Home

Dossiers van ‘foute Nederlanders’ tijdens de Tweede Wereldoorlog worden uitgesloten van zoekmachines

Na kritiek van nabestaanden van ‘foute Nederlanders’ past het Nationaal Archief plannen aan voor het vrijgeven van honderdduizenden dossiers van collaborateurs in de Tweede Wereldoorlog. De miljoenen pagina’s aan documenten zijn voorlopig niet doorzoekbaar via Google en andere zoekmachines.

De initiatiefnemers laten er geen twijfel over bestaan: het grootste oorlogsarchief van Nederland moet digitaal raadpleegbaar worden. De half miljoen papieren dossiers zijn weliswaar bij het Nationaal Archief in Den Haag al langer te bekijken, maar digitalisering is noodzakelijk om de kennis over de Tweede Wereldoorlog onder jongeren levend te houden. De Archiefwet schrijft bovendien voor dat de documenten per 1 januari 2025 sowieso openbaar moeten worden.

Over de auteur
Maartje Geels is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Toch verloopt dat proces niet zonder slag of stoot. Nabestaanden van ‘foute Nederlanders’ zeiden eerder voor de consequenties te vrezen wanneer de dossiers – die onder meer bestaan uit getuigenverslagen, lidmaatschapskaarten van de NSB en rechtbankstukken – voor iedere Nederlander straks vanaf de bank doorzoekbaar zijn.

Niet alleen oorlogsmisdadigers

Eerder besloot de speciale projectgroep van onder meer het Nationaal Archief, het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis al dat er context moet komen bij de documenten. Dat gebeurt op verschillende niveau’s: zo zijn er video’s in de maak waarin wordt uitgelegd hoe lezers het archief, officieel het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), moeten begrijpen.

Dat is volgens projectleider Edwin Klijn nodig omdat het duiden van de archiefstukken best lastig kan zijn. Zo gaat het niet alleen om documenten over oorlogsmisdadigers en NSB’ers, maar ook over onschuldigen of ‘de lichte gevallen’, te denken aan de Nederlandse vrouwen die een relatie aanknoopten met Duitsers.

Zijn projectteam, genaamd Oorlog voor de Rechter, stuitte bijvoorbeeld op een dossier van een puber, die zich na een ruzie met zijn ouders aanmeldde bij de Waffen-SS, de militaire tak van de SS. Enkele weken later trok hij zich onverrichter zake terug. Toch is de tiener in de stukken terug te vinden.

Vier kilometer aan papier

Ook worden de teksten voorzien van lemma’s. ‘Bij namen van organisaties zoals de Waffen-SS komt straks een paar regels uitleg te staan’, licht Klijn toe. ‘Maar we gaan ook proberen om de rechtsgang uit te leggen. Wat is een dagvaarding, wat een proces-verbaal? Ook dat is nodig om de dossiers goed te kunnen begrijpen’.

De context wordt geautomatiseerd toegevoegd. Klijn: ‘We hebben de stukken machineleesbaar gemaakt dus we kunnen die lemma’s eenvoudig toevoegen. Het voordeel is dat de teksten straks op woordniveau doorzoekbaar zijn’.

Klijn spreekt van een uiterst bijzonder project. In het CABR zijn gegevens over 425 duizend mensen opgenomen. Het bevat 30 miljoen pagina’s en bijna vier kilometer aan papier. ‘Naar mijn weten heeft geen enkel ander land zo’n omvangrijk Tweede Wereldoorlog-archief over collaboratie, waarin ook zoveel lichte gevallen zitten. De meeste archieven bevatten alleen de zwaardere zaken, denk bijvoorbeeld aan de Neurenberg-archieven.’ (In Neurenberg stond de nazitop vanaf 1945 terecht)

Ethische dilemma’s

De openbaring en digitalisering plaatste Klijns projectgroep voor ethische dilemma’s. Daarom werd al vroegtijdig een ethisch beraad in het leven geroepen, waarin zowel nabestaanden van ‘foute’ Nederlanders als familieleden van slachtoffers en verzetsdeelnemers plaatsnamen. ‘Dan hoor je hele verschillende geluiden en we hebben de middenweg gekozen’, stelt Klijn.

De openbaarmaking roept bij verschillende groepen emoties op. In de Volkskrant pleitte de Stichting Werkgroep Herkenning, die nabestaanden van foute Nederlanders vertegenwoordigt, afgelopen april voor een stapsgewijs proces. Het project komt nu aan die wens tegemoet. ‘Oorspronkelijk wilden we doorlopend publiceren. Maar we maken nu pas op de plaats, we willen eerst kijken wat er gebeurt’, reageert Klijn.

De dossiers worden komend jaar in fases gepubliceerd: in januari verschijnt het eerste deel online. Het gaat dan bijvoorbeeld om zwaardere zaken die door een gerechtshof of tribunaal werden behandeld en waarvan de inhoud in veel gevallen al bekend is. Klijn verwacht dat die het minste impact zullen hebben. Na een half jaar vindt een evaluatie plaats: hoe wordt er in de samenleving gereageerd?

Tegen het zere been

Dat laatste is tegen het zere been van het Centraal Joods Overleg (CJO). De koepelorganisatie nam naast de Stichting Werkgroep Herkenning deel aan het ethisch beraad. ‘Dat de dossiers gefaseerd worden gepubliceerd is logisch: het is onmogelijk om alles ineens online te krijgen. Maar die aangekondigde evaluaties tussendoor storen ons’, reageert CJO-voorzitter Chanan Hertzberger. ‘We zijn bang dat uiteindelijk stukken zullen worden tegengehouden. Hiermee wordt niet geluisterd naar nazaten van de slachtoffers van de oorlog, maar naar nazaten van de foute Nederlanders. Daar heb ik moeite mee.’

Vanwege de maatschappelijke functie komt het hele archief wat het CJO betreft online, zonder uitzonderingen. Hertzberger: ‘We leven in een spannende tijd, laat ik het zo zeggen. Het is belangrijk dat mensen zelf kunnen onderzoeken waarom een gewone Nederlander destijds besloot een ander voor 7,50 gulden te verraden. Het archief geeft daar inzicht in’.

Klijn voegt daaraan toe: ‘Digitalisering van dit enorme archief duurt sowieso tot 2027. De inzet van het project is en blijft dat het volledige archief online raadpleegbaar is tegen die tijd.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next