Home

Nieuw onderzoek laat zien: meer stikstof veroorzaakt grotere verstoring van de biodiversiteit

Niet alleen op losse proefveldjes van biologen, ook op grote schaal verstoren stikstofverbindingen de natuur. Van een afstandje bezien geldt in heel West-Europa de vuistregel: hoe meer stikstofuitstoot, des te meer dat de biodiversiteit van planten schaadt.

Dat constateren Europese wetenschappers onder leiding van ecoloog Fons van der Plas (Wageningen Universiteit), na heranalyse van 765 proefvelden verspreid over ruim 140 natuurgebieden in negen landen. Van alle soorten planten gaat 40 procent achteruit als de hoeveelheid stikstof ter plekke toeneemt. Slechts 1,5 procent van de soorten heeft baat bij meer stikstof.

Directe aanleiding voor het onderzoek, vertelt Van der Plas, is de storm van kritiek op de stikstofwetenschap die vorig jaar opstak, in de nasleep van het kritische boek De Stikstoffuik van wetenschapsjournalist Arnout Jaspers. Een van de kritiekpunten: op kleine, afgezette stukjes proefgrond zien biologen de plantenrijkdom bij stikstofneerslag veel méér verpieteren dan op grotere schaal.

Over de auteur

Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech.

‘Dat verbaasde me’, vertelt Van der Plas. ‘En het verdient nader onderzoek. Want wat je ziet gebeuren op een stukje natuur zo groot als een tafelblad, hoeft daarbuiten niet per se zo te zijn.’ Misschien verdwijnen bepaalde plantensoorten wel toevallig in het omheinde stukje natuur, terwijl ze verderop lustig verder groeien.

Maar ook bij elkaar genomen is de schade van stikstofverbindingen overduidelijk, tonen de wetenschappers nu, in vakblad Global Change Biology. ‘Wat je ziet op kleine schaal, zie je ook op grote schaal’, zegt Van der Plas. ‘En het effect is niet triviaal. Als je je zorgen maakt over biodiversiteitsverlies, zul je iets moeten doen aan de hoeveelheid stikstof.’

Preciezer: 1 kilogram stikstof per hectare per jaar extra vertaalt zich op heischrale graslanden – grasland met kruiden en hier en daar struiken –uiteindelijk naar gemiddeld zo’n 0,6 soorten minder. In een deelanalyse van 27 plantensoorten die significant veranderden, was er maar één die van extra stikstof profiteerde: het liggend walstro (Galium saxatile). Onder de verliezers bevinden zich ook plantjes die in ons land bedreigd worden of kwetsbaar zijn, zoals de betonie en de blauwe knoop.

Minder vlindersoorten

Dat is waarschijnlijk nog maar een fractie, reageert desgevraagd hoogleraar milieu en duurzaamheid Jan Willem Erisman (Universiteit Leiden), na inzage in het onderzoek. ‘Als je op landschapsschaal kijkt, denk ik dat de veranderingen door stikstof groter zijn dan uit deze studie blijkt. Dat de voedselvoorziening in de bodem is aangetast, of dat het aantal vlindersoorten teruggaat in aantal, dat zie je niet in een studie naar plantensoorten terug.’

Afgezien daarvan vormt het Wageningse onderzoek een ‘sterke herbevestiging’ dat de soortenrijkdom lijdt onder de stikstofuitstoot van verkeer, industrie en landbouw, zegt Erisman. De cijfers zelf werden jaren geleden al, anders opgedeeld, gepubliceerd door de Britse hoogleraar plantenecologie Carly Stevens.

Wat geldt voor heischrale graslanden zal ook gelden voor sommige andere landschapssoorten, verwacht Van der Plas. Zo wijzen de onderzoekers erop dat ook in Europese en Amerikaanse bossen de ondergroei van kruiden en struiken steeds eenvormiger wordt.

Dat onderzoeken in grotere gebieden soms mínder soortenverlies laten zien, kan volgens Van der Plas gezichtsbedrog zijn. ‘Wat ik vermoed, is dat het hier vaak gaat om onderzoeken in gebieden waar van nature minder groeit, zodat je grotere plots nodig hebt. Alleen zijn zulke gebieden eerder uitzondering dan de regel.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next