Deze week begonnen de scholen weer in het zuiden. Die hebben net als de rest van het land last van het lerarentekort. Onze lezers vroegen zich af: is het docententekort in de provincie kleiner dan in de grote steden?
Het korte antwoord: ja, er is zeker een verschil. Maar dat ziet er over enkele jaren misschien anders uit.
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap publiceerde eind vorig jaar een rapport over het lerarentekort. Dat zijn de recentste cijfers. Het rapport maakt onderscheid tussen de zogeheten 'G5' en de andere plaatsen. De G5 zijn de vijf grote steden waarin het lerarentekort in het primair onderwijs de grootste rol speelt: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere.
Eind vorig jaar was het tekort in de G5 volgens het rapport "duidelijk groter" dan in de rest van Nederland. De steden kampten met een tekort van 18 procent, ten opzichte van 8 procent in de rest van het land. Ook in de gebieden rond de grote steden is dat tekort groter dan gemiddeld in Nederland.
En dat tekort wordt groter. Waar in oktober 2022 nog 15,2 procent van de scholen in de G5 een tekort had, was dat in 2023 dus 18 procent.
Maar het lerarentekort is "geen simpel verhaal van de G5 versus de rest van Nederland", schrijft het ministerie. Alle arbeidsregio's ervaren tekorten. Alleen waren er in de grote steden aanzienlijk minder scholen die zeiden geen tekort te zien (14 procent) dan in de rest van Nederland (49 procent).
Vakbond Leraren in Actie (LIA) ziet dezelfde trend terug in het klaslokaal. "We hebben er als kleine vakbond niet onlangs zelf onderzoek naar gedaan", zegt een woordvoerder tegen NU.nl. Maar het probleem is door het hele land zichtbaar en "in de Randstad is het nog groter", merkt de bond.
Hoewel LIA er dus geen eigen harde cijfers van heeft, is het volgens de vakbond de afgelopen jaren "sowieso niet beter geworden". Leden melden dat de situatie steeds moeilijker wordt.
Cornee Hoogerwerf bevestigt dit. Hij is woordvoerder van de PO-Raad, de sectorvereniging voor het primair onderwijs. Voor de cijfers verwijst hij naar het rapport van het ministerie. Maar ook hij ziet dat het lerarentekort "het hardst gevoeld wordt in de grote steden".
Maar dat wil niet zeggen dat 'de rest van Nederland' geen tekorten ervaart. "Het lerarentekort is voor het eerst zichtbaar geworden in de Randstad", zegt Floor de Booys van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Het probleem begon daar en breidde zich volgens haar "als een olievlek" uit naar de rest van het land.
Voor die trend zijn geen harde cijfers te vinden. Maar betrokkenen uit de onderwijswereld, zoals de AOb, herkennen zich hierin.
En zoals in het onderwijsrapport al naar voren kwam: in Amsterdam is het tekort op dit moment het sterkst voelbaar. "In sommige wijken is er zelfs een tekort van 20 procent in het primair onderwijs", vertelt De Booys.
Met onderwijscampagnes probeert Amsterdam meer leraren te trekken, maar die moeten wel ergens vandaan komen. "Bijvoorbeeld uit Almere, maar dan zit Almere weer met een lerarentekort", zegt De Booys.
Zo beïnvloedt het tekort in de grote stad ook het tekort in andere steden. En dat zorgt weer voor regionale tekorten. "Het zuiden komt nu steeds moeilijker rond", ziet De Booys. Die regio heeft nu de zorgen die jaren geleden in Amsterdam al speelden. Dat geldt ook voor Groningen, meldde NU.nl in 2022.
Hoewel de grootste druk nu dus op het westen van Nederland ligt, verwacht de AOb dat die op de lange termijn ook op de rest van Nederland komt te liggen. Die trend is nu al ingezet. De Booys: "Het is in heel het land voelbaar."
Source: Nu.nl algemeen