Home

Opinie: Het is hoog tijd dat er een kinderrechtentoets komt in de Vreemdelingenwet

De 11-jarige Mikael dreigt uitgezet te worden naar Armenië en dat leidt tot veel stress, wat slecht is voor zijn ontwikkeling. Het Nederlandse migratierecht houdt te weinig rekening met het belang van kinderen.

Mikael en Ariana zijn de recentste gezichten van het Nederlandse migratiebeleid. Eerder leerden we al Howick en Lili, Sahar, Mauro en Nemr kennen. Deze kinderen waren verwikkeld in jarenlange migratieprocedures en stonden na langdurig verblijf voor de dreiging gedwongen terug te moeten keren naar het land van herkomst of dat van hun ouders.

Voor kinderen zoals Mikael en Ariana, het 10-jarige meisje dat dreigt te worden uitgezet naar Oezbekistan, is er echter geen regeling meer die hun perspectief op verblijf biedt, zoals eerder het generaal pardon, het kinderpardon of de afsluitregeling van het kinderpardon. Deze regelingen hadden tot doel om gewortelde kinderen te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van gedwongen uitzetting na langdurig verblijf in Nederland. Deze regelingen waren nodig omdat kinderrechten een marginale rol spelen in het migratierecht.

Over de auteurs

Elianne Zijlstra is universitair hoofddocent Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Erik Scherder is hoogleraar Klinische Neuropsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Gedwongen terugkeer naar het land van herkomst is vaak schadelijk voor de ontwikkeling van gewortelde of hier geboren kinderen. Ze voelen zich Nederlands, ze hebben hun identiteit hier gevormd en vrezen de dreigende breuk met alles wat hun vertrouwd is.

Wetenschappelijke studies laten zien dat gedwongen terugkeer naar een onbekend land vaak gepaard gaat met ernstige ontwikkelingsproblemen. Gedwongen uitzetting naar het land van herkomst betekent veelal dat kinderen van een voor de ontwikkeling verrijkte omgeving naar een verarmde omgeving gaan. Juist deze grote overgang geeft grote ontwikkelingsrisico’s.

Verschillende wetenschappelijke studies laten zien dat na gedwongen terugkeer het kinderen ontbreekt aan onderdak, inkomen, zorg, sociaal netwerk en/of passend onderwijs. De manier waarop de gedwongen uitzetting vorm krijgt, blijkt traumatisch en vergroot hun kwetsbaarheid. Ze worden onverwacht in alle vroegte door de politie opgehaald, ze hebben kort de tijd hun spullen te pakken en er is geen tijd om afscheid te nemen. Vervolgens worden ze in detentie geplaatst alvorens ze op het vliegtuig naar het land van herkomst worden gezet.

Kinderen als Mikael en Ariana ervaren een grote mate van stress en uitzichtloosheid. Van chronische stress zijn de schadelijke effecten op de hersenen alom beschreven. Juist op die netwerken die een rol spelen bij uitvoerende functies zoals goed kunnen plannen, het reguleren van gedrag en emoties, en ook het geheugen heeft hieronder te lijden.

Dat zijn hersenfuncties die nodig zijn om te leren na terugkeer, waarmee ze zich staande moeten houden en om zich aan te passen aan een nieuw land, een nieuwe taal en nieuwe leefgewoontes. Kinderen hebben tijd nodig om tot ontwikkeling te komen, tijd die deze kinderen niet krijgen. Als een kind gedwongen wordt zich sneller dan normaal te moeten gaan aanpassen en ‘volwassen’ moet worden omdat de nieuwe omstandigheden dat vereisen, zie je dat de druk nadelig werkt op de normale ontwikkeling van de hersenen.

Danielle Braun maakte vorige week in Trouw de vergelijking met kinderen van expats om de impact van gedwongen terugkeer op gewortelde kinderen te relativeren. De vergelijking met deze groep kinderen gaat echter op veel fronten mank. Expats verhuizen vrijwillig, gepland en nietnaar een verarmde omgeving.

Ze groeien veelal op in toereikende fysieke, sociale en economische omstandigheden, met ouders in goede conditie en in staat om zorg te bieden voor hun kinderen. Ze leven in internationale gemeenschappen en er zijn voldoende financiële middelen om kinderen (vaak privaat en internationaal) onderwijs te laten volgen, passend bij hun ontwikkelingsniveau.

In migratieprocedures wordt het ontwikkelingsbelang van kinderen niet of nauwelijks gewogen, terwijl het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties voorschrijft dat het belang van het kind een eerste overweging moet zijn bij alle besluiten die hun leven raken. Het VN-Comité voor de Rechten van het Kind benadrukt dat een beslissing nooit in het belang van het kind kan worden genomen als het kind zelf niet gehoord is en meegenomen is in de beslissing.

In het jeugdbeschermingsrecht zijn de belangen van kinderen een centraal uitgangspunt. Waarom worden dezelfde normen niet toegepast in het migratierecht?

Het is hoog tijd dat er een kinderrechtentoets in de Vreemdelingenwet komt en dat aan belangen van kinderen zwaarder gewicht wordt toegekend dan nu het geval is. Hierdoor zijn kinderen niet afhankelijk van pardonregelingen. Ze verdienen dezelfde bescherming en zorg die we aan alle kinderen in Nederland toekennen.

We moeten voorkomen dat kinderen die hier geworteld zijn, gedwongen worden teruggestuurd naar onzekere en voor hun ontwikkeling risicovolle omstandigheden. Alleen door het instellen van een echte kinderrechtentoets in het migratierecht kunnen we recht doen aan hun belangen, en wordt de roep om nieuwe pardonregelingen overbodig.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next