Ondanks stevig boerenverzet heeft Nederland sinds zondag een Natuurherstelwet. Wat betekent de wet voor de landbouw en natuur? ‘Een doel halen in het jaar 2496 is niet meer voldoende.’
Denk aan typisch Nederlands landschap, en veel mensen zullen al snel uitkomen bij zwart-wit en roodbont gevlekte koeien in een groene wei. Elk voorjaar verschijnen ze zodra het land niet meer zacht en drassig is door de winterregen, zeker in de veengebieden waar het gras harder groeit dan op zand of klei. Maar op de Hoogwaterboerderij in Zegveld, op de veengronden van het Groene Hart, moesten de koeien dit jaar tot juni wachten op hun weidegang.
Dat was niet alleen te wijten aan het natte voorjaar. Een deel van de kudde kon in april al naar buiten. Het verschil? De grondwaterstand op hun weidepercelen. Op een deel van de percelen van de Hoogwaterboerderij – de naam zegt het al – is het waterpeil kunstmatig verhoogd.
Over de auteur
Maarten Albers is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en de voedingsindustrie.
Als veen niet onder water staat, zakt het in en ontsnapt CO2 doordat het veen afbreekt. Door het grondwaterpeil te verhogen blijft het veen behouden, vermindert de CO2-uitstoot en bodemdaling, en kan het veenweidegebied aantrekkelijker worden voor weidevogels. Het belang van vernatting wordt al langer ingezien, maar is recent nog groter geworden.
De zondag in werking getreden Natuurherstelwet schrijft namelijk voor dat EU-lidstaten herstelmaatregelen moeten treffen op veengronden in agrarisch gebruik, zoals stoppen met het afgraven van veen of akkerland naar grasland omzetten. In 2030 moet op 30 procent van de grond maatregelen zijn getroffen, in 2050 op 50 procent.Een kwart tot een derde van dat herstel moet plaatsvinden door middel van vernatting – een pijnpunt voor de Nederlandse melkveehouderij.
Een hoger grondwaterpeil kan betekenen dat de koeien later naar buiten kunnen, zoals op de Hoogwaterboerderij. ‘Je kan je koeien geen zwemvliezen aandoen’, zegt bedrijfsadviseur Wim Honkoop.
Een natte bodem maakt het ook lastiger vroeg in het jaar het gras te bemesten of maaien met zware machines. ‘Wat we dit voorjaar hebben geoogst, daar kan je geen koe van voeren’, zegt Honkoop. Het uitzonderlijk natte voorjaar hielp daarbij niet. ‘Je kon het land niet op, en de kwaliteit van nat en oud gras loopt snel terug.’
Gras van mindere kwaliteit voor de koeien leidt tot extra kosten voor de aankoop van voer, of minder inkomsten door een lagere melkproductie. In een sector met dunne marges kan dat het verschil zijn tussen rode en zwarte cijfers.
Op de Hoogwaterboerderij is het zomergrondwaterpeil verhoogd van meer dan 60 centimeter naar zo’n 20 centimeter onder het maaiveld, om te onderzoeken wat voor melkveehouderij onder die omstandigheden mogelijk is. Honkoop: ‘We zoeken bewust grenzen op van vernatting om ervan te leren.’
Naast de bekende zwart-witte Holsteins hebben ze bijvoorbeeld ook kleinere, lichtere roodbruine Jerseykoeien. ‘Het idee was dat die sneller de wei in kunnen’, zegt Honkoop. Ze bleken het natte gras net zo goed te vertrappen. De nieuwsgierige Jerseys lopen ook nog eens meer rond dan de Holsteins. ‘Dat wil je juist niet als de grond nog nat is.’
De Natuurherstelwet heeft een roerige ontstaansgeschiedenis. Ze was bedacht als een van de pilaren onder de Green Deal. Een robuuste natuur maakt Europa weerbaarder tegen klimaatverandering en kan zelfs broeikasgassen uit de lucht halen, was het idee.
De plannen stuitten op verzet van de christendemocraten, die vreesden voor de ondernemersvrijheid van boeren en de voedselzekerheid. Gehavend en sterk afgezwakt leek de wet dit voorjaar alsnog de eindstreep te halen, tot Nederland en Hongarije hun steun introkken.
Na de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni volgde weer een onverwachte wending. De Groene Oostenrijkse minister van Klimaat Leonore Gewessler stemde voor, tegen haar eigen kabinetslijn in. Haar christendemocratische coalitiepartners waren ziedend, maar konden er niets aan veranderen.
Welke toekomst rest de veehouderij in het Nederland van de Natuurherstelwet? Bestaande milieuwetten, zoals de Nitraatrichtlijn, Vogel- en Habitatrichtlijn en Kaderrichtlijn Water, lijken onhaalbaar zonder verdere krimp van de veestapel. De Natuurherstelwet komt daar bovenop.
In tegenstelling tot oudere wetgeving gelden de doelen uit de Natuurherstelwet voor alle natuurgebieden, niet alleen de delen die onder het Europese Natura2000-netwerk vallen. Naast algemene doelen voor natuurherstel stuurt de wet ook aan op onder meer uitbreiding van stadsnatuur, herstel van bestuiverpopulaties zoals bijen, en een grotere biodiversiteit in landbouwgebieden.
Hoe Nederland de doelen precies wil halen, moet het kabinet binnen twee jaar vastleggen in een herstelplan. Een flinke kluif: momenteel verkeert 90 procent van de natuurtypen in Nederland in slechte staat.
De wet zal serieuze aanpassingen vereisen van boeren, is de verwachting. Minder mestgebruik, minder bestrijdingsmiddelen, meer ruimte voor biodiversiteit op het boerenland. Een ongemakkelijke boodschap voor een kabinet dat boeren het liefst hun gang laat gaan.
Agrarische belangenbehartigers waarschuwen al vanaf het begin dat de Natuurherstelwet de de Europese voedselzekerheid in gevaar brengt door boeren te veel te veel regels op te leggen. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse voor Nederland kwam tot een tegengestelde conclusie: de Natuurherstelwet draagt juist bij aan de voedselzekerheid. Een betere bodemkwaliteit en toename van het aantal bestuivers zijn bijvoorbeeld belangrijk voor de voedselproductie.
Midden in het weiland staan een stuk of acht prikkers op de grond, met een geel papiertje eraan. Muggen, vliegen en andere insecten zitten er tegenaan geplakt. Een langpootmug bungelt in de wind. ‘We meten of de natte percelen andere soorten aantrekken’, legt Honkoop uit.
Daarbij kijken ze niet alleen naar insecten. Honkoop trekt een sprietje uit het gras met langwerpige, gekartelde blaadjes. ‘Zilverschoon’, concludeert hij. ‘Die staat vooral op de hoogwaterpercelen.’
Naast vernatting van veengebieden eist de Natuurherstelwet ook een toename van onder meer het aantal graslandvlinders en boerenlandvogels in agrarisch gebied. In principe zou vernatte veengrond weidevogels als de grutto aan moeten trekken.
Op de Hoogwaterboerderij vind je ze niet,al ligt dat vermoedelijk aan de drukte door alle lopende onderzoeken en de inrichting van het landschap.
Tussen de langwerpige weidepercelen ligt elke veertig meter een sloot, met kanten die vol staan met wilgen, berken, lisdodde, zegge en andere begroeiing. Een uitvalsbasis voor roofdieren zoals de vos, die de eieren en kuikens van weidevogels opeet. ‘Ook de buizerd zie je hier veel vaker dan vroeger’, zegt Honkoop. ‘Ik moet nog zien of de weidevogel het hier gaat redden.’
Dat sombere perspectief is deels te wijten aan intensivering van de landbouw, erkent Honkoop. ‘Maar als je weidevogels wil behouden zou je bijvoorbeeld die slootkanten moeten maaien, die we nu juist volop laten begroeien voor de biodiversiteit.’
Jeroen Pijlman, onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut voor duurzame landbouw en ook betrokken bij de Hoogwaterboerderij, denkt dat er keuzes gemaakt moeten worden per gebied. ‘Op pure veengronden zou je kunnen kiezen voor vernatting en hogere gewassen, zoals lisdodde. Waar een laag klei over het veen ligt, kan je het landschap opener houden voor weidevogels.’
Nu de Natuurherstelwet er is, rijst de vraag welk verschil die gaat maken met alle mitsen en maren die erin zijn verwerkt. De opdracht om natuurgebieden te herstellen is bijvoorbeeld geen resultaatverplichting meer, maar een inspanningsverplichting.
Het stelt LTO niet gerust. De boerenbelangenbehartiger vreest dat een inspanningsverplichting in de rechtbank ‘omgebogen’ kan worden tot resultaatverplichting.
Chris Backes, hoogleraar omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht, waagt zich niet aan een voorspelling. ‘Het enige wat je met zekerheid kan zeggen, is dat er geen harde verplichtingen in de wet staan. Als doelen niet worden gehaald, leidt dat dus niet automatisch tot een veroordeling. De overheid moet een plan hebben dat gericht is op het halen van de doelen.’
Middels een noodremprocedure kan de Europese Commissie doelen voor natuurherstel in landbouwgebieden buiten werking stellen als de voedselvoorziening in gevaar komt. ‘Een achterdeurtje’, zegt Backes, maar niet een die zomaar openzwaait. ‘Als je je daarop wilt beroepen, moet je de noodzaak wel onderbouwen.’
De Natuurherstelwet is volgens Backes wel degelijk een aanvulling op bestaande milieuwetgeving. Doelen voor stedelijk groen en herstel van bestuiverpopulaties zoals bijen zijn nieuw, net als duidelijke deadlines en een terugkerend proces van plannen maken. ‘Een doel halen in het jaar 2496 is niet meer voldoende.’
Johan Vollenbroek, die met milieuorganisatie Mobilisation for the Environment belangrijke stikstofrechtszaken won, is blij met de wet. Met name het feit dat de doelen ook gelden voor gebieden die niet onder Natura2000 vallen, biedt volgens hem aanknopingspunten voor nieuwe rechtszaken. ‘We gaan het zeker proberen, maar de uitkomst is ongewis.’
De Natuurherstelwet is op het ene punt scherp geformuleerd, en dan weer vaag. Hoe ver de vernatting van veengronden moet gaan is bijvoorbeeld onduidelijk.
Dat maakt nogal uit. Waar in het Groene Hart doorgaans maar een halve meter ontwaterd is, loopt dat in Friesland op tot een meter en in akkerbouwgebieden in Duitsland naar meer dan twee meter. In de Baltische staten wordt nog veen afgegraven. Wat dat betreft staat Nederland er niet slecht voor.
‘Het doel voor veengebied uit het Klimaatakkoord is misschien wel uitdagender’, denkt landbouwonderzoeker Pijlman. Daarin is afgesproken dat het Nederlandse veen in 2030 een megaton CO2 minder uitstoot per jaar, een reductie van zo’n 20 procent.
Zelfs bij volledige vernattingkan veengrond behouden blijven voor extensievelandbouw, verwacht Pijlman. Maar niet voor de veehouderij. Hij staat stil bij een veld vol lisdodde van bijna twee meter hoog, met de karakteristieke bruine sigaren. De planten staan in een laag water van enkele decimeters.
Gaat overal in het veenweidegebied het waterpeil omhoog, dan komen de dieper gelegen delen onder water te staan. Gras groeit in die gebieden niet, wel vezelgewassen als lisdodde en riet, die bruikbaar zijn als natuurlijke bouwmaterialen.
‘Economisch kan dit niet concurreren met de melkveehouderij’, zegt Pijlman. Maar met een vergoeding voor koolstofopslag denkt hij dat er wel een verdienmodel in zit, zeker als gebruik van biobased bouwmaterialen een stimulans krijgt.
Maakt de Nederlandse koe dan plaats voor velden vol wuivende lisdodde? Misschien op plaatsen waar het niet anders kan. Veel zal afhangen van de plannen die het kabinet zal opstellen, en van de onvermijdelijke rechtszaken die gaan volgen. De juridische messen worden geslepen.
Doelen in de Natuurherstelwet
Herstel van in slechte staat verkerende natuurtypen
● 30 procent van de natuurtypen in 2030
● 60 procent van de natuurtypen in 2040
● 90 procent van de natuurtypen in 2050
Herstel van stadsnatuur
● Geen achteruitgang in het oppervlak stedelijk groen tot 2030
● Stijgende trend in het oppervlak stedelijk groen vanaf 2030
Verwijderen van barrières in rivieren
● 25 duizend kilometer vrij stromende rivieren in 2030
Herstel van bestuiverpopulaties
● Omkering van de achteruitgang in bestuiverpopulaties tot 2030
● Stijgende trend in omvang bestuiverpopulaties vanaf 2030
Herstel van biodiversiteit in landbouwgebieden
● Stijgende trend in o.a. het aantal graslandvlinders en boerenlandvogels
● Herstel van veengebieden in agrarisch gebruik
Herstel van bosecosystemen
● Stijgende trend in o.a. het aantal bosvogels
Bomen aanplanten
● 3 miljard nieuwe bomen in 2030
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant