Een vraag die mij geregeld gesteld wordt, is waarom ik zo laat naar bed ga, soms geformuleerd als: ‘Wat was je toch allemaal aan het doen, nog? Ik snap het gewoon niet.’
De trend is bovendien: steeds later. Tien jaar geleden vond ik het gemiddeld rond half 1 wel welletjes, waarna ik er een punt aan ging zuigen, opdat ik me klokke enen te rusten kon leggen. Red ik anno 2024 niet meer. De mediaan is opgeschoven naar... kwart voor 2? (Wel in bed al, hoor, de punt zit er dan aan.)
‘Maar? Wat is daarop uw antwoord?’
‘Misschien.’ Nee, onzin. Ik moet de reconstructie maar eens maken. Ook om het zelf helder te krijgen. ’s Nachts voert dat te ver, dan is het te laat voor analyse, laten we niet door de 2-uurgrens schieten, dan komt de drie in de klok en mag de fles open. Greep ik in Enschede wel naar, toen ik nog voor Groenman werkte, mijn ouwe chef. Wekkerangst hield me wakker, ik ontkurkte om half 3 een fles champagne, pang, de schuimende slaapmuts, maar dat werkt niet, van champagne word je vrolijk, zo vrolijk dat ik rond vieren Groenman ging zitten mailen, een heel epistel ter aankondiging dat ik later ten kantore zou verschijnen – ik moet die mail nog ergens hebben...
Ja! Hotmail, trouwe lobbes. In spijkerschrift: ‘...tik aan voor de lunch hoor, present, dat wel. Geen zorgen. En nog bedankt, hè, kerstmannetje, voor de heerlijke, burp, champagne! Toastjes met brie eveneens in goede orde ontvangen, werk ze alvast, laterz, groetjes aan de rest, hè, doei, en excuses natuurlijk, tot strakjes, nu zzzzzz!’
Afijn, wat gebeurt er toch, ’s nachts. In de vooravond, als ook de echte mensen nog wakker zijn, wil ik per se mijn quotum halen, veertig pagina’s in een boek (gisteren Nicht Bette, van Balzac), maar door gelummel (Lionel Messi, top-20 Goals for Argentina, hou op, kap ermee, vermorzel dat ding, keil tegen een muur), kom ik op achterstand, en moet ik, nadat Atoomklokje om 23.20,altijd op dat tijdstip, ongelooflijk, richting de sponde is, gruwelijk aanpoten, soms, om niet in slaap te vallen, staande naast de leeszetel.
Gisteren was ik rond 00.40 uitgelezen. (Apart werkje, Cousin Bette, het Parijs dat Balzac schetst is volledig verworden, iedereen is uit op elkaars geld en pakt elkaars geliefden af. Nou ja, geliefden... een perverse bende, dat boek, echt zeldzaam. Beeldspraak geregeld groots, een portier die voor de gunst van een baron ‘Christus voor de tweede keer gekruisigd zou hebben’. Diepe buiging.
Maar dan, hoe verstrijkt er nog een uur? Leg dat nou eens uit.
Oké, eerst de vaatwasser in- en uitruimen, niet optioneel. Kan alleen met een podcast, gisteren Arnout Brouwers die Oekraïne duidt, dodelijk deskundig en dus teleurgesteld in ons, westerlingen. Ook in mij. Dan: de was ophangen. Maar nog aan het centrifugeren. Oké, eerst schuifdeur naar de tuin afsluiten. Lijkt eenvoudig, maar de sleutel moet er met Gods hulp inglijden. Lukt nooit meteen, die sleutel blijft tussen de tien en twintig keer halverwege het slot steken. Iedere avond. Moet ik hem er van buiten in doen, daar helemaal omdraaien, en binnen opnieuw proberen. Vijf minuten, iedere nacht.
Wasmachine nog niet klaar. Beetje vloeken en rondhangen. Wat blijkt: sokjes. Miljard zwarte, korte sokjes. Ik ken verder niemand met zo veel sokjes. Onmogelijk dat Arnout Brouwers zo veel zwarte sokjes heeft.
Inmiddels ruim na enen: laptop afsluiten. Hele procedure, sla ik over. Kan ik Arnout noch Zelensky aandoen. We betreden om half 2 de slaapkamer. Je zou zeggen: tandenpoetsen, in de loopgraaf, maar zo werkt het niet, want ik ben vergeten de groenbak buiten te zetten. Moet dus letterlijk ‘nog naar buiten met de groenbak’.
Sleutel herhaalt zich. Terug in grafkelder: een mug én een bromvlieg. Redden we dat in 25 minuten?
Nee.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns