Het is zover: Nederland telt 18 miljoen mensen en de ruimteclaims stapelen zich op; meer woningen, meer ruimte voor bedrijven, natuur, recreatie. Tijd voor een zorgvuldige inrichting van de ruimte en de moeilijke keuzes die daarbij komen kijken.
Vorige week verwelkomde Nederland zijn 18 miljoenste inwoner. Een feestelijk moment? Voor deze nieuwe inwoner in ieder geval wel, in Nederland is het uitstekend leven. Om dat zo te houden vraagt deze mijlpaal tot bezinning op de inrichting van ons land.
Zeker nu het aannemelijk en gewenst is door te groeien naar 20 miljoen, zo stelt de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen. Voor al die mensen zijn woningen nodig en we willen we ook meer ruimte voor bedrijven, meer voor recreatie, waterberging, windmolens en natuur.
Over de auteurs
Ward Rauws is universitair hoofddocent planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Peter Pelzer is universitair hoofddocent planologie aan de de Universiteit Utrecht. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Willen we te veel op dit ‘kleine stukje aarde’? Niet per se. Veel deltagebieden in de wereld zijn dichtbevolkt. Bovendien laten steden als Parijs, Wenen en Kopenhagen zien dat het goed wonen is in buurten met vijf of zes woonlagen. In onze steden is dus nog volop ruimte om te verdichten, zoals nu in Merwede in Utrecht of de Sluisbuurt in Amsterdam gaat gebeuren.
Ook functies combineren biedt kansen. Rokende fabriekspijpen zijn op veel bedrijventerreinen verdwenen, waardoor sporten, uitgaan en wonen daar mogelijk wordt. Hetzelfde geldt voor een extensieve landbouw, waar voedselproductie gecombineerd kan worden met natuur en klimaatadaptatie.
Toch stellen wij dat verdichten en combineren niet voldoende is om de ruimtelijke puzzel van Nederland opnieuw te leggen. De Nederlandse ruimtelijke ordening is weliswaar wereldberoemd, maar zit ook vast in een diepgeworteld idee van beheersing en maakbaarheid. Echter, dynamische en deels onvoorspelbare maatschappelijke en klimatologische veranderingen vragen juist om een aanpasbaar gebruik van de ruimte. Om dat mogelijk te maken zijn nieuwe, aanvullende spelregels voor de inrichting van het land noodzakelijk.
Spelregel 1: durf ruimteclaims weg te halen
Terwijl er voortdurend ruimteclaims bijkomen, hebben we het nauwelijks over wie of wat ruimte moet inleveren. Voorstellen om puzzelstukjes weg te halen ontbreken, waardoor de puzzel als geheel niet meer past en met een schreeuwend woningtekort, een stikstofcrisis en zoetwatertekorten als gevolg.
Het inleveren van ruimte is altijd pijnlijk, denk aan de boerenprotesten toen een reductie van de landbouw werd geopperd. Toch zullen we als maatschappij keuzes moeten maken. Aanpassen gaat over renovatie en innovatie, maar net zo goed over achterlaten of afbreken. Minder aansprekend, wel minstens zo belangrijk.
Achterlaten of afbreken lukt beter als er zicht is op een alternatieve en verleidelijke toekomst. Neem Tata Steel, al jaren een hoofdpijndossier vanwege de slechte luchtkwaliteit in de regio en de hoge CO2-uitstoot. Er zijn argumenten om van de Hoogovens een groene staalfabriek te maken: strategische autonomie en behoud van werkgelegenheid. Maar daarbij laten we misschien ook een kans liggen: een prachtige IJmondstad waar veel toekomstige Nederlanders kunnen wonen.
Spelregel 2: ruimteclaims hebben een tijdshorizon
Een andere hardnekkige gewoonte is het tijdloos plannen, waarbij de problemen en wensen in het hier en nu immer voorop staan. Dat het gewenste gebruik van de ruimte door de tijd kan verschuiven wordt genegeerd, dat geldt zowel voor het bezit van grond als de bestemming daarvan. Het tweede principe gaat daarom over het ‘tijdigen’ van ruimteclaims.
De Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur stelde recentelijk dat tijdelijkheid een sleutel kan zijn in de omgaan met klimaatverandering. Bijvoorbeeld door een locatie een bestemming te geven met een tijdshorizon, iets wat nu al kan maar weinig wordt gedaan.
Zo kunnen we anticiperen op toekomstige ruimtebehoeften, bijvoorbeeld door locaties langs rivieren alleen tijdelijk een bestemming te geven, zodat we hier over veertig jaar water kwijt kunnen. Bovendien stimuleert het tijdelijk maken van ruimteclaims ook allerlei ontwerpoplossingen, zoals modulair of drijvend bouwen.
Spelregel 3: we beslissen democratisch over de lange termijn
De ruimtelijke puzzel is een langetermijnopgave. Het aanleggen van nieuwe stations, wegen en voorzieningen of de ombouw naar nieuwe vormen van landbouw duurt met gemak tien tot twintig jaar, en de aanpassing op zeespiegelstijging gaat in termijnen van vijftig à honderd jaar.
Het lukt nog niet om democratie en langetermijnafweging goed te combineren. Ingewikkelde dilemma’s over de lange termijn sneuvelen snel op het hakblok van vooral door incidenten gedreven politiek en media.
We moeten dus zoeken naar aanvullende vormen van maatschappelijke beraadslaging, waarin ruimtelijke verdelingsvraagstukken worden gewogen. Bijvoorbeeld een burgerberaad, waarin een kleine groep burgers zich vastbijt in een onderwerp. Of neem de Participatie Waarde Evaluatie van Populytics, waarin een representatieve groep van 2.400 burgers werd gevraagd naar hun wensen voor de verdeling van de ruimte in Nederland.
In een land van 18 miljoen mensen verdienen de zorgvuldige inrichting van de ruimte en de moeilijke keuzes die daarbij komen kijken veel meer aandacht. De ruimtelijke puzzel is ingewikkeld maar gaat ons allemaal aan. Nu én in de toekomst. Nieuwe spelregels zullen ons daarbij helpen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant