Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Noël van Bemmel ziet hoe Indonesië buitenlandse werknemers probeert te werven, maar het hen tegelijkertijd knap lastig maakt.
Weinig landen zijn zo gastvrij als Indonesië en weinig landen doen zo hun best expats te weren. Een vreemde contradictie die veel zegt over dit complexe land. Loop over straat in een Javaanse provinciestad of bezoek een dorp op Kalimantan of de Molukken en de ogen van bewoners lichten op: wat leuk, een buitenlander! ‘Selamat datang Pak (welkom meneer)! Waar komt u vandaan? Waar gaat u naartoe? Heeft u al gegeten?’ Als de bezoeker ook nog twee zinnen Indonesisch stamelt, heet je al snel mas – broer - en moeten er selfies worden gemaakt.
Over de auteur
Noël van Bemmel is correspondent Zuidoost-Azië voor de Volkskrant. Hij woont op Bali.
De sfeer is anders op vakantie-eiland Bali waar bewoners al een tijdje schoon genoeg hebben van halfnaakte westerlingen die dronken op hun scooter stappen en soms illegaal bijklussen als yogacoach of surfleraar. Buitenlanders die wel een woon- en werkvergunning aanvragen, doorgaans gestationeerd in de hoofdstad Jakarta, ervaren een belangrijke keerzijde van Indonesië. Die van Byzantijnse bureaucratie en torenhoge administratiekosten. Zelf heb ik een speciale assistent in dienst om tijdig te voldoen aan alle verzoeken van achttien ministeries, de sociale verzekeringsbank en de Belastingdienst.
Niet gek dus, dat er maar 138 duizend buitenlanders aan het werk zijn in Indonesië (cijfer 2023). Een verwaarloosbaar aantal afgezet tegen 275 miljoen inwoners: 0,05 procent. Ter vergelijking: Thailand telt 5,5 procent buitenlandse werknemers, Singapore 30 procent en Nederland 8,5 procent. Expats in Indonesië zijn voornamelijk Chinese vaklieden die in de mijnbouw werken of havens en spoorlijnen aanleggen. Gevolgd door Japanners, Zuid-Koreanen en Indiërs die als managers in fabrieken of bij dienstverleners werken. Westerlingen zijn zeldzaam in de statistieken van het ministerie van Werkgelegenheid.
De meeste expats in Zuidoost-Azië kiezen liever voor Singapore of Bangkok: goede infrastructuur en minder bureaucratie. Ik merk het verschil, als ik daar voor een reportage naartoe ga. De sfeer is er internationaler, meer naar buiten gericht. Tot verdriet van de Indonesische president Joko Widodo die al tien jaar probeert meer buitenlandse investeerders en kennis naar zijn land te lokken. Maar zelfs hij heeft niet alle ministeries en parlementariërs aan een lijntje. De protectionistische krachten blijken taai. Komt door de koloniale tijd, opperen sommigen. Indonesiërs zouden geen zin hebben bevelen van buitenlanders uit te voeren. Komt door de oligarchen, zeggen anderen. Die invloedrijke families werden steenrijk dankzij de afwezigheid van buitenlandse concurrentie en dat houden zij graag zo.
1 à 2 miljoen expats aan het werk in Indonesië, daar doomt de Kamer van Koophandel van. Vooral om hightechsectoren als AI (kunstmatige intelligentie) of elektrische voertuigen te stimuleren. ‘We hebben mondiaal talent nodig om te leren hoe dat moet’, stelde een afdelingshoofd eind vorig jaar op een economisch forum.
Hij wordt gesteund door de Wereldbank die in ontwikkeling zijnde landen (ex-kolonie of niet) adviseert zoveel mogelijk buitenlandse kennis binnen te halen om te kunnen concurreren. Om tegenstanders milder te stemmen, berekende de Kamer dat iedere expat zo’n twintig tot dertig banen op in de vorm van huishoudsters, assistenten, onderwijzers en horeca oplevert. Dat zijn dus minstens 20 miljoen extra banen voor laag- tot middelbaar opgeleide Indonesiërs.
Dus telt de luchthaven van Bali sinds kort een nieuw loket met rode loper: Golden Visa staat er in feestelijke letters. Alsof je de fabriek van Willy Wonka nadert. Voor buitenlanders met een uitzonderlijk talent of die bijvoorbeeld bereid zijn 350.000 dollar in Indonesische obligaties te steken. Het eerste Gouden Visum ging naar de Amerikaanse AI-pionier Sam Altman; ook de Koreaanse coach van de nationale voetbalploeg kreeg er een.
Vorige week stond de aankomsthal weer tjokvol: links de vakantiegangers met hun toeristenvisum, in het midden een plukje Indonesiërs met hun groene paspoort, rechts de lege Willy Wonka-poort. Ik waag het er op, zonder enige kennis van AI, en de immigratieambtenaar tovert een grote glimlach tevoorschijn: ‘Welkom terug, pak.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant