Home

In buitenplaats Kasteel Wijlre verzamelde het echtpaar Eyck een spectaculaire collectie kunst

Jo en Marlies Eyck brachten in de jaren zestig als beginnende verzamelaars de abstracte kunst naar Zuid-Limburg. Vanaf september wijden Bonnefanten in Maastricht en buitenplaats Kasteel Wijlre een omvangrijke tentoonstelling aan hun collectie. Wat maakt die zo bijzonder?

De weg ernaartoe is al zo mooi. Glooiende heuvels, vakwerkhuizen en grote boerderijen links en rechts, de weilanden en de bomen zomers groen. De bestemming is Wijlre, midden in het Geuldal. Daar ligt buitenplaats Kasteel Wijlre waar Jo en Marlies Eyck – geld verdiend met hun verfgroothandel, een halve eeuw kunst verzameld – hun levenswerk hebben gebouwd.

Wie de poort doorloopt, ziet eerst het door architect Wiel Arets gebouwde betonnen Hedge House, half onder- en half bovengronds, waar twee keer per jaar een tentoonstelling van hedendaagse kunstenaars te zien is, waar kippen een onderkomen hebben, en een oranjerie is gesitueerd.

Over de auteur
Karolien Knols is kunstredacteur voor de Volkskrant en schrijft over fotografie en beeldende kunst.

Dochter Zsa-Zsa

Verderop ligt het kasteel waar het echtpaar, tot hun dood in 2021 en 2023, heeft gewoond. Daaromheen een park, 3 hectare groot, met strakke hagen, een pluk-, een kruiden- en een rozentuin, een fruitboomgaard en een bos, en beelden, overal beelden. Van Peter Struycken, Carel Visser, van Giuseppe Penone en Leo Vroegindeweij, om er een paar te noemen. Ze gaan volkomen natuurlijk op in hun omgeving.

Een gesamtkunstwerk is de buitenplaats vaak genoemd. Van over de hele wereld kwamen mensen kijken; van de directeur van het Whitney Museum als hij in Maastricht was voor de Tefaf, tot een tuinclub tijdens een jaarlijks uitje.

We hebben er afgesproken met Zsa-Zsa Eyck (63), galeriehouder in Amsterdam en dochter van. De reden voor onze ontmoeting is de tentoonstelling Met behoud van karakter, Collectie Marlies en Jo Eyck die vanaf september hier, en in het Bonnefanten in Maastricht, te zien zal zijn.

In volle omvang

Dat museum, sinds 2012 eigenaar van 147 kunstwerken uit de collectie Eyck, toont in tien zalen hoe de collectie is samengebracht. Het is voor het eerst dat de ‘belangrijkste voormalige privécollectie in Limburg’, zoals Bonnefanten haar noemt, in haar volle omvang wordt tentoongesteld. In buitenplaats Kasteel Wijlre zal een kleine selectie te zien zijn van werken die specifiek op deze plek zijn verzameld.

Zsa-Zsa Eyck, tussen 1985 en 2015 medeverantwoordelijk voor de jaarlijkse tentoonstellingen op de buitenplaats, heeft met Met behoud van karakter inhoudelijk geen bemoeienis. Die valt onder de verantwoordelijkheid van Bonnefanten-conservator Paula van den Bosch en Xander Karskens, de huidige directeur van buitenplaats Kasteel Wijlre.

Maar ze is wel degene die de tentoonstelling kan kleuren met persoonlijke herinneringen. Vanuit welke drijfveer verzamelden haar ouders? Hoe hebben zij haar en haar twee broers naar kunst leren kijken? Wat is de betekenis van hun nalatenschap? En hoe ziet de familie de toekomst van de buitenplaats, nu haar ouders er niet meer zijn?

---------------

Intuïtie

Vraag Eyck een woord te kiezen waarmee ze haar ouders als kunstliefhebbers kan typeren, en ze zegt onmiddellijk: ‘Intuïtie. Als ze iets moois of iets spannends zagen, voelde dat voor hen bijna als een fysieke ervaring. Mijn ouders konden als een blok voor een kunstwerk vallen. Dan was het altijd: wat geweldig, schitterend en fantastisch. Alles ging in superlatieven.’

Jo en Marlies Eyck leren elkaar eind jaren vijftig kennen in Heerlen. Hij heeft net het groothandelsbedrijf in verf overgenomen dat zijn vader was begonnen, verfindustrie Jac Eyck. Zij, negen jaar jonger, is de dochter van een goede vriend, apotheker Frits Voncken.

Beiden krijgen de liefde voor kunst van huis uit mee. De vader van Jo kocht tot zijn dood in 1942 graag op kunstmarkten en betrok zijn jonge zoon bij zijn aankopen. De moeder van Marlies was kunstenaar; met haar man ontving ze in het naoorlogse Heerlen, op dat moment de stad in Limburg met het levendigste kunstklimaat, regelmatig een culturele voorhoede van kunstenaars en schrijvers. Daartoe behoorde ook Willem Sandberg, directeur van het Amsterdamse Stedelijk Museum.

Hoewel Eycks ouders al kunst kopen en die zowel thuis als in de diverse vestigingen van het bedrijf ophangen, is er de eerste jaren van een collectie, of zelfs van een voornemen om aan een collectie te bouwen, nog geen sprake.

Bouwen aan de collectie

Dat gebeurt pas vanaf 1965, met tentoonstellingen in het hoofdkantoor in Heerlen. Elk jaar nodigen ze daar, in samenspraak met Riekje Swart van de Amsterdamse galerie Swart, en later ook met galerie Art & Project, een kunstenaar uit voor een presentatie.

Zo begint, zoals Paula van den Bosch het na het bezoek aan Wijlre zal toelichten, de periode waarin de Eycks zich als verzamelaars op de kaart zetten met geometrisch-abstracte kunst die ze, met de blik van nu, betitelt als van internationale allure. ‘Jo was niet geschoold in de kunst, maar hij was een ongelooflijk goede observator. Hij kon al kijkend de kunst echt begrijpen.’

Richard Paul Lohse, Ad Dekkers, Antonio Calderara, Peter Struycken en Amédée Cortier zijn de eersten van wie nieuw werk wordt getoond, in de ontvangsthal van het kantoor in Heerlen. Uit elke collectie kopen de Eycks een werk. Zsa-Zsa: ‘De collectie groeit organisch.’

Tot de gasten behoren de latere museumdirecteuren Jean Leering, Frans Haks en Rudi Fuchs, maar ook de kunsthistoricus en publicist Carel Blotkamp. Zij plaatsen de getoonde kunst met lezingen in een context; in Limburg is het in die tijd wat betreft abstracte kunst nogal dorre grond.

Corporate identity

Van den Bosch: ‘Eigenlijk waren de Eycks al bezig met wat je nu corporate identity noemt. Van de producten die ze verkochten tot de keuze voor de galeriehouders die hen adviseerden en de alom geprezen publicaties die ze voorafgaand aan elke tentoonstelling naar hun relaties stuurden: met alles wat ze deden, lieten ze zien dat ze tot de absolute top behoorden.

Zsa-Zsa Eyck was te jong om die eerste periode bewust mee te maken, maar van iets later herinnert ze zich die tentoonstellingen als hoogtijdagen. ‘Dan kwamen al die hippe mensen uit Amsterdam, het soort dat je in Heerlen niet veel zag, eerst naar de tentoonstelling, en vervolgens bij ons thuis.’

Alles met aandacht

Liefde voor de kunst ontstaat in haar jeugd bijna spelenderwijs. ‘Mijn ouders leerden ons vooral te kijken. Naar alles, ook de natuur. Kijk, die bloem, kijk die vogels, kijk eens hoe mooi. Alles wat mijn ouders deden, gebeurde met smaak en met aandacht. Het kantoor van mijn vader stond van de directiekamer tot de personeelskantine vol designmeubels. Ons huis was prachtig ingericht, voor etentjes werden de tafels mooi gedekt, mijn moeder was altijd supergoed gekleed.’

-----------------------

Haar moeder heeft weleens tegen haar gezegd: ‘Waar de meeste mensen twee levens voor nodig zouden hebben, doet jouw vader in één leven. Die energie van hem, die is gewoon niet te stoppen.’ Ze had gelijk, zegt Eyck: ‘Mijn vader was een dromer, hij droomde altijd maar weer verder. Het ene project was nog niet af of hij zat alweer te fantaseren over het volgende.’

Kasteel Wijlre

Met de aankoop van een 17de-eeuws kasteel in Wijlre, in 1980, gaat het collectioneren een nieuwe fase in, maar eerst gaan kasteel en tuinen eromheen op de schop. Daarin hebben Jo en Marlies zelf een hand; ze gaan tuinen bekijken in Engeland en Frankrijk, tekenen op ruitjespapier delen van de tuin, laten strakke hagen planten; de geometrie die hun ook zo in de kunst bevalt, moet ook structuur geven aan de buitenplaats.

Vanaf 1984 worden de jaarlijkse tentoonstellingen hervat in het koetshuis; het landgoed wordt voor de duur van de exposities voor het eerst ook opengesteld voor publiek.

In deze periode wordt de verzamelde kunst groter, gewoon, omdat er ruimte voor is. Birnam Wood van Tony Cragg, uit 1985, is een installatie van alledaagse objecten overgoten met een coating van versnipperde stukjes plastic. ‘Magisch werk’, zegt Eyck, ‘een van de hoogtepunten uit die periode. Samen met de spectaculaire Penone natuurlijk, maar dat was veel later.’

We lopen het bos in. Wie er niets over zou weten zou voorbijlopen aan het kunstwerk Pathway Tree dat de Italiaanse beeldhouwer Giuseppe Penone hier in 1997 in opdracht van het echtpaar Eyck maakte. Het bestaat uit een haagstructuur met drie verschillende vertakkingen waar je doorheen loopt, met aan het einde van een van de paden het tien meter hoge bronzen afgietsel van een boom die je gemakkelijk voor een echte zou houden.

Als je je afvraagt welk huwelijk kunst en natuur kunnen aangaan: hier zie je het voor je.

Precies en met mate

Zelf raakt Zsa-Zsa Eyck in de loop van de jaren tachtig steeds meer betrokken bij de collectie en bij de tentoonstellingen in het Koetshuis. Ze heeft haar studie kunstgeschiedenis afgerond, werkt in de galeriewereld. ‘Dan stond ik weer eens enthousiast te blazen over wat ik had gezien, en gingen mijn ouders toch maar even kijken.’ Zo kwam Marlene Dumas in de collectie, en René Daniëls, Luc Tuymans.

In die jaren behoorden Jo en Marlies Eyck tot de top-15 van belangrijke Nederlandse verzamelaars. Het was vóór het grote geld de kunstwereld in kwam en privécollecties groter en groter werden. ‘Marlies en Jo hebben heel precies gecollectioneerd en niet te veel’, zegt Paula van den Bosch. ‘En ze hebben ervoor gekozen van een aantal kunstenaars in de breedte te verzamelen: Peter Struycken, Ad Dekkers, Carel Visser. Daar zijn levenslange vriendschappen uit ontstaan.’

In de omschrijving van Bonnefanten wordt voor de collectie vanaf de jaren negentig de term eclectisch gebruikt, om het contrast aan te geven met het abstract-geometrische karakter van de collectie uit de eerdere jaren.

‘Ik weet niet of ik het eclectisch zou noemen’, zegt Eyck, ‘je blijft niet steken in één stijl omdat je daar toevallig ooit mee begonnen bent. De kunst ontwikkelt zich, de smaak van mijn ouders ook. Het is hun altijd gegaan om het vernieuwende, het prikkelende.’

Gesamtkunstwerk

Naarmate Jo en Marlies Eyck ouder worden, verschuift hun aandacht van het verzamelen meer en meer naar het creëren van dat gesamtkunstwerk van natuur, architectuur en kunst.

De opdracht eind jaren negentig aan architect Wiel Arets om een gebouw te ontwerpen dat ruimte biedt aan een tentoonstellingsruimte, een orchideeënkas, oranjerie en een kippenhok, staat daarvoor symbool.

Eyck: ‘Mijn vader heeft Arets gezegd: ik zou willen dat het gebouw de lijnen van de hagen volgt. Niet andersom. Hij heeft Wiel hier op een bankje neergezet en gezegd: ga maar eens kijken, naar hoe al die lagen groen lopen.’

-----------------------

Hedge House

Het bouwen van het Hedge House was de eerste stap, zegt Eyck, in de wens om de buitenplaats ook voor de lange termijn voor het publiek toegankelijk te houden. ‘Ze hebben nooit in hun eentje van deze plek, of van hun kunst willen genieten, ze wilden altijd met andere mensen delen.’

Een tweede stap wordt zo rond de jaren tien gezet, als een koper voor de collectie wordt gezocht. Een collectioneur stelt voor om te peilen of het Bonnefanten interesse heeft, en die zeggen ja, mits de Provincie Limburg een financiële bijdrage levert.

Na langdurig gesteggel (de PVV lag dwars, vond dat het geld niet besteed moest worden aan zo’n elitair aangelegenheid) wordt de collectie in 2012 bijna in zijn geheel aangekocht door het museum, met steun van de Provincie. Met de opbrengst wordt de oprichting mogelijk gemaakt van een stichting die verantwoordelijk wordt voor het beheer van de buitenplaats.

Relatie kunst-mens-natuur

Onder de naam Bonnefanten/Hedge House worden in Wijlre tot 2015 gezamenlijk tentoonstellingen gemaakt, maar na een paar jaar stapt de hele familie uit de stichting , wordt het Hedge House losgekoppeld van het Bonnefanten en wordt een directeur aangesteld om een eigen smoel aan de programmering te geven. Eyck lacht: ‘Zij heeft mijn ouders op een gegeven moment vriendelijk verzocht wat meer op de achtergrond te blijven. Want ja, zij bleven op die plek natuurlijk toch de vanzelfsprekende autoriteit.’

We zitten inmiddels in de woonkamer van het kasteel. Die ziet er nog zo uit als toen haar ouders er woonden. ‘We willen dat het aangekleed blijft’, zegt Zsa-Zsa Eyck, ‘voor de doorontwikkeling van de buitenplaats.’

Erfenis van Jo & Marlies

Het Hedge House heeft onlangs voor de komende vier jaar bijna een miljoen euro subsidie gekregen van het Mondriaan Fonds om, zoals huidig directeur Xander Karskens het noemt, ‘door de lens van de kunst naar de relatie mens-natuur te kijken’. Twee pijlers uit de ‘erfenis’ van Jo en Marlies Eyck zijn daarbij in de programmering leidraad: ‘De volstrekt hiërachieloze manier waarop zij mens, natuur en cultuur naast elkaar plaatsten, en waarmee ze ver op onze tijd vooruitliepen. En het aandachtige kijken.’

Karskens voert momenteel gesprekken met het Elizabeth Strouven Fonds, in 2017 voor 1 euro eigenaar geworden van de buitenplaats, over de toekomst van het kasteel. De familie heeft er formeel niks meer over te zeggen, maar Zsa-Zsa Eyck ziet genoeg spannende voorbeelden waar kunst, cultuur en gastvrijheid samenkomen. ‘We laten de benedenverdieping, met de meubels en de kunst die mijn ouders hier hadden, voorlopig intact. Straks is die ook onderdeel van de tentoonstelling.

Toekomst van het kasteel

‘Voor de toekomst zou je kunnen denken dat mensen die van kunst, natuur, van design en lekker eten houden, een kamer in het kasteel kunnen boeken. Dat er kan worden gegeten. En dat er een bibliotheek is met alle kunstboeken die mijn ouders hadden, en je begrijpt, en voelt, vanuit welke context deze plek is ontstaan.’

Zelf ziet ze dit, als ze aan haar ouders in hun laatste jaren denkt: ‘Mijn moeder, met een grote bos bloemen en takken die ze net heeft geplukt om de vazen mee te vullen, en altijd in de weer met de vrijwilligers in de tuinen. Was mijn vader de initiator, mijn moeder was degene die al die plannen mogelijk maakte.’ Haar vader ziet ze op zijn favoriete bank, met uitzicht op Gebroken cirkel van Ad Dekkers. ‘Dan rookte hij zijn sigaar, en zei hij vaak: kind, kijk nou eens hoe prachtig.’

Met behoud van karakter: Collectie Marlies & Jo Eyck, van 1/9 t/m 4/5 (wintersluiting 2/12 t/m 11/3), Buitenplaats Kasteel Wijlre. Van 21/9 tot 4/5 Bonnefanten, Maastricht.

De collectie Eyck en het Bonnefanten: hechte band

De hechte band tussen Bonnefanten en de collectie Eyck wordt zichtbaar in 1995. In dat jaar opent het museum in een nieuw gebouw aan de Maas. Bij die gelegenheid wordt de naastgelegen Wiebengahal ingeruimd voor een expositie met de beelden die Jo en Marlies Eyck in de jaren tachtig en negentig aankochten.

Nadat de collectie in 2012 onderdak heeft gevonden in het museum, gebeurt er in eerste instantie niet zo veel mee. Als in 2016 twee gastconservatoren, het kunstenaarsduo Gerlach en Koops, voor een tentoonstelling uit de collectie van het museum putten en daarbij tientallen werken uit de collectie Eyck naar boven halen, wordt die voor Van den Bosch pas goed zichtbaar.

‘In 2020 kregen we een nieuw hoofd collecties en die kwam steeds vragen stellen over de collectie Eyck. Toen dacht ik: nu moet ik echt onderzoek gaan doen en het kan niet langer wachten, want Jo en Marlies worden ouder. Ik heb hen in 2021 laten weten: in 2024 wil ik een grote tentoonstelling organiseren. Ik ben blij dat Marlies Eyck de basistekst daarvoor nog heeft gelezen en goedgekeurd.’

Met de tentoonstelling, zegt Van den Bosch, ‘komt de collectie voor het eerst écht thuis in het museum en kan een groot publiek ermee kennismaken.’ Een overzichtsboek met archiefmateriaal en teksten van onder andere Van den Bosch en Karskens over de collectie, het leven en het gedachtengoed van het echtpaar Eyck, verschijnt in het voorjaar van 2025.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next