Het is begrijpelijk dat Kamala Harris de inflatie wil bestrijden, maar terughoudendheid is gepast.
Bij het eerste gezamenlijke optreden van Joe Biden en Kamala Harris, sinds Biden aftrad als presidentskandidaat en Harris hem opvolgde, maakten beiden vorige week vol trots bekend dat ze erin waren geslaagd de prijzen van bepaalde medicijnen te drukken. Het ging niet om veel medicijnen en ook niet om een enorm bedrag, maar de boodschap was duidelijk: wij Democraten zijn als geen ander in staat om bedrijven te dwingen hun prijzen te verlagen.
Het was niet de eerste keer dat Harris liet zien dat de inflatie voor haar misschien wel het allerbelangrijkste onderwerp is. Toen ze eind vorige week haar eerste concrete beleidsvoorstellen presenteerde, gingen die ook over de economie en dan vooral over het huishoudboekje van de Amerikaanse burger. Ze beloofde onder meer dat ze bedrijven die hun marktpositie misbruiken om hun prijzen meer te verhogen dan nodig, hard aan te pakken.
Dat Harris haar pijlen op de inflatie richt is begrijpelijk. Het is – zo blijkt uit bijna elk kiezersonderzoek -– de grootste zorg van de Amerikaanse kiezer, ver voor immigratie en de toestand van de Amerikaanse democratie. Ze moet vooral laten zien dat de economie en de portemonnee van de kiezer bij haar in veilige handen zijn, want op dat terrein krijgen de Republikeinen van oudsher het voordeel van de twijfel.
Tegelijkertijd is inflatie voor politici een onhandelbaar spook. Ze wordt vaak veroorzaakt door ontwikkelingen waarop politici geen invloed hebben en laat zich lastig bestrijden. De prijsstijging van de afgelopen jaren werd vooral veroorzaakt door de naweeën van de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne. Het beleid van Joe Biden heeft daar niet merkbaar aan bijgedragen.
Als de koopkracht wordt bedreigd, is de eerste reflex van politici om de geldkraan open te zetten, belastingen te verlagen en inkomensondersteuning te bieden. Als de koopkracht door inflatie wordt aangetast, werkt dat juist averechts. De extra uitgaven van de overheid drijven de inflatie op, waardoor de stijging van het inkomen teniet wordt gedaan.
In tijden van inflatie moeten politici juist terughoudend zijn en vertrouwen op het rentebeleid van hun centrale banken. Dat werkt vooralsnog naar behoren. De inflatie is inmiddels fors gedaald.
Harris beloofde afgelopen vrijdag ook allerlei vormen van inkomensondersteuning. De vraag is of dat nodig is. Ja de prijzen zijn de afgelopen jaren met zo’n 20 procent gestegen, maar tegelijkertijd is het besteedbaar inkomen – en het aantal banen – ook snel gegroeid.
Overheden hoeven dus niet zoveel te doen. Dat is een lastige boodschap, want de pijn van de inflatie weegt voor veel kiezers blijkbaar zwaarder dan het genoegen van een gestegen salaris. Het is dus te begrijpen dat Harris op zijn minst de indruk wil wekken dat ze de hoge prijzen te lijf gaat.
In wezen zet ze daarmee de lijn van Biden voort. Toen die fors wilde investeren in de vergroening van de Amerikaanse economie en maatregelen wilde nemen om Medicare betaalbaar te houden, verkocht hij die onder de noemer Inflation Reduction Act. Zo was het makkelijker om brede politieke steun te verwerven.
Het is sowieso goed nieuws dat de campagne weer over de economie gaat, over het lot van de Amerikaanse burgers, en veel minder over de fysieke en mentale gesteldheid van de kandidaten.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant