De uitstoot van broeikasgassen beprijzen is niet het wondermiddel dat veel economen ervan maken. Alleen een beleidsmix van meerdere klimaatmaatregelen tegelijk, slaagt erin de uitstoot goed terug te dringen. Als dat al lukt, want vaak haalt klimaatbeleid opvallend weinig uit.
Dat blijkt uit een omvangrijke Duitse analyse in vakblad Science van het klimaatbeleid in 41 landen in de afgelopen twintig jaar. In totaal 63 keer lukte het landen om een duidelijke trendbreuk aan te brengen in hun uitstoot van broeikasgassen. Maar er is niet één recept dat de doorslag geeft.
Van alle klimaatbeleidsmaatregelen die overheden in stelling brengen, had uiteindelijk maar ‘een klein deel’ duidelijk effect op de uitstoot, constateren de onderzoekers, verbonden aan het Potsdam Instituut voor Klimaatonderzoek zelfs. Een nogal ontnuchterende conclusie, vinden ook anderen.
Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech.
‘Dit onderzoek geeft landen een waarschuwing dat hun klimaatbeleid tot dusver maar beperkt effect heeft’, zegt ecoloog Xu Chi van de Nanjing Universiteit in wetenschapsblad Nature. Het huidige klimaatbeleid is dan ook verre van genoeg om de klimaatdoelen van Parijs nog te halen, constateert ook het Duitse team.
Maar klimaatwetenschapper Heleen de Coninck (Technische Universiteit Eindhoven) is na lezing van het onderzoek toch minder somber. ‘De conclusie van dit onderzoek is óók dat beleid werkt. Landen zijn ermee bezig, en dat leidt tot detecteerbare veranderingen in de uitstoot van broeikasgassen. Dat vind ik best positief.’
Bovendien richtten de onderzoekers zich alleen op de echt grote klappers, waarbij de uitstoot van een land opeens een duidelijke knik maakte. Volgens die logica zou bijvoorbeeld Nederland in het geheel geen merkbaar klimaatbeleid hebben gevoerd. ‘Terwijl de emissies bij ons ook met zo’n 30 procent naar beneden zijn gegaan’, zegt De Coninck. ‘Maar dat ging geleidelijker.’
De Duitse resultaten gaan in tegen de gedachte dat er één wondermiddel is voor klimaatbeleid: koolstof steeds verder beprijzen, en het komt vanzelf goed. Wat wél werkt, verschilt per sector en per land. Zo blijken in de industrie en de elektriciteitssector vooral pakketten maatregelen te werken die draaien om hogere prijzen. Terwijl in de gebouwen- en de transportsector met name energielabels en afschaffing van milieubelastende materialen en activiteiten zin hebben.
Opvallende uitzondering zijn belastingen, het enige beleidsinstrument dat soms ook een deuk in een pakje boter slaat zónder allerlei ander beleid. Maar ook daar speelt de context een rol. Zo zijn hogere energiebelastingen effectief in rijke landen, maar veel minder in lagelonenlanden.
Dat de CO2-emissiehandel niet zaligmakend is, verbaast De Coninck niet. ‘De oorzaken van uitstoot zijn heel complex. Bovendien gaan mensen en bedrijven niet altijd voor de goedkoopste optie, en kun je allerlei onverwachte bijeffecten hebben.’
Ze ziet de emissiehandel dan ook ‘meer als een vangnet’, zegt ze. ‘Je stuurt de maatschappij met regulering, innovaties, subsidies en andere ingrepen richting duurzaamheid, en als men toch weer een kolencentrale wil aanzetten, betaal je daarvoor, omdat de prijs van CO2-uitstoot is gestegen.’
Als praktijkvoorbeeld noemt de Duitse groep de plotse afname van CO2-uitstoot in de elektriciteitssector van Groot-Brittannië, in 2015 en 2016. Een direct gevolg van het invoeren van een prijs voor koolstofuitstoot, was destijds de gedachte.
Maar er gebeurde veel meer, constateren de Duitsers. Zo maakte de Britse regering bekend kolencentrales op te willen doeken, stimuleerde men de opwekking van wind- en zonneenergie en kwam er een scherpere norm voor luchtvervuiling.
De afgelopen jaren nam het aantal beleidsmaatregelen rond klimaat overal geleidelijk toe. Het populairst zijn klimaatsubsidies, voorschriften voor milieuvriendelijke technologieën en het omarmen van emissiestandaarden. Bij gebouwen en in de industrie spelen bovendien vernieuwende financieringsmechanismes vaak een rol. Zoals slimme samenwerkingen met bedrijven of banken.
De meeste klimaatklappers turfden de wetenschappers bij gebouwen en in de transportsector. Maar in de elektriciteitssector was het effect het grootst: succesvolle beleidspakketten haalden daar meteen een kwart van de uitstoot af. Vooral in de transportsector gaat dat veel moeizamer.
Pikant detail: het schrappen van fossiele subsidies, een eis waarvoor klimaatactivisten geregeld de straat opgaan, verandert opvallend weinig aan de CO2-uitstoot. In de succesvolle beleidspakketten kwamen de onderzoekers de maatregel maar mondjesmaat tegen, en altijd hooguit als onderdeel van een veel groter pakket. Dat kan erop duiden dat stoppen met fossiele subsidies ‘op zichzelf niet direct voor grote emissiereducties zorgt’, aldus de groep.
‘Heel welkom’, zo duidt De Coninck het nieuwe onderzoek. ‘Er is best veel debat over de vraag hoeveel effect je van welke beleidsmix kunt aantonen. Dit onderzoek vormt een goede eerste aanzet om daar meer greep op te krijgen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant