Paul Onkenhout en John Schoorl schrijven elke week over een liedje waarvan de titel bestaat uit alleen een voornaam. ‘Wladimir’ was kapot van verdriet en vertolker Anneke Grönloh razend op The Beatles.
Rai, rai, rai Anoesjka dans
Maar niet met Wladimir
Wladimir, Anneke Grönloh (1963)
In 1964 boog de jonge journalist en presentator Koos Postema zich in een reportage in het actualiteitenprogramma Achter het Nieuws over een sensatie uit Nederlands-Indië, Anneke Grönloh. Ze was ‘een meisje waar je gewoon je en jij tegen mag zeggen, maar je moet u gebruiken als je ziet hoe ze met haar muziek een zaal tieners aan banden legt.’
Waar Grönloh (1942-2018) kwam, stroomde het jonge volk toe en ontstonden verkeersopstoppingen. De opmars van tienersterren, onder meer Willeke Alberti, Trea Dobbs, Ria Valk en Rob de Nijs, was onstuitbaar, maar zo populair als zij was niemand.
’s Nachts belden bewonderaars haar uit bed, overdag werd ze in een moordend tempo geëxploiteerd door Phonogram, de platenmaatschappij die de kassa loeihard hoorde rinkelen. Overal in het land kopieerden meisjes haar kapsel: kortgeknipt, getoupeerd, haar achter de oren.
Maar liefst vijf gouden platen haalde Grönloh binnen in 1963, haar topjaar. Ook met het smartelijke Wladimir scoorde ze. De ‘zwarte Wladimir’, gelet op de muziek waarschijnlijk een Rus, is in de steek gelaten door ‘Anoeska’. De arme man is kapot van verdriet en radeloos bovendien. ‘Waarom liet ze hem alleen / hij weet het niet, hij weet het niet’.
De tekst was van een veelschrijver die in de vergetelheid is geraakt, Stan Haag. Als diskjockey bij Radio Veronica maakte hij furore met het programma Jukebox, maar zijn erfenis bestaat vooral uit liedjes. Hij schreef er zo’n tweeduizend, vertalingen van Amerikaanse hits en origineel werk, en bediende daarmee onder meer vader en dochter Alberti, Rob de Nijs, Eddy Christiani en Max van Praag en, met de soldatenhit Ik sta op wacht, Joop de Knecht.
Voor Anneke Grönloh leverde hij naast Wladimir de klassieker Soerabaja af. Johnny Hoes schreef/vertaalde haar grootste hit, Brandend zand, een nummer dat zeven maanden op één stond en op die plek werd opgevolgd door Paradiso van de hand van Gerrit den Braber. Haar repertoire was zoet. In concertzalen en veilinghallen toonde ze een andere versie van zichzelf: jazzy, meer rock ’n roll zelfs.
Ze kwam van ver. Officiersdochter en oorlogskind Grönloh bracht de eerste jaren van haar leven door in een Japans interneringskamp. Na de Japanse capitulatie reisde ze met haar ouders naar Nederland. In Eindhoven had ze het geluk dat ze een brutale medescholier met muzikale ambities ontmoette, Peter Koelewijn. Ze trad toe tot diens Rockets, haar loopbaan was begonnen.
Met Azië bleef ze haar hele leven verbonden. Ze had hit na hit in Singapore, Maleisië, Indonesië en Japan en verkocht in totaal naar schatting dertig miljoen platen. Zingen bleef ze haar hele leven, maar een ster was ze hier te lande eind jaren zestig al niet meer.
Haar repertoire was niet bestand tegen een nieuwe tijdgeest, aangezwengeld door The Beatles. Andere tijden braken aan na een invasie van langharige Engelse bands die met gitaren een nieuwe muziekgolf ontketenden. Grönloh was kansloos in dat geweld en ze wist het meteen.
‘The Beatles hebben me letterlijk van de hitparade gespeeld’, zei ze jaren later in Trouw. ‘Rázend was ik op ze.’
John & Paul
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant