Thrillerschrijver Anya Niewierra brak door met De Camino en ook haar nieuwe boek De nomade staat weer boven aan de bestsellerlijsten. Dat het genre hier zo laag in aanzien staat, vindt ze onbegrijpelijk.
‘De thriller wordt in Nederland in bepaalde kringen als lager gezien dan de roman, het genre wordt door sommigen zelfs lectuur genoemd, geen literatuur. Terwijl je juist over enorme vaardigheden moet beschikken om een spannende thriller te schrijven’, zegt bestsellerauteur Anya Niewierra (1964), die in 2021 doorbrak met De Camino en van wie onlangs de literaire thriller De nomade verscheen.
‘De Nederlandse miskenning van de thriller verbaast mij. Een deel van het jaar verblijf ik in ons vakantiehuis in Frankrijk, in de Pyreneeën, hier in Limburg woon ik op de grens met Duitsland en heb ik Duitse vrienden, onder wie de schrijver Rolf Toman. Als je in Frankrijk zegt dat je thrillerschrijver bent, dan stijg je in achting, want dat vinden ze daar het meest complexe en moeilijkste genre, de Fransen beschouwen de Odyssee van Homerus niet voor niets als de eerste en oudste thriller.
‘Ook in Duitsland staat de thriller in hoog aanzien. Als grenslander werd ik na mijn thrillerdebuut in 2013 geconfronteerd met de Nederlandse vooringenomenheid ten opzichte van de thriller, die ik tot op de dag van vandaag volstrekt niet kan plaatsen. Want als iets moeilijk is, dan is het wel om een thriller te schrijven.’
Over de auteur
Laura de Jong is boekenredacteur bij de Volkskrant. Zij interviewt Nederlandse en internationale schrijvers over hun nieuwste werk, zowel fictie als non-fictie.
Waarom precies?
‘Houd de spanning er maar eens 125 duizend woorden in. Dat is lastig. En probeer maar eens zo veel mogelijk met weinig woorden te zeggen. De thriller staat dicht bij de vertelvorm zoals die al werd gebruikt in de klassieke oudheid, in mythen en sagen. Die verhalen beginnen vaak met een gebeurtenis, en de lezer moet de held volgen om aanwijzingen te verzamelen die tot de oplossing of de waarheid leiden.
‘De thriller betrekt de lezer nauw bij het zoekproces. Dat vergt concentratie en daarom moet je als schrijver ook voorzichtig zijn met uitweiden, dat leidt af van het doel. Je moet ook geen supercomplexe zinnen schrijven, maar juist met weinig woorden zo veel mogelijk proberen te zeggen. Het zo sober mogelijk houden, maar toch sprekend.
‘In tegenstelling tot romanschrijvers, die kunnen meanderen en eindeloos scènes kunnen schrijven die geen sleutelrol spelen, moet je als thrillerschrijver een veel strakkere planning en discipline volgen om het verhaal rond te maken. Om de aandacht van de lezer geen seconde te verliezen. Dat is moeilijk.’
Waaraan merkt u die miskenning van de thriller?
‘Sneren naar ons genre in literaire katernen en columns. Dat een thriller – De Camino dus – de NS Publieksprijs had gewonnen, werd de dag na de ceremonie in de ‘Smaakmatrix’ van Het Parool geplaatst in het vak ‘Lowbrow’ en ‘Verschrikkelijk’. Dat de Vlaming Jan Vantoortelboom in diezelfde week de Boekenbon Literatuurprijs had gewonnen, werd geplaatst in het vak ‘Highbrow’ en ‘Briljant’. Thrillers worden daarnaast zelden besproken in dagbladen. En waarom mogen thrillers niet meedingen naar de Libris Literatuurprijs, alleen maar omdat er ‘thriller’ op het omslag staat?’
Zou u dat dan graag willen?
‘Nou, ja, ik denk dat het wel gepast is, want er is een groot lezerspubliek voor thrillers. Het is de meest gelezen boekvorm.’
Niewierra brak afgelopen jaar record na record met haar thrillers. Van De Camino verkocht ze tot nu toe 375 duizend exemplaren; het was het bestverkochte Nederlandse fictieboek van 2023. Ook haar nieuwe boek De nomade staat, sinds het in mei verscheen, onafgebroken in de top-5 van de Bestseller 60. Haar thrillers spreken zowel mannen als vrouwen aan, blijkt uit lezersonderzoek van haar uitgever. ‘Het is precies fiftyfifty, dat komt niet vaak voor bij thrillers.’
Niewierra groeide op in het Limburgse Kerkrade. Thuis werd het Ripuarisch gesproken, een Kerkraads-Akens-Keuls dialect. ‘Dat is de taal waarin ik denk en droom. Het Ripuarisch is een heel rijke taal, met veel woorden. Het Nederlands is mijn aangeleerde taal, dat leerde ik vanaf mijn 6de op school’, zegt Niewierra met Limburgse tongval. Inmiddels woont ze met haar man in de gemeente Gulpen-Wittem.
U bent naast schrijver ook algemeen directeur van Visit Zuid-Limburg, voorheen de VVV. Hebben toeristen door dat ze met de bestverkochte schrijver van Nederland te maken hebben als ze bij u komen?
‘Haha, ik denk het niet. Maar ik zie niet veel toeristen, ik zit in een bestuursrol. Ik zit vooral aan tafel met wethouders, burgemeesters en grote ondernemers om duurzaam toerisme in Zuid-Limburg te ontwikkelen. Het is heel beleidsmatig: waar worden wel of geen routes aangelegd? Welke investeringen horen daarbij? Gaan we mobiliteitsinitiatieven nemen? Ik denk na over het bredere toeristische beleid.
‘Tijdens mijn werk praat ik zelden over mijn schrijverschap. Dat is een gescheiden wereld. Ik belandde op mijn 28ste in deze directiefunctie, in mijn tijd was ik de jongste VVV-directeur van Nederland. Ik heb alles bereikt en gedaan wat in het toerisme te bereiken valt, en waanzinnig mooie avonturen beleefd.
‘Ik ben pas later, op mijn 49ste, gedebuteerd als schrijver. Het schrijverschap komt bij mij voort uit een innerlijke drang om verhalen te vertellen. Want anders doe je dat niet vijftien jaar naast een baan. Dat houd je niet vol. In elk geval niet naast het type baan dat ik heb.’
U hebt vanwege uw werk in de toeristische sector veel marketingervaring. Heeft u die kunnen inzetten voor uw schrijverschap?
‘Niet bij het schrijfproces. Maar bij de verkoop ben ik wel iemand die meekijkt en meedenkt. Ik maak bijvoorbeeld, net als bij projecten voor Visit Zuid-Limburg, een planning met een factsheet. Dus op een A4’tje geef ik de essentie, premisse, verhaallijn en belangrijkste quote van het boek kernachtig weer, zodat je in een oogopslag ziet waar het om gaat.
‘Bij Visit Zuid-Limburg maken we altijd een ‘customer journey’, zodat je bij elke fase van het besluitvormingsproces van de gasten ziet welke ‘touchpoints’ of marketingactiviteiten je moet inzetten. Dat heb ik ook voor mijn boeken gedaan. Ik heb gekeken naar het besluitvormingsproces van een klant als hij een boek koopt. Dat gaat van ‘awareness’ creëren, het boek reserveren, het kopen, het leesproces, tot het aanbevelen aan iemand anders. Dus heel concreet welke acties je moet inzetten om het optimale resultaat te behalen.
‘Dat customer-journeymodel heb ik ingebracht bij mijn uitgever. Dat was er niet, want dat is typisch iets van het toeristische vakgebied. De toeristische sector is harder en commerciëler dan het boekenvak. Ik ervaar de boekenwereld als een warm bad, als ik kijk naar wat ik meemaak in het toerisme, haha!’
Niewierra’s nieuwste thriller De nomade, waarvan sinds mei al meer dan zestigduizend exemplaren zijn verkocht, gaat over de 37-jarige documentairemaker Olga Liebke, die met haar dementerende vader in de bossen van het Duitse Harz-gebergte woont. Opeens vertelt haar vader verhalen die zich afspelen in Oost-Pruisen en ontdekt ze verborgen documenten uit de Sovjet-Unie. Langzaam maar zeker komt Olga erachter dat haar achtergrond heel anders in elkaar steekt dan haar altijd is verteld. De thriller speelt zich af in Polen, Litouwen en Belarus.
U draagt De nomade op aan uw opa, Otto Emil Niewierra. Hij kwam oorspronkelijk uit Oost-Pruisen.
‘Ja, ik ben een kwart Baltisch. Van jongs af aan vroeg iedereen: ‘Niewierra, wat is dat voor naam?’ Maar veel wist ik er niet over. Mijn opa heb ik nooit gekend, hij stierf toen mijn vader 1 jaar was. En mijn vader was een rasechte Limburger. Hij is nooit in Oost-Pruisen geweest, hij had zoiets van: nee, dat is het verleden. Daarbij was dat gebied lang hermetisch afgesloten, door het IJzeren Gordijn. Tot mijn 58ste had ik er geen interesse in. Het heeft tot 2023 geduurd voordat ik er voor het eerst naartoe ben gegaan.’
Wat was dan de aanleiding voor het schrijven van dit boek?
‘De vliegtuigkaping in Belarus in 2021. Dat was een grote schok in de toeristische sector, dat zoiets kon gebeuren: een vliegtuig dat vertrok vanuit Griekenland, met als bestemming Litouwen, veranderde van koers door ingrijpen van de Belarussische autoriteiten en maakte een tussenstop in Minsk, om zo een kritische journalist op te pakken die in dat vliegtuig zat.
‘Het luchtruim is iets heiligs. Maar nu werd een vliegtuig aan de grond gezet om een appeltje met iemand te schillen. Toen ik het hoorde, wist ik meteen: mijn volgende boek gaat hierover. Ik keek op de kaart en zag hoe het vliegtuig was omgeleid. Toen pas realiseerde ik me hoe dicht Oost-Pruisen ook bij Belarus ligt. Zo ben ik me erin gaan verdiepen en kwam alles samen, ook met mijn eigen achtergrond.
‘Mijn opa is als 18-jarige, in 1922 na de Eerste Wereldoorlog, naar Aken getrokken. Oost-Pruisen lag tijdens de oorlog deels in de frontlinie en veel was dus beschadigd. Het gebied leed onder de herstelbetalingen die volgden op het Verdrag van Versailles. Er heerste grote armoede. Mijn opa was een erudiete man en zag geen toekomst meer in Oost-Pruisen. Hij wilde een nieuw leven beginnen. En in die tijd was er veel werk in de mijnen. In een muziekwinkel in Aken ontmoette hij mijn oma, zij was musicus. Ze werden op slag verliefd en zijn getrouwd. Hij is vervolgens in de mijnen van Kerkrade gaan werken. Maar hij stierf toen hij begin 30 was.’
Uw vader was toch ook mijnwerker?
‘Ja, met 14 jaar moest hij ook in de mijnen werken. Hij wilde studeren maar dat mocht niet, want hij was een mijnwerkerskind. Hij vond het verschrikkelijk, maar omdat hij zo slim was, heeft hij zich kunnen opwerken tot chef planning. Toen de Dominiale Mijn in 1969 dichtging, kon hij een studiebeurs krijgen.
‘Dat betekende dat wij als gezin tijdelijk op bijstandsniveau moesten leven. In drie jaar tijd heeft hij bouwkunde in Heerlen gestudeerd, en later is hij architect geworden. Het is dus goed gekomen, maar ik heb als kind wel armoede gekend. Ik ben kreupel geboren, mijn voet was helemaal vergroeid. Dat moest met klemmen en beugels worden rechtgezet. Mijn schoenen waren voor mijn ouders grote uitgaven, ze knipten het leer bij de tenen weg, zodat ze nog even konden wachten met het kopen van nieuwe schoentjes.
‘Later, tot de middelbare school, moest ik aangepaste stalen schoenen dragen. Ik heb veel operaties gehad, mijn linkervoet kan ik nog steeds niet goed bewegen, die staat stijf. Ik kan niet goed op hakken lopen, maar ik ben inmiddels wel hardloper. Je ziet het nog een beetje als je erop let. Maar ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand er iets over zei. Het heeft ook geen negatieve effecten gehad. Het heeft me al jong geleerd om op mezelf te staan.’
In De nomade schrijft u gedetailleerd over de dementie van Olga’s vader. Hoe kwam u daarop?
‘Toen ik aan dit boek begon, verzorgden mijn man en ik mijn zwaar dementerende moeder, zij woonde bij ons. Naast de kaping was dat de andere trigger voor dit verhaal. Mijn moeder begon, net als Olga’s vader in het boek, verhalen te vertellen over de oorlog, waar mijn zusje en ik niks van wisten. Ingewikkeld in zo’n situatie is dat je niet meer kunt checken of ze waar zijn. De verhalen lijken waar, maar je twijfelt ook steeds, het is ongrijpbaar. Dat gevoel heb ik willen beschrijven in De nomade. Het verhaal begint dus met de vader die verhalen gaat vertellen die niet lijken te kloppen.’
U staat bekend om het uitgebreide onderzoek dat u doet. Hoe gaat u te werk?
‘Voor dit boek heb ik ruim een jaar onderzoek gedaan, veel gelezen over het gebied, podcasts geluisterd en mensen gesproken. Laima Andrikienė, de voormalig Litouwse minister voor Industrie, Handel en Economische Zaken, ken ik persoonlijk. Zij nodigde me uit naar Vilnius te komen en stelde me later voor aan de aartsbisschop. Met hem sprak ik over de ziel van de mens tijdens de Sovjettijd. Dus ik dompel me onder en op een gegeven moment vormt zich een verhaal.’
Het is een complex verhaal. Hoe bouwt u dat op?
‘Ik werk eerst het plot uit en dat bespreek ik met mijn uitgever. Vervolgens pas ik hier en daar wat aan en ga ik de hoofdstukken uitwerken. Soms leidt het verhaal me ergens anders naartoe. En dan ga ik kijken wat dat betekent voor de andere relaties in het verhaal. Ik heb in mijn leven veel strategische visies moeten schrijven over Limburg in mijn hoedanigheid als VVV-directeur, en dat is even complex als een boek, hoor. Dan moet je met allerlei factoren rekening houden: met de landbouw, met de natuur, met de economie, met de cultuur. Dus ik ben gewend om complexe stukken te schrijven.’
Werkt u nauw samen met uw uitgever bij het schrijfproces?
‘Ja, dat vinden wij allebei prettig. En ik ben natuurlijk gelimiteerd in mijn tijd. Dus ik spar in een zo’n vroeg mogelijk stadium met mijn uitgever. Dat geeft me tijd, en ik kan meteen door. Zij hebben de uitgeefexpertise en deskundigheid. Daarnaast ben ik het gewend om collega’s te hebben. Ik zie de mensen bij Luitingh-Sijthoff ook als mijn collega’s. En ik overleg steeds met hen, van: ‘Goh, ik kom hier niet uit. Hoe zie jij dat?’ Ik zie ze als een verlengstuk van het bedrijf ‘Schrijver Niewierra’, we zijn een team.’
Maar voelt het dan wel helemaal als uw eigen boek?
‘Het is mijn boek, maar het is ook het boek van een aantal mensen bij Luitingh-Sijthoff. Voorop mijn redacteur Maarten Basjes, maar ook mijn externe redacteur Lili de Ridder. Vooral Maarten denkt vanaf het begin met alles mee.’
Voor u is schrijven dus geen eenzaam proces.
‘Nee, ik ben voortdurend aan het sparren. Zodra ik de hoofdstukindeling af heb, ga ik schrijven. Hier in Zuid-Limburg in de weekenden. En in ons huis in de Pyreneeën sluit ik me twee, drie weken af. Dan schrijf ik 30 procent van het boek. Dat zijn mijn vakanties. Ik ben gestopt met reizen voor de lol. Ik reis nog steeds, maar met een doel: voor de VVV en voor het schrijverschap. Ik ga niet meer op ontdekkingstocht, zoals ik vroeger deed.’
Vanwege het klimaat?
‘Ja. Onze sector is met name vanwege de luchtvaart verantwoordelijk voor een groot deel van de CO2-emissies, maar ik vond ook dat in die verre bestemmingen alles op elkaar begon te lijken, door mechanismen vanuit het toerisme. Ik was midden in de jungle in Costa Rica, waar ik mezelf via Google Maps vanuit de hemel op aarde zag lopen. En toen dacht ik: waar is hier nog het avontuur? Het is allemaal zo geïnstitutionaliseerd en toerisme-gefaciliteerd. Dat voelt voor mij niet meer als reizen. Dus dat doe ik niet meer. En als ik eerlijk ben, vind ik reizen door mijn hoofd het avontuurlijkste dat ik ooit heb gedaan.’
Anya Niewierra brak door bij het grote publiek met De Camino – winnaar van de NS Publieksprijs, boek van het jaar 2023 en bekroond met een Gouden Boek – dat al ruim twee jaar in de bestsellerlijsten staat. Eerder won ze met zowel De Camino als Het bloemenmeisje de Hebban Thrillerprijs. De nomade, haar nieuwste thriller, stond meteen na verschijnen op nummer 1 in de Bestseller 60. Haar boeken zijn verkocht aan Amerika, Engeland, Spanje, Catalonië, Italië en Polen.
Anya Niewierra: De nomade; Luitingh-Sijthoff; 384 pagina’s; € 23,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant