Een huis vol is misschien wel het engste programma op de Nederlandse televisie. Pure horror, iets anders kan ik er niet van maken. Gezinnen met zeven, acht, soms negen (!) kinderen. Uit het intropraatje: ‘We volgen vier gezinnen met HEEL VEEL kinderen.’ In een van de gezinnen werd zelfs ingezet op nóg een zwangerschap. Adem in, adem uit.
De aantrekkingskracht van het programma – met inmiddels achttien seizoenen - is niet moeilijk te verklaren. Niets zo escapistisch als kijken naar het ongewone. En het programma zit goed in elkaar, met veel empathie voor de gezinnen, en zonder geforceerde avonturen of gekkigheid. Meestal zijn het gewoon ‘dagen uit het leven van’, maar dan met continu gekrakeel in huis, chaos aan de eettafel en een dagelijkse logistieke hel. Doodeng om naar te kijken, maar wat een heerlijk geruststellende gedachte dat je zelf alleen op de bank zit met een afstandsbediening.
Over de auteur
Alex Mazereeuw schrijft voor de Volkskrant over film en televisie en is eens in de vijf weken tv-recensent.
Aan emotionele televisie sowieso geen gebrek bij de publieke omroep, daar we dinsdagavond ook de tweede aflevering zagen van Redding na de ramp (WNL), waarin Welmoed Sijtsma haar innerlijke Derk Bolt loslaat, en overlevenden van grote rampen (denk tsunami in Azië, vuurwerkramp in Enschede) probeert te herenigen met de mensen die eerder hun leven hebben gered.
Het is het type programma dat gretig rept over ‘gewone Nederlanders met ongewone verhalen’, waarbij Sijtsma met veel pathos de ramp reconstrueert, om vervolgens toe te werken naar het hoofdmenu: de grote Emotionele Hereniging. Dat de traantjes moeten stromen, blijkt wel uit de extreem dramatische muziekkeuzen. Huilen zul je!
De verhalen van betrokkenen zijn zonder twijfel indrukwekkend, maar toch heeft het programma op momenten ook iets onbedoeld geestigs. Hoewel de aanloop naar de hereniging wordt gepresenteerd als een monsterklus, komt het toch vooral neer op Sijtsma die heel ernstig door een krant bladert, of gaat googelen naar informatie. En een brandweerman in Enschede is nu ook weer geen pleegouder uit Zuid-Amerika.
En dan bleek de grote hereniging in de tweede aflevering ook nog eens anders te verlopen dan gehoopt in dit format. De ontmoeting tussen Gaël, die als 14-jarige jongen zwaargewond raakte bij de vuurwerkramp, en de brandweerman die hem redde, begon als volgt:
‘Lang geleden joh.’
‘Ja, echt lang geleden.’
‘Hoe is het met je?’
‘Ja goed!’
‘Ja, doet me deugd.’
‘Ja, mooi.’
Slachtoffer en redder bleven gezellig doorkeuvelen, terwijl Sijtsma op de achtergrond bleef loeren of er toch nog traantjes kwamen.
De ontmoeting leek misschien een nuchtere anticlimax, maar was daardoor juist aandoenlijk, en indirect een commentaar op overdadige herenigings-tv zoals we die kennen uit programma’s als Spoorloos en Hello Goodbye. Zoals we ook zien in Een huis vol, zit in het ongewone juist vaak iets heel gewoons en geruststellends. Daarbij hoef je echt niet altijd geforceerd op zoek te gaan naar die snik.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns