Home

Met een enkeltje vertrok je uit het ouderlijk huis. Nu slalom je over de Amsterdamse fietspaden

Aan het Amsterdamse wegennet heb ik heel mijn hart voor altijd verpand. De eerste vonken sloegen over in de verkeersveilige Bijlmer, waar de auto’s afgezonderd op de verhoogde dreven reden. Via de vele onderdoorgangen kon je op zaterdagochtend vroeg met je broertjes naar de bieb fietsen terwijl je vader erachteraan holde. En als je geen boetes kreeg voor te laat ingeleverde boeken, mocht je daarna nog even tegen elkaar racen op de verder lege fietspaden langs de Amsterdam Arena.

Doordeweeks werd er gefietst naar school in het nabije Diemen; bij slecht weer bracht de gezinsauto uitkomst. Na groep acht stapte je over op de metro, in je eentje, al ging je vader de eerste keer nog mee. Met een paspoortachtig boekje stak je jarenlang de zonegrenzen over. Het GVB-abonnement kon soms verlopen, dan kreeg je een strippenkaart mee. Maar uit gewoonte liep je na de schooldag de stempelautomaat op Amsterdam Zuid straal voorbij. Een keer mocht je, eenmaal in Zuidoost, pas doorlopen van de boa’s nadat je een boete had gekregen.

Later was het onbezorgd forenzen van en naar de universiteitsbieb en de collegezalen aan de grachten; Amsterdam vulde je gedachten. Op donderdag ging je gratis met de metro naar de binnenstad voor alle lichtjes ’s avonds laat op het plein. De nachtbus terug werd helaas niet gedekt door het studentenreisproduct.

Na een keer helemaal naar de klote te zijn gegaan, ontwaakte je ’s ochtends op de eindhalte, station Bijlmer Arena. Een meneer die net een respectabelere nachtdienst achter de rug had, ontfermde zich over je. Bij deze barmhartige Amsterdammer kon je de rest van je roes uitslapen, tot je weer vastberaden en heldhaftig genoeg was voor de metro.

Uiteindelijk vertrok je met een enkeltje uit het ouderlijk huis. Nu slalom je over de Amsterdamse fietspaden langs toeristen en blinkende glasscherven in de zon. De metro neem je nog vooral richting je ouders, om je moeder bijvoorbeeld naar haar afspraken te rijden met je vaders auto. Dat zijn trips down memory lane over de overgebleven dreven in de gerenoveerde Bijlmer. Maar pas op: de flitscamera’s zijn zeer gevoelig voor nostalgisch racende jochies.

In de mooiste stad van het land dromen alleen de bomen hoog boven ’t verkeer; de rest moet scherp als glas zijn. Zo bleef je afgelopen zondag even wachten tot een politieauto voorbij was gereden, om met de scooter een ieniemieniestukje af te snijden via het fietspad. Even verderop dook diezelfde wagen toch op in je zijspiegel.

Je kreeg te horen dat doorgaans alleen bestuurders zonder rijbewijs zo verdacht lang stilstaan. Uit pure spanning biechtte je meteen de werkelijke overtreding op. De wouten schoten in de lach en vervolgden onverrichter zake hun weg. Zelf reed je ook verder, met de bevestiging dat niemand zich beter kan wensen dan een Amsterdammer te zijn.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next