Met zijn camera en hoogwerker zwierf fotograaf Jeroen Hofman vier jaar lang rond in Zeeland. Hij legde zich toe op het vastleggen van het weidse Zeeuwse landschap, voordat dat straks ingrijpend veranderd is, ‘zoals de landschapsschilders in de 17de eeuw ook deden’.
Het begon met dat houten huisje, een vakantiechalet van zijn oom en tante op Schouwen-Duiveland. Daar en toen, in de jeugd van Jeroen Hofman (47), moet zijn liefde voor Zeeland zijn ontsproten. De lange rit in die veel te warme Ford Escort (airco bestond nog niet) over de eindeloze Zeeuwse wegen; terwijl op een zomerse dag half Nederland in de file stond naar Zandvoort of Scheveningen, was Zeeland een oase van leegte en rust.
Dus toen in 2020 een pandemie de wereld overspoelde en de mens aan een ophokplicht was gebonden, kreeg de landschapsfotograaf het op de heupen. Hij wilde weg van de beklemming die de wereld in z’n greep hield. Naar Zeeland dus, die verlaten uithoek van weleer.
Over de auteur
Jean-Pierre Geelen is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Vier jaar lang zwierf hij er rond, met zijn camera en zijn inmiddels onafscheidelijke hoogwerker, het vehikel waarmee hij eerder de Waddeneilanden van bovenaf vastlegde (Volkskrant Magazine publiceerde in 2022 over zijn serie Eiland, die ook in het Haagse Fotomuseum werd geëxposeerd).
Het waait er naar zijn gevoel nog harder dan op de Wadden, maar dat belette hem niet om met eigen ogen vast te stellen wat een historisch geograaf in zijn boek Zeeland concludeert: ‘Zeeland is volgens mij het enige landschap in Nederland dat de laatste vijftig jaar mooier is geworden.’
Wie vanuit de Randstad de provincie komt ingereden, zal het beeld herkennen: eerst nog langs die deprimerende, grijze, stalen hobbel van Europoort met z’n petrochemische lucht, maar niet lang daarna, voorbij het Haringvliet, gloort de ruimte. De vlakte, de stilte, de vrijheid – vakantie. Niet dat de schoonheid van dat alles zich onmiddellijk aan Hofman prijsgaf: ‘In tegenstelling tot op de Waddeneilanden moest ik in Zeeland langer zoeken naar wilde natuur of een schone horizon’, zegt hij. Zover het oog reikte, zag hij er de grote wieken van windmolens. Zijn verhouding daartoe ontdooide allengs: ‘Waar ik die in het begin nog probeerde te mijden in mijn beeld, ging ik ze later juist waarderen als onderdeel van mijn foto’s.’ En onderdeel van de Zeeuwse mentaliteit, concludeert hij: ‘Hoogspanningsmasten, schoorstenen, windmolens en zelfs een pompeuze kerncentrale – de Zeeuwen doen niet moeilijk over een beetje wildgroei.’
Hofman is bang dat dit landschap over twintig jaar ingrijpend zal zijn veranderd, en hij is niet gerust op een goede afloop. En dus besloot hij dit alles vast te leggen, als een soort nalatenschap uit tijden van vóór de verzilting en de voortwoekerende wildgroei, ‘zoals de landschapsschilders in de 17de eeuw ook deden’. Vanuit zijn onafscheidelijke voertuig, dat verlengde statief op wielen.
Natuurlijk had hij voor het vogelperspectief ook een drone met camera de lucht in kunnen sturen. Maar daarvoor is zijn apparatuur – met 100 miljoen pixels in staat elk detail vast te leggen – veel te kostbaar. Bovendien: ‘Het staan op zo’n hoogwerker is voor mij een manier om het landschap langer op me te laten inwerken.’ Het voordeel: ‘Je hebt alle tijd om te wachten, op het juiste moment, de beste kadrering, de mooiste lichtval.’
Net als bij zijn eilandenserie legt hij de horizon pal in het midden – vrij ongebruikelijk in de landschapsfotografie. Om ‘het kijkdooseffect’ te vergroten, zegt hij. De einder is het rustpunt in zijn beelden. Die kijkdoos biedt een verheven blik op de vlakte beneden en in de verte. Op de zee, het zand, de paalhoofden, de dijken, de schorren, de kreekruggen, het zeekraal. En ja, ook op de windmolens, de straffe, kaarsrechte akkerbanen en de velden vol identieke stacaravans op rij. Maar zelfs in de meest desolate vergezichten schuilt een feestelijk gevoel. Want in elke pixel parelt de ziel van Zeeland. Gevangen in het licht waarvoor schilders als Piet Mondriaan, Jan Toorop en Jacoba van Heemskerck al naar Walcheren kwamen.
Ook Hofman zal er vast nog komen, louter voor de lol. Zijn professionele fotografenoog staat inmiddels gericht op de kust van Den Haag, van Wassenaar tot Kijkduin. Daar ontrolt zich een fascinerende wereld, het krioelt er van de surfers en beachvolleyballers. Want sinds Wad en Zeeland weet hij: ‘Met de zee in de buurt kun je heel oud worden.’
Het boek Zeeland wordt gepresenteerd op het fotofestival Unseen, van 19 tot 22 september in de Westergasfabriek in Amsterdam. Het boek is voor € 64,50 verkrijgbaar via uitgeverij Hannibal Books. De foto’s worden geëxposeerd bij galerie Wouter van Leeuwen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant