Home

Deze twee Nederlanders gingen het helemaal maken in Hollywood. Niet dus. ‘Je staart je blind op zo’n deal’

De korte horrorfilm Meet Jimmy van David-Jan Bronsgeest en Tim Koomen zou een volwaardige Amerikaanse speelfilm worden, dat was de droomdeal die ze sloten. Ze hielden er een ‘diepe, dikke depressie’ aan over. Én de Nederlandse slasher Jimmy.

‘Iedereen die we spraken zei: dit kán niet misgaan.’ De Nederlandse regisseur David-Jan Bronsgeest (38) kijkt met gemengde gevoelens terug op het moment waarop hij met scenarist Tim Koomen (37) leek door te breken in Hollywood. In 2019 stonden ze op het punt om hun eigen korte Nederlandse horrorfilm Meet Jimmy uit te werken tot Hollywoodspeelfilm, onder de vlag van de grote Paramount-studio.

‘Dan klonk het: jullie krijgen Michael Bay als producent. Hij is God bij Paramount. Die heeft met zijn Transformers-films mil-jar-den verdiend en doet jullie film er gewoon even bij. Die 15 tot 20 miljoen dollar die ze straks aan jullie gaan uitgeven zijn voor dit bedrijf peanuts.’

Het leek slechts een kwestie van tijd voor alle seinen op groen kwamen te staan. Maar het liep anders.

Over de auteur

Berend Jan Bockting schrijft sinds 2012 voor de Volkskrant over film.

Gefnuikt avontuur

Ze zijn talrijk, de verhalen over filmmakers uit den verre die met succes hun geluk beproeven in Hollywood. De mislukte pogingen worden minder vaak gedocumenteerd. Terwijl daar minstens even wijze, zo niet wijzere lessen uit te trekken zijn.

Sterker nog, hun gefnuikte Hollywoodavontuur stelde Bronsgeest en Koomen in staat om terug op Nederlandse bodem alsnog op eigenzinnige wijze hun speelfilmdebuut te maken. Het resultaat, Jimmy, is in hun woorden ‘de Nederlandse Scream’: een uitbundige slasher over een vriendinnengroep die een grimmig geheim bij zich draagt, een mogelijk bovennatuurlijke werelden oproepende podcast en een tbs’er die de groep gestaag uitdunt. Maar om dit voor elkaar te krijgen maakte het tweetal in een paar jaar tijd buitengewoon hoge pieken en diepe dalen mee. De totstandkoming van Jimmy – afgelopen weekend te zien op Lowlands, vanaf donderdag in de Nederlandse bioscopen en in oktober ook op Amazon Prime – klinkt haast als een film op zich.

In een hotellobby in Amsterdam vertellen ze over hun Amerikaanse filmdroom, die niet leek te kunnen mislukken. Over hoe dat eigenlijk gaat, vrij hoog op de ladder van de Amerikaanse filmindustrie een film van de grond proberen te krijgen. En hoe uit een enorme teleurstelling en een ‘diepe, dikke depressie’ toch iets moois kon ontstaan.

Hun wereld op z’n kop

In 2018 lag de wereld even aan hun voeten. Bronsgeest en Koomen, drie jaar eerder samen afgestudeerd aan de Nederlandse Filmacademie met de orgaandiefstalthriller Broker, waarvoor ze de Nederlandse Hollywoodacteur Yorick van Wageningen hadden gestrikt, bleven na hun studie samenwerken. Ze vielen gauw op met hun 7 minuten durende horrorfilm Meet Jimmy. In die korte speelduur etaleerden ze hun kunnen met een tot de verbeelding sprekend concept: wat als een truecrimepodcast over een seriemoordenaar in staat blijkt met bovennatuurlijke krachten de argeloze luisteraar slachtoffer te maken van precies die seriemoordenaar?

Ze wonnen een pitchwedstrijd op het Imagine Film Festival in Amsterdam, waar ze een vakjury overtuigden van hun plan de korte film uit te bouwen tot speelfilm. Tijdens een daaropvolgende pitch in Canada werd hun wereld op z’n kop gezet. De horrorfilmscenario’s schrijvende broers Michael en Shawn Rasmussen introduceerden de Nederlanders bij hun management: een dag later stelde dat management voor om Meet Jimmy bij alle grote Hollywoodstudio’s aan te bieden.

Na verkennende gesprekken met Spider-Man-regisseur en horrorliefhebber Sam Raimi en het succesvolle Blumhouse-horrorlabel (van onder meer Get Out en Paranormal Activity), sloot de grote Hollywoodstudio Paramount een ogenschijnlijke droomdeal met de Nederlanders, samen met Platinum Dunes, het productiehuis van Michael Bay. Ze voelden zich overweldigd. ‘Er werd na het tekenen van het contract een muur om ons heen gebouwd’, zegt Koomen. ‘Agenten, managers en advocaten hadden het vanaf dat moment voor het zeggen. Onze korte film was geselecteerd voor meerdere internationale filmfestivals, maar moest overal worden teruggetrokken.’

Bronsgeest: ‘Ergens best zonde. We keken er zó naar uit onze film te laten zien. Opeens mocht niemand kijken.’

Koomen: ‘Natúúrlijk trek je je korte film terug als je de kans krijgt een Amerikaanse feature te maken. Maar terugkijkend denk ik: je staart jezelf blind op zo’n deal.’

‘Sorry, jouw idee wordt ’m niet’

Toen begon wat Bronsgeest en Koomen omschrijven als: Het Proces. Koomen kon als onervaren Nederlander in de ogen van de studio wel wat assistentie gebruiken en werd gekoppeld aan twee Amerikaanse scenaristen, de gebroeders Rasmussen, eerder zo behulpzaam in het wegwijs maken in filmstudioland. Bronsgeest zou regisseren. De Rasmussens hadden net het scenario voor het lekker pulperige alligators-tijdens-een-orkaan-horrorhitje Crawl (2019) geschreven en konden een potje breken bij de studio. De samenwerking begon op afstand: de broers werkten vanuit Los Angeles, Bronsgeest en Koomen bleven in Nederland.

Dat ging niet goed. ‘De broers duwden steeds een van de twee naar voren om met mij te overleggen’, zegt Koomen. ‘Bij alles wat ik inbracht, zei die: dit ga ik met mijn broer bespreken. En dan tijdens de volgende meeting: sorry, jouw idee wordt ’m niet. Ze hadden hun eigen fort gebouwd. Het was niet zo prettig.’

Bronsgeest: ‘Dit is niet de film die we willen maken, zeiden we al gauw. De hele truecrimethematiek was eruit.’

Het was de tijd waarin de Netflixdocumentaireserie Making a Murderer (2015-2018) een enorm succes bleek en streamingplatforms naarstig op zoek gingen naar meer seriemoordenaars om langlopende series over te maken. Met hun oorspronkelijke scenario wilden Bronsgeest en Koomen de entertainmentwaarde van zulke documentaires aan de kaak stellen: hoe komt het dat moordenaars tot idolen worden verheven en wat zegt het over ons dat we deze verhalen zo gretig verslinden? Koomen: ‘Daarin vonden we elkaar totaal niet. Dit werd een rechttoe, rechtaan B-horrorfilm, dat voelde je.’

Bronsgeest: ‘Dan vraag je je af: hoe kunnen twee Amsterdamse boys daar toch een beetje invloed op krijgen?’

Kutscript

Het vliegtuig naar Los Angeles riep. Van hun spaargeld konden ze het daar zo’n drie maanden uitzingen. Ze huurden een appartement en mochten aan tafel bij de producenten: peilen hoe bij de studio werd gedacht over de richting waarin het scenario werd gebogen. Bronsgeest: ‘Ze leken deze situatie echt vervelend voor ons te vinden, maar ze wilden ook een nieuwe versie van de broers Rasmussen afwachten. Zo rommelden we verder, versie na versie. Maar het scenario werd niet beter.’

De deadline van Paramount was inmiddels overschreden. ‘We voelden aan alles: als de producenten dit script inleveren, zijn we onze film kwijt’, zegt Bronsgeest. ‘Dit is een kutscript, het heeft niets te maken met onze droom.’

Koomen: ‘Toen werden álle scenaristen ontslagen, die broers en ik.’

Terug in Nederland bleven ze via hun eigen horrorproductiebedrijfje Bloodrave aan het filmproject verbonden als co-producent. De studio zocht een een nieuwe scenarist, Bronsgeest zou nog altijd regisseren. Evan Daugherty werd gestrikt, scriptschrijver van de recente Tomb Raider.

Eindelijk, daar gaan we

In de hoop het proces te bespoedigen belde Bronsgeest met zijn agent Scott Henderson, een vooraanstaand vertegenwoordiger in het Amerikaanse filmgilde, die bijvoorbeeld ook de belangen van de succesvolle regisseur James Wan (Saw, The Conjuring) behartigt. ‘Geef me een kans, zei ik. Ik hou van de Amerikaanse filmtaal en heb écht het idee dat-ie uit mijn vingers kan komen. Even wachten, zei hij, het is bijna zover.’

Het was maart 2020. Een week voor de eerste coronalockdown draaiden Bronsgeest en Koomen in afwachting van het nieuwe Jimmy-script een nieuwe korte film, Mr. Lonely, over een boeman die zich tegoed doet aan de eenzaamheid van zijn slachtoffers. Die film belandde óók in handen van Amerikaanse studio’s: Spyglass Entertainment (met grote genrehits als The Sixth Sense en Scream) en Phantom Four van scenarist David Goyer (The Dark Knight). Koomen: ‘Ze boden een vergelijkbare deal als met Meet Jimmy, waardoor het als filmnieuwtje misschien wat minder werd opgemerkt.’ Ondertussen kwam het nieuwe script voor Jimmy binnen. Bronsgeest: ‘Dat was goed! Er zat veel humor in. De studio belde mij ook meteen: hoe ik de stijl van de film voor me zag. Ik dacht: daar gáán we, eindelijk!’

Genadeklap, diepe val

De genadeklap kwam onverwacht. Bronsgeest: ‘Ashley Brucks, een executive van de studio en de eindbaas van dit hele gebeuren, voelde hem toch niet. Moest er wéér een nieuwe schrijver komen.’ Maar de kosten begonnen op te lopen. Het tweetal wist inmiddels: een ervaren scenarist die in Hollywood wordt gevraagd voor een rewrite van een speelfilm factureert al gauw twee ton. Bronsgeest: ‘Paramount heeft écht veel in dit project geïnvesteerd. Ze leken er al die tijd in te geloven. Maar nu zeiden ze: we willen niet meer. We kregen onze filmrechten terug.’

Ze vielen diep, midden in de voortwoekerende pandemie. Er kwamen verzoekjes van andere, kleinere productiehuizen voor horrorscenario’s, maar een film kwam niet van de grond. Koomen werkte een tijdje als fitnessinstructeur, Bronsgeest legde zich toe op de regie van videoclips en commercials. Ze moesten mentaal en financieel aansterken.

Ze worstelden met allerlei vragen. Hadden ze het in Amerika anders kunnen doen? Waren ze te direct geweest, te Nederlands, in hun communicatie? ‘Ze schrokken in het begin heel erg als we ergens met passie op reageerden’, zegt Koomen. ‘En tegelijk waardeerden ze onze energie. Het was soms lastig laveren.’

Bronsgeest: ‘Het opportunisme van de Amerikaanse zakenmentaliteit was wennen voor ons. Ze zijn niet bewust bezig met je aan het lijntje houden. Er steekt geen kwaad in. Het gaat van: we hebben wat geld voor scriptontwikkeling, we gaan samen aan de slag en we kijken of het lukt. Dat doen ze tegelijk met twintig anderen, maar je voelt je net zo groot, net zo belangrijk.’

Sterven van optimisme

Valt hier een les uit te trekken? ‘Ik ga niet gauw meer thuis zitten dromen van succes omdat iemand heeft gezegd dat ik de nieuwe David Fincher kan worden’, zegt Bronsgeest. ‘De grootste valkuil is het moment waarop je in dat soort kreten gaat geloven. Ze zeggen niet voor niets dat Los Angeles de stad is waar mensen sterven van optimisme.’

Achteraf zijn ze wellicht te snel een deal aangegaan. Bronsgeest: ‘Je hoort de namen van geïnteresseerde studio’s en regisseurs en denkt: we gaan nú tekenen. Als ik terugkijk, zou ik tegen onze zes jaar jongere versies willen zeggen: doe even rustig twee stapjes terug.’

Langzaam raakten ze weer op dreef in Nederland. Filmmaker Martin Koolhoven meldde zich met een project voor de VPRO – Koolhoven presenteert – waarvoor hij jonge tegendraadse filmmakers zocht om middellange genrefilms te maken. Bronsgeest en Koomen leverden het grimmige en visueel krachtige Binary, waarin een trans vrouw in gevecht gaat met haar innerlijke demonen. Begin dit jaar draaide de film op het filmfestival van Rotterdam en verscheen hij op tv.

En op de een of andere manier bleef Jimmy ze al die tijd achtervolgen. ‘Op een gegeven moment besloten we het script toch weer open te breken’, zegt Koomen. ‘Gewoon omdat we het een vet idee bleven vinden.’

De Nederlandse distributeur Splendid toonde interesse. Daar zag men in Jimmy een horrorfilm voor een potentieel groot publiek. Bronsgeest: ‘We hebben óók veel liefde voor populaire slasherfilms.’ Koomen: ‘Ik heb niet voor niets een tatoeage van Scream op mijn arm.’ Nog één keer begon hij een herschrijfsessie: de zesde en laatste versie van het scenario.

De crux: Splendid werkt samen met Amazon Prime en het streamingplatform bedacht in februari van dit jaar dat Jimmy een ideale Halloweenrelease zou zijn, aanstaande oktober. Opeens stond de bioscooppremière twee maanden daarvoor gepland. ‘We hadden zes maanden om onze film te maken’, constateert Bronsgeest.

Volbloed Nederlandse Jimmy

Veel tijd om de situatie te overwegen was er niet. Eigenlijk wisten ze meteen dat dit dé kans was waar ze al die tijd op hadden gewacht. ‘We hadden op dat moment zo vaak de belofte gekregen dat onze film sowieso gemaakt zou worden. Nu kregen we daadwerkelijk een productiebudget en besloten we ervoor te gaan.’

En als ze dan toch een volbloed Nederlandse Jimmy maken, dachten ze, moet de Nederlandse cultuur maximaal worden vertegenwoordigd. Koomen: ‘Als horrorscenarioschrijver vraag je je dan af: wat is onze collectieve angst? We zochten naar de true crime in Nederland. Anne Faber die door een tbs’er werd vermoord. De man die zijn kinderen verstopte in de boerderij in Ruinerwold.’ Ook rond het effect van de momenteel populaire en beruchte designerdrug 3-MMC (ook wel ‘poes’ of ‘miauw’) werd een scène opgetuigd.

Het aantal draaidagen was met 15 stuks extreem beperkt. Voor het productiebudget gold hetzelfde: 585 duizend euro. De ‘hoge stresslevels’ die de productie daardoor veroorzaakte waren vijf jaar geleden ongetwijfeld te veel geweest, denken ze. Maar nu lukte het. Hun Amerikaanse avontuur heeft ze stevig gepantserd.

En juist daarom koesteren ze geen wrok. De Rasmussens worden op de aftiteling van Jimmy zelfs bedankt. Koomen: ‘Ik vind oprecht dat we veel van die periode met de broers hebben geleerd. Hoe te navigeren in een lastige business. Hoe een film wordt ontwikkeld. We zijn daardoor betere filmmakers geworden.’

Bronsgeest: ‘We zijn voor mijn gevoel ook helemaal niet weg-weg uit Amerika. We zouden op een gegeven moment graag een nieuwe poging wagen. Het was ergens ook wel een romantische tijd. Ook met die downfalls. We leefden voor even een jongensdroom.’

Toch nog naar Amerika

Binary, de middellange film die Bronsgeest en Koomen vorig jaar maakten voor een genrefilmproject van Martin Koolhoven en de VPRO, is onlangs geselecteerd voor Fantastic Fest in Austin, het grootste genrefilmfestival van de Verenigde Staten. Dat brengt de Nederlandse filmmakers weer onder Amerikaanse aandacht en belooft aan de horizon mogelijk weer ‘iets moois voor het hele Amerika-verhaal’, zegt Koomen. In Hollywood ligt immers nog steeds hun korte film Mr. Lonely (2020) te wachten op een speelfilmversie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next