Er wordt steeds meer kleding gekocht. Maar je kleden naar de laatste trends is niet per se goed voor het milieu. Hoe ga je daar bewuster mee om? En hoe kun je gedragen kleding het beste recyclen?
Uit de cijfers blijkt wel dat meer bewustzijn nodig is. Zo is de wereldwijde productie van kleding sinds 2000 verdubbeld. Ook wordt kleding steeds goedkoper en groeit de wereldbevolking. Dat maakt de kledingindustrie een van de meest vervuilende industrieën ter wereld.
Ons land kan er ook wat van: de gemiddelde Nederlander koopt per jaar 46 kledingstukken en doet er 40 weer weg. Je zou je dus kunnen afvragen hoe belangrijk het is voor elke gelegenheid een nieuwe outfit aan te schaffen.
Vooral tijdens de uitverkoop kan het extra verleidelijk zijn de rekken af te struinen naar de mooiste stukken. Maar dat is hét moment dat je miskopen doet, denkt Marieke Eyskoot. Zij is expert op het gebied van duurzame mode en lifestyle, en schreef een gids voor een duurzamer leven.
"Je wil graag iets nieuws en sommige kledingstukken schelen bijna de helft in prijs. Het is dan heel verleidelijk iets te kopen, zelfs als het misschien niet eens goed past of je eigenlijk niet echt staat." Ze adviseert alleen iets aan te schaffen als het een item is wat je echt heel graag wil hebben.
Daarbij is het niet alleen slecht voor het milieu, maar ook zonde voor je portemonnee. Want goedkoop is duurkoop, zegt Eyskoot. Ga daarom voor kwaliteit boven kwantiteit: een kledingstuk van goede kwaliteit is misschien duurder, maar je doet er wel langer mee. Iets van een tientje lubbert al na drie keer dragen en wassen.
En denk ook eens aan tweedehands. Er zijn opties genoeg: vintagewinkels, de kringloop en de IJhallen. Is tweedehands niet jouw ding, ga dan voor duurzame merken. Die zijn misschien iets prijziger, maar dat komt ook doordat ze nog niet voor iedereen bereikbaar zijn. Hoe meer mensen daar kopen, hoe meer de prijs gaat zakken.
Ga je op deze of een manier bewuster om met het kopen van een nieuwe garderobe, is het ook goed na te denken hoe je kledingstukken die je niet meer draagt duurzaam kunt doorgeven. Ook daar heeft Eyskoot tips voor:
Sommige kledingketens zoals de HEMA en H&M zeggen te willen bijdragen aan een circulaire textielindustrie. Deze winkels bieden daarom servicepunten aan waar je gedragen kleren kunt inleveren, waar vervolgens 'nieuwe' kleding van wordt gemaakt.
Toch kun je je afvragen of dat wel zo duurzaam is. Door 'goedkope' kleding te blijven maken en te verkopen houden deze winkels tenslotte ook het proces van veel en vaak kopen voor weinig geld in stand, vindt ook bijzonder hoogleraar circulaire economie Kim Poldner van de Rijksuniversiteit Groningen.
"Het geld wat deze ketens nu stoppen in het recyclen (wat ook weer energie kost en uitstoot oplevert) kunnen ze beter investeren in het maken van kleding die kwalitatief beter is en langer meegaat", zegt ze. "Dus het is een aardig initiatief, want het laat wel zien dat ze ermee bezig zijn, maar het is zeker niet optimaal."
Dat besef is doorgedrongen, zegt een woordvoerder van de HEMA: "We proberen daarom producten te maken die langer meegaan. Dat doen we bijvoorbeeld door slimme manieren te bedenken. Bijvoorbeeld met een dubbele rij knopen op de babyrompers, zodat ze meerdere maten meekunnen."
Beter nadenken over waar en wanneer je iets koopt, scheelt dus al een hele hoop. Sta je weer eens met je armen vol kleren in de rij voor de paskamer, vraag je dan af of je echt nog een spijkerbroek nodig hebt. Maar nooit meer nieuwe kleding kopen is niet realistisch. Dan is het fijn te weten dat je de broeken of jurken die je niet meer draagt, een tweede leven kunt geven.
Source: Nu.nl algemeen