon, zee en strand blijkt onweerstaanbaar.
Voor de ontvangende landen is dit toerisme een onmisbare bron van inkomsten. Neem Spanje, waar vorig jaar ruim 4 miljoen Nederlanders naar afreisden. De totale toerismesector is er goed voor 12 procent van het bbp: geld waarmee gezinnen zichzelf bedruipen, wegen worden onderhouden en de zorg en het onderwijs worden betaald.
Dat die euro’s echter niet zaligmakend zijn en de schaduwkanten van het massatoerisme zich steeds zwaarder laten voelen, bleek deze zomer. In verschillende toeristische gebieden in Spanje gingen tienduizenden inwoners de straat op om te protesteren tegen het toerisme, of in ieder geval de uitwassen ervan: extreme (verkeers)drukte, alcoholgerelateerde overlast op straat, explosief stijgende huizenprijzen en het verdwijnen van lokale winkels voor de zoveelste souvenirshop.
Een van de brandpunten van het protest is Mallorca. Hier, op het grootste eiland van de Balearen, is het toerisme goed voor liefst 45 procent van de economie.
Toch is voor sommige inwoners de maat inmiddels vol. Onder het motto Menys turisme, més vida (Minder toerisme, meer leven) trokken zeker 20 duizend van hen op 21 juli door de straten van hoofdstad Palma. Achtergelaten stickers op muren en regenpijpen, met leuzen als ‘Mallorca is niet te koop’ en ‘jouw Airbnb, onze ellende’, herinneren toeristen er een maand later aan dat lang niet iedereen ze moet.
De situatie is ‘onhoudbaar’, zei een woordvoerder van het protest tegen de Spaanse pers. ‘Zeker omdat de inkomsten van het toerisme niet worden herverdeeld en in handen blijven van het grootkapitaal.’
Het kan grimmiger. Elders in het pittoreske centrum van Palma is Tourismus macht frei met zwarte verf op een gebouw gespoten, een verwijzing naar de spreuk die boven de poorten van Duitse concentratiekampen hing. In Manacor, aan de andere kant van het eiland, werd zelfs de oproep Kill a tourist op een muurtje gekalkt.
Het is een sentiment dat volledig voorbij lijkt te gaan aan het ‘Nederlandse’ El Arenal. In deze badplaats, op zo’n twintig minuten rijden van Palma, strijken elke zomer duizenden Nederlandse jongeren neer. In de Mallorcaanse cultuur zijn zij niet zozeer geïnteresseerd; wel in feesten tot in de vroege uurtjes, onder invloed van alcohol en hormonen.
Deze zomer is dat niet anders. In de lange rij Nederlandse cafés langs het strand wordt aan het begin van de avond flink ingedronken door groepen licht verbrande jongeren van rond de twintig. Anderen leggen een stevige bodem voor de lange nacht die komen gaat, met broodjes kroket en frikandel of een dönerbox. Uit de speakers schallen Roxy Dekker en André Hazes.
‘Protesten? Nee, daar heb ik niks van meegekregen’, zegt Sonny Budie (22). Op het terras van café De Babbelaar zit hij met zijn vrienden uit Kerkrade en Landgraaf om negen uur aan zijn achtste drankje. Wat ze de rest van de avond gaan doen? ‘Zuipen’, roept Senne Kerckhoffs (19) nog voor de vraag helemaal is uitgesproken, terwijl ze een trekje van haar vape neemt.
Dat er hier zoveel Nederlanders op elkaar zitten ‘is gewoon prettig’, gaat Budie verder. ‘En in restaurants heb je een Nederlandse kaart.’ Hij begrijpt best dat het massatoerisme weerstand oproept bij lokale bewoners. ‘Als ik dit elke dag voor mijn deur zou hebben, zou ik verhuizen. Aan de andere kant: dat Mallorca bekendstaat als feesteiland, daar heeft de bevolking financieel natuurlijk wel wat aan.’
Datzelfde geluid klinkt onder de Nederlandse ondernemers in El Arenal. Toegegeven: ze vliegen bijna al hun proppers en barmensen in vanuit Nederland, waardoor er nauwelijks Mallorcanen op de boulevard werken. Maar dat heeft een reden: hun gasten willen nu eenmaal een biertje kunnen bestellen in hun moerstaal.
Daar staat tegenover dat de horecazaken ‘gewoon’ belasting betalen in Spanje, en dus meebetalen aan infrastructuur en voorzieningen. Zelfs de artiesten die ze laten overkomen, zoals deze zomer de rappers Boef en Frenna, dragen 19 procent van hun belastingen af aan de Spaanse fiscus. En denk eens aan alle andere banen die door de komst van de toeristen ontstaan: van luchthavenmedewerkers en autoverhuurders tot de schoonmakers in hotels.
Tegen die baten wegen de negatieve effecten van het massatoerisme volgens Sven Boxum (51) niet op. ‘De meeste mensen hier zijn heel blij met het toerisme’, zegt de ondernemer overtuigd – alleen zul je die niet snel zien demonstreren. Samen met zijn vrouw Chantal Boxum (34) runt hij Cheers, een kruising tussen een grand café en een sportkroegmet zeventien beeldschermen.
Het echtpaar probeert alles uit het hoogseizoen te persen. Midden in het interview verleidt Chantal een stel vrienden uit Twente om de volgende dag terug te komen. ‘Dan hebben we weer koude Grolsch-beugeltjes!’
De twee uit Drachten zijn de enige door de Volkskrant benaderde ondernemers die met naam en toenaam in de krant willen verschijnen. De afgelopen jaren kwam de boulevard van El Arenal meermaals negatief in het nieuws. Eerst was er in juli 2021 de dood van de 27-jarige Carlo Heuvelman, in elkaar geslagen en geschopt tijdens een avondje stappen. Een tweede fataal incident was er op 23 mei dit jaar, toen beachclub Medusa instortte en vier restaurantgasten om het leven kwamen.
Het heeft de ondernemers kopschuw gemaakt. Zo niet de Boxums, die de sleutels van Cheers pas begin dit jaar kregen. Het was nog een hels karwei om de tent op tijd feestklaar te krijgen. Chantal: ‘Praktisch alles wat je hier ziet, hebben we vanuit Nederland overgebracht.’ Achteraf gezien hadden ze hun meubels ook wel in winkels op het eiland kunnen kopen. Sven: ‘Ook de bouwvakkers kwamen over. Weet je wat het is: je kent de weg hier niet.’
Voor het deel van hun twintig werknemers dat geen eigen woonruimte heeft, regelden ze twee grote personeelswoningen. Hoewel Cheers slechts van april tot oktober open is, was het goedkoper om die woningen voor het hele jaar te huren. Sven: ‘Dus ik denk dat we nog heel populair gaan worden bij onze vrienden.’ Van de Spanjaarden die aan de overkant van hun zaak wonen, hebben ze volgens hem nog geen klachten gehad over geluid of andere overlast. ‘Maar als je hier woont, dan ben je wel wat gewend.’
Zo feest El Arenal door, protesten of niet. Dat die heviger worden en het massatoerisme daadwerkelijk gaan bedreigen, is geen scenario waar de Boxums serieus rekening mee houden. Sven: ‘Ik denk dat het toerisme hier alleen maar gaat toenemen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant