Over de mentale gezondheid van jongeren verschijnt geregeld een alarmerend rapport. Weerbaarheidstraining kan helpen, zegt hoogleraar Minne Fekkes bij een nieuw schooljaar. ‘Maar we moeten ook inzetten op de omgeving.’
‘Ik kan het, ik wil het, ik doe het’, roept de leerling voordat hij in taekwondo-stijl een plankje doormidden slaat. Het hout klettert op de grond. Hij kijkt op en er verschijnt een trotse glimlach op zijn gezicht.
In het promotiefilmpje voor ‘Rots en Water’, een van de populairste weerbaarheidstrainingen op scholen, is te zien hoe deze leerling samen met zijn klasgenoten in een gymzaal fysieke oefeningen doet. ‘Dat je in contact bent met je hele lichaam, maakt je mentaal ook sterk’, zegt een trainer voor de camera. En een voice-over: ‘Het leuke aan de Rots en Water-training is dat kinderen vooral heel veel plezier hebben met elkaar.’
Dat laatste beaamt Minne Fekkes, bijzonder hoogleraar sociale vaardigheden en weerbaarheid verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en onderzoeksinstituut TNO. ‘Maar uit recent onderzoek blijkt dat die psychofysieke oefeningen niet werken om de weerbaarheid te vergroten.’
De hoogleraar is gefascineerd door de vraag hoe kinderen en jongeren reageren op tegenslag. Hoe kan het dat het ene kind aan een tegenslag onderdoor gaat, terwijl het andere er zonder kleerscheuren van afkomt? En: hoe vergroot je die weerbaarheid?
Een steeds prangender vraag, want weerbaarheid is het fundament voor mentale gezondheid. En dat is precies waar het steeds meer jongeren in Nederland aan schort, blijkt uit een groeiend aantal alarmerende rapporten.
Neem dat van het Trimbos instituut, waarvoor bijna 4.800 scholieren werden ondervraagd. Hieruit blijkt dat 25 procent van de basisschoolleerlingen en 35 procent van de middelbare scholieren in 2022 kampte met mentale problemen. Vooral met meiden gaat het slecht: bijna de helft (47 procent) van hen zegt veel te piekeren, snel angstig te zijn en zich vaak ongelukkig te voelen. In 2017 gold dat nog voor minder dan een op de drie meiden (29 procent).
Of kijk naar de laatste kwartaalmeting van het RIVM, waaruit onlangs bleek dat 37 procent van de jongeren tussen de 18 en de 25 mentale klachten ondervindt. De mentale gezondheid in die groep, die al sinds 2018 daalde en tijdens de coronapandemie nog eens een enorme klap kreeg, is sindsdien nooit meer echt opgekrabbeld, blijkt uit de grafiek van het RIVM.
Zijn jongeren minder weerbaar geworden?
Minne Fekkes: ‘Dat psychisch lijden toeneemt, is een teken aan de wand. Maar naast psychologische weerbaarheid, door een goede omgang met stress of regulatie van emoties, spelen bijvoorbeeld ook de mate van sociale steun en bestaanszekerheid een rol. Zelfs hobby’s kunnen mensen weerbaar maken tegen psychisch lijden. Iemand die op school wordt gepest, maar elke zaterdag een theaterles heeft waar die ontzettend naar uitkijkt, kan daar enorme steun uit putten.’
Een verminderde weerbaarheid kan dus ook duiden op slechtere omstandigheden. Toch worden jongeren vaak afgeschilderd als lichtgeraakt. Zo beschreef uw UvA-collega Bas van den Putte in 2022 in een opiniestuk in universiteitsblad Folia dat studenten steeds vaker zeggen zich onveilig te voelen als hun een vraag wordt gesteld in de les. Is de psychologische weerbaarheid inderdaad afgenomen?
Fekkes denkt een moment na, alsof hij zich realiseert dat hij zich hier mogelijk op glad ijs bevindt. Uiteindelijk: ‘Jongeren van nu zijn opgegroeid met ontzettend veel comfort, wat er mogelijk toe leidt dat ze minder goed tegen een stootje kunnen. Vergelijk het met de hygiënehypothese als het gaat om allergieën: hoe minder we aan ziekteverwekkers worden blootgesteld, hoe minder goed ons immuunsysteem zich ontwikkelt en hoe gevoeliger we worden voor een disproportionele afweerreactie op onze omgeving. Als er zo veel comfort is, geeft iets oncomfortabels, zoals een tentamen, deadline of presentatie, meer stress.’
Jongeren zeggen zelf ook steeds minder goed tegen stress te kunnen, zegt Fekkes, refererend aan een langlopend onderzoek naar stressbestendigheid, waarin in 2023 maar 65 procent van de jongens en 44 procent van de meiden zichzelf omschreef als stressbestendig. Dat was in 2009 nog 75 en 64 procent.
U zegt: hoe comfortabeler we leven, des te minder kunnen we tegen een stootje. Maar de mate van comfort in ons leven neemt al veel langer toe dan het aantal jongeren met mentale problemen.
‘Dat klopt, en het is ook niet de enige verklaring. Nog een mogelijke oorzaak: ouders die steeds sensitiever opvoeden. Daardoor krijg je natuurlijk ook sensitievere kinderen. Op een positieve manier – je krijgt minder botheid, kinderen weten veel beter elkaars grenzen aan te voelen.
‘Maar dat betekent ook dat ze sneller voelen dat hun grenzen worden overschreden. Tel daar de psychologisering van onze samenleving bij op – denk aan hoe makkelijk het woord trauma wordt gebruikt tegenwoordig – en jongeren geven in toenemende mate hun grenzen aan, steeds vaker in psychologische termen als ‘onveilig’. De focus op grenzen bewaken en trauma leidt mogelijk tot een self-fulfilling prophecy. Alles wat je aandacht geeft, groeit immers.’
Wat zijn de ingrediënten van een effectieve weerbaarheidstraining?
‘Een drietal technieken is bewezen effectief. De eerste is cognitieve herstructurering, waarbij gedachten die jongeren in de weg staan zo worden omgebogen dat ze juist behulpzaam zijn en het zelfvertrouwen vergroten.
‘Denk aan de gedachten die bij iemand opkomen als die moet spreken in het openbaar. Als diegene bang is om te gaan stotteren, komt dat een presentatie zeker niet ten goede. Bij cognitieve herstructurering ga je met die persoon na: wat is het effect van die gedachte? En wat kan er eigenlijk gebeuren áls je inderdaad gaat stotteren? Is dat wel zo erg? Op die manier probeer je de angst weg te nemen.
‘Nog zo’n techniek is ervaringsleren. Dat is leren door te doen, van klein naar steeds groter. In het voorbeeld van spreken in het openbaar: leerlingen eerst hun naam en leeftijd laten zeggen voor een groep, de week daarop hun hobby’s en hen weer later een korte presentatie laten geven over hun weekend of vakantie.
‘De derde effectieve techniek die uit onderzoek naar voren komt, is zogenoemde psycho-educatie. Op dit moment onderzoeken we de effectiviteit van Mentorlessen over Stress, een methode die leerlingen inzicht geeft in de werking van stress. De voorlopige resultaten zijn veelbelovend.’
Wat leren ze daar over stress?
‘Veel jongeren hebben het idee dat stress per definitie slecht of schadelijk is, terwijl stress ook een belangrijke drijfveer is, het zorgt ervoor dat je aan de slag gaat. In die module krijgen middelbare scholieren les over zaken als: wat is stress? Wanneer is stress gezond en wanneer wordt het ongezond? En: hoe ga je ermee om?’
Er spelen tal van problemen voor jongeren. Woningen zijn onbetaalbaar, techbedrijven vuren verslavende apps op hen af en dan is er ook nog het doembeeld van een opwarmende aarde die hun toekomst op het spel zet. En dan zeg je tegen zo’n jongere: je moet gewoon wat positiever naar de zaak kijken?
‘Al die stressoren roepen de vraag op: hoeveel weerbaarheid kun je in een persoon stoppen? We zien dat cursussen, mits daar de juiste elementen in zitten, effect sorteren. Hoewel het geen enorme effecten zijn, kan het de weerbaarheid vergroten. Maar dat kan niet de enige oplossing zijn, terwijl de buitenwereld je druk oplegt via een prestatiecultuur en je constant ‘aanstaat’ via mobiel en andere apparaten.
‘We moeten de weerbaarheid van jongeren en hun mentale gezondheid versterken door ook op de omgeving in te zetten. Het lastige aan die aanpak is alleen: de ontwikkelingen gaan razendsnel. Die mobiele telefoon is er net en nu steekt AI de kop op, met alle risico’s van dien, zoals desinformatie. Dat maakt ingrijpen lastig, maar ook heel belangrijk. Het moet en-en zijn.’
Een aantal toonaangevende stemmen in het gesprek over de mentale gezondheid van jongeren, zoals Jonathan Haidt, die onlangs werd geïnterviewd in de Volkskrant, wijzen mobieltjes aan als grote boosdoener. Hoe ziet u dat?
‘Ik denk zeker dat er iets is omgeslagen sinds de digitale revolutie, maar we weten nog niet precies welk aspect daarvan de mentale gezondheid beïnvloedt. Is het een gebrek aan slaap dat jongeren minder weerbaar maakt? Of bijvoorbeeld het gebruik van sociale media, waardoor ze zich meer met elkaar vergelijken? Of is er misschien een bepaalde groep die hier kwetsbaar voor is? Dat is nog niet goed onderzocht. Daarom denk ik dat Haidt, die bijvoorbeeld stelt dat jongeren massaal onzeker worden van sociale media, te snelle conclusies trekt.
‘We zien nu wel de eerste onderzoeken verschijnen. Zo lijkt het mobieltjesverbod op scholen vruchten af te werpen. Maar er is nog meer onderzoek nodig over het effect van mobiele telefoons op de mentale gezondheid.’
Hoe zit het met de invloed van de klimaatcrisis? Uit onderzoek van Milieudefensie en Ipsos bleek dat eenvijfde van de jongeren daar stress door ervaart.
‘Voor de meeste jongeren is dat niet de voornaamste bron van stress. Uit een onderzoek waar ik mee bezig ben en dat binnenkort wordt gepubliceerd, blijkt dat voor kinderen bijvoorbeeld de mate van steun uit het gezin veel bepalender is voor hun mentale gezondheid. Samen met de sfeer in de klas, en schooldruk.
‘Juist de directe omgeving heeft dus grote invloed op de weerbaarheid van jongeren en daar moeten we op inzetten. Dat neemt natuurlijk niet weg dat het toekomstbeeld voor de wereld simpelweg niet zo rooskleurig is. Tot voor kort kreeg elke generatie het beter – dat is niet meer zo.’
Geselecteerd door de redactie
Van ‘saai’ en ‘vies’ tot sexy proteïnebommen: hoe (en waarom) bonen weer hip worden gemaakt
Source: Volkskrant