Het vorige kabinet deed onvoldoende om het acute mestprobleem op te lossen. Hadden we nou maar een nieuw kabinet met effectievere plannen.
Het is alweer negen maanden geleden dat paniek toesloeg in het kabinet en de Tweede Kamer. In december dwong de Europese Commissie – die jarenlang een oogje had toegeknepen – Nederland om nu echt minder mest te gaan uitrijden. Het Nederlandse oppervlakte- en grondwater bevat al jaren veel te hoge concentraties nitraat en fosfaat, voor een belangrijk deel het gevolg van het overvloedige gebruik van meststoffen in de landbouw.
De rekening voor het afvoeren van overtollige mest – naar het buitenland of naar een mestverwerkingsfabriek – kan oplopen tot tienduizenden euro’s per jaar, te veel voor nogal wat melkveehouders. Een reeks faillissementen werd gevreesd. ‘Alarmfase één’, waarschuwde de NSC-fractie in de Tweede Kamer. ‘De sector staat in de fik’, treurde de BBB. En dienstdoend minister Adema? Die kondigde een plan aan dat erop neerkwam dat duizenden boeren vanaf begin dit jaar minder mest over hun land zouden mogen uitrijden.
Tot zover het plan. De Raad van State zette deze week de cijfers even nuchter op een rij. In 2023 scheidde het Nederlandse vee via de mest 147 miljoen kilogram fosfaat uit. Als het eerste kwartaal illustratief is voor de rest van 2024, komt de uitscheiding dit jaar op 147,5 miljoen kilogram. De uitscheiding van stikstof via de mest – dat andere hoofdpijndossier van de veehouderij – stijgt dit jaar overigens met 4 miljoen kilogram.
Dat is, zacht gezegd, allemaal niet wat de Europese Commissie bedoelde. Maar dat wist Adema zelf ook wel. Daarom kwam hij in het voorjaar met een verder uitgewerkt plan met rigoureuzere maatregelen, die dan in elk geval in 2025 en 2026 effect moeten krijgen. Veehouders die hun ‘dierrechten’ – het recht een bepaald aantal koeien, varkens of kippen te houden – verkopen, moeten straks 30 procent van die rechten inleveren. Ook stelde hij voor een nieuwe uitkoopregeling voor veehouders open te stellen.
De Raad van State toonde zich deze week niet onder de indruk en wijst erop dat de mestplannen – ook volgens de berekeningen van het ministerie zelf – nog steeds niet voldoen aan de Europese normen. De Raad adviseert de minister dringend beter te motiveren hoe Nederland onder het mestplafond kan blijven en daartoe aanvullende maatregelen te nemen.
Er is één, niet onbelangrijk, probleem: Adema is er niet meer. Het hele ministerie van Landbouw is sinds vorige maand in handen van de BBB-bewindslieden Femke Wiersma en Jean Rummenie. Wiersma kondigde vlak voor het politieke zomerreces aan dat zij de plannen van Adema gaat herzien. Maar waarschijnlijk niet om ze aan te scherpen. Integendeel: partijleider Van der Plas verzette zich fel tegen Adema: ‘Hij moet gewoon stoppen met boeren uitkopen!’
Let wel: dat ging over een vrijwillige uitkoopregeling, niemand zou gedwongen worden. Maar ook dat ging kennelijk te ver. Sindsdien triomfeert de BBB met de verovering van het departement en met de belofte dat ‘nieuw perspectief’ voor de boeren nabij is. Het enige wat in werkelijkheid nabij is als Wiersma niet snel met concrete en effectieve maatregelen komt, is een koude sanering.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant