Home

‘Op zolder huil ik veel. In mijn eentje, want mijn vrouw en ik praten niet over het verdriet’

Na de plotselinge dood van zijn zoon Mike, op 41-jarige leeftijd, is John met bijna al zijn (vrijwilligers)werk gestopt. Het liefst brengt hij zijn tijd thuis door, op zolder tussen alle foto’s en spullen, om aan zijn zoon te denken.

John Peters (77, gepensioneerd basisschooldirecteur): ‘Wat me steekt is dat er mensen zijn die denken dat het zelfmoord was. Dat was het niet, het ging juist goed met Mike. We hebben heel wat met hem meegemaakt in de puberleeftijd, en ook daarna: verslavingsproblematiek, een vechtscheiding, mijn zoon had het allemaal achter de rug. Maar hij was erbovenop gekomen. Hij dronk alleen nog een biertje af en toe. Bij mij in de tuin bijvoorbeeld, op zaterdagmiddag, vaste prik. Dan kletsten we, of we lazen rustig de krant. En aan het eind van de middag liep hij dan weer naar de bus, een tas boodschappen die ik hem had toegestopt in de hand. Die middagen mis ik verschrikkelijk. Het verdriet wordt niet minder na zoveel jaren, ik merk eerder dat het toeneemt. Ik ben ongelukkiger geworden. Dat geldt ook voor mijn dochter van 46, die Mike dood heeft aangetroffen.

Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl

Toch even kijken

‘Het was op 16 mei 2015, ik was met mijn laurierheg bezig. Het was een zaterdagmiddag en ik verwachtte hem rond enen, zoals elke week. Maar hij kwam niet, en hij reageerde ook niet op mijn telefoontjes. Ik maakte me geen zorgen, want, zoals gezegd, hij zat in een goede periode. Maar mijn dochter, die ook hier in Groesbeek woont, zei: ik ga toch even kijken. Ze had de sleutel van Mike’s flat in Nijmegen en reed er met een kennis heen. Maar ze kon er niet in. De schuif zat op de deur – dan moet er iemand binnen zijn. Ze hebben de politie gebeld en die heeft de deur opengebroken. Mike werd dood op de bank aangetroffen. Hij was 41. Hartfalen, het moet de vrijdag ervoor al zijn gebeurd.

‘Wat er vanaf dat moment gebeurt, je beleeft het in een roes. Ik weet dat ik spijt had dat ik niet mee was gegaan naar Nijmegen – mijn dochter heeft Mike afgevoerd zien worden op een brancard, dat heeft zij allemaal mee moeten maken terwijl ik de heg aan het knippen was. Ik wist van niks. Om half 6 ging hier de voordeur open. ‘Pap, Mike is dood.’

Alles minder geworden

‘De eerste week was hectisch. We moesten de uitvaart regelen en mijn vrouw en ik wisten niet eens of Mike wilde worden begraven of gecremeerd. Dat vraag je als ouder niet aan je kind, hè. We hebben gekozen voor begraven, hier in Groesbeek, om een plek te hebben om naartoe te gaan. Kijk, daar hangt zijn foto. Ik hou van die jongen.

‘Boven op zolder hangen meer foto’s en er liggen ook wat spulletjes van hem. Vaderdagkaarten die ik heb bewaard, zoals deze. ‘Fijn dat ik je zoon mag zijn’, heeft hij erop geschreven. En: ‘Behalve mijn pa ben je ook mijn vriend, mijn beste zelfs.’ Daar, op zolder, huil ik veel. In mijn eentje, want mijn vrouw en ik praten niet over het verdriet. Zo is het nu eenmaal, we zijn daar anders in. Ik bezoek regelmatig zijn graf, mijn vrouw bijna nooit. En als ik ben geweest, vraagt ze hooguit hoe de plantjes erbij staan na al die regen. Niet: hoe was het voor jou om bij Mike te zijn?

‘Sinds zijn dood is alles minder geworden. Ik heb een gelukkige tijd gekend, ik heb veertig jaar in het onderwijs gewerkt, waarvan 31 jaar met plezier als basisschooldirecteur. Ik schreef columns in het regionale weekblad en ik deed elke zondagochtend een programma voor de lokale radio. Een uur lang sprak ik één gast, dat heb ik in circa twintig jaar 817 keer mogen doen. Herman Brusselmans is geweest, Dries van Agt, maar ik sprak bijvoorbeeld ook de taxichauffeur uit de regio die 25 jaar op de taxi zat. Ook mocht ik elf jaar lang de voorzitter zijn van voetbalvereniging Quick in Nijmegen, maar ik ben na Mike’s overlijden met alles gestopt. Alleen mijn vrijwilligerswerk bij Slachtofferhulp doe ik nog. Verder zit ik het liefste thuis aan Mike te denken.

Pittige scheiding

‘De dag van zijn geboorte, zes weken te vroeg, hoe hij in de couveuse lag – ik weet alles nog precies. Hij zag geel, waarschuwde een verpleegkundige, ik heb thuis een kaarsje voor hem opgestoken. Dat doe ik nu weer regelmatig, in de garage, waar ik een soort altaartje voor hem heb gemaakt. Daar staat ook het flesje bier dat hij de laatste keer hier bij mij heeft gedronken.

‘Het was zo’n lieve jongen, ik ben nog nooit iemand tegengekomen die hem niet mocht. Als kind was hij gehoorzaam – misschien is het fout geweest dat hij op de basisschool zat waar ik directeur was, hij kon geen kattenkwaad uithalen daardoor. Maar ik weet het niet, hij wás gewoon lief. Op de middelbare school kwamen er problemen, toen is hij een beetje in het drugswereldje terechtgekomen. Maar daar kwam hij uit, hij volgde een opleiding, vond werk in de zorg. Hij was groepsleider van zwaar gedragsgestoorde gehandicapten, ik heb hem wel eens met die mannen bezig gezien. Ik had daar groot respect voor.

‘Hij trouwde, kreeg twee kinderen, alles ging volgens het boekje. Tot zijn scheiding. Daarbij ging het er pittig aan toe. Hij kwam in Nijmegen in een verslavingskliniek te wonen, maar ook toen krabbelde hij weer helemaal op. Hij werd er voorzitter van de cliëntenraad en was in die rol enorm geliefd. Ik heb het van veel mensen gehoord na zijn begrafenis: hij was zo innemend, zo rustig, hij had voor iedereen een luisterend oor.

‘Dat was fijn om te horen, maar verder werd het al gauw stil na die eerste week. Je verliest vrienden en kennissen, want die gaan je mijden. Ze lopen snel een ander pad in als ze je in de supermarkt tegenkomen. Niet omdat er ruzie is of iets, maar mensen gaan je uit de weg. Een jaar na Mike’s dood kwam ik een echtpaar tegen in de Kruidvat, die zeiden: ben je er nog niet overheen? Ik heb niks gezegd. Ik ben doorgelopen. Mensen kunnen er niet mee omgaan, dat vind ik het droevigste van alles.

Positieve verrassing

‘Laatst gebeurde er iets onverwachts. Mike’s kinderen hadden we sinds zijn overlijden nooit meer gezien, maar nu stond opeens zijn dochter van 20 bij ons op de stoep. Ze was naar het graf van haar vader geweest. Dat vond ik iets heel moois. Ze zat op de praatstoel hoor, hier op de bank. Wat er ook gebeurd was, ze hield veel van haar vader, dat kon ik merken. Ik hoop dat je je nooit schuldig hebt gevoeld, heb ik gezegd, je was 11, kinderen hebben nooit ergens schuld aan. Dat viel goed, geloof ik. Hoe het vervolg zal zijn, weet ik niet, maar dit was al een positieve verrassing.

‘Ik ben eens bij een psycholoog geweest, die vond dat ik door de straat moest fietsen waar Mike had gewoond, ik ben daar namelijk nooit meer geweest. Dat was goed voor de verwerking, zei ze, dat bleek uit wetenschappelijk onderzoek. Naar die psycholoog ben ik niet meer teruggegaan. Waarom moet ik mijn verdriet wegwerken? Ik wil het voelen. Ik hou zoveel van mijn zoon dat ik hoop dat ik nog heel lang aan hem kan denken. Dat doet pijn, ja, maar ik heb recht op die pijn.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next