Na drie jaar isolatie vanwege de coronapandemie zijn de Chinese grenzen op 8 januari 2023 weer opengegaan. Maar door aanhoudende restricties lieten veel buitenlandse toeristen het land in 2023 links liggen. Nu probeert de Chinese overheid hen terug te lokken.
Raquel Miron en Silvia Morales kijken hun ogen uit, op het plein tussen de Drum Tower en de Bell Tower, twee machtige bouwwerken in het centrum van Beijing. Aan de voet van de twee torens, restanten van het keizerlijke China, spelen Chinese buurtbewoners met draakvormige wimpels en shuttlecocks, een soort badmintonpluimen die met de voet in de lucht worden gehouden. Miron haalt haar selfiestick boven: dit moet op de foto.
De twee Spaanse vriendinnen, allebei 33, hebben net achttien dagen door China gereisd, en brengen hun laatste dag in Beijing door, voor ze naar Spanje terugvliegen. Ze hebben een heerlijke tijd gehad. ‘Het was perfect’, zegt Morales. ‘De mensen in China zijn zo behulpzaam, ze willen allemaal met je praten.’ Als om haar woorden kracht bij te zetten, komt een Chinees meisje vragen of ze met de twee op de foto mag.
Over de auteur
Leen Vervaeke is correspondent China voor de Volkskrant. Zij woont in Beijing. Eerder was ze correspondent België.
Miron en Morales horen bij het toenemende aantal buitenlandse toeristen, die na drie jaar van covidpandemie en gesloten grenzen de weg naar China hebben teruggevonden. De Chinese grenzen gingen op 8 januari 2023 open, maar door aanhoudende restricties lieten veel buitenlandse toeristen het land in 2023 links liggen.
Om hen terug te lokken schafte de Chinese overheid het voorbije jaar voor vijftien landen, waaronder Nederland, de visumplicht af. Daarnaast mogen inwoners van 54 landen bij een overstap 144 uur visavrij China in. Dat lijkt te helpen: het aantal buitenlandse reizigers is dit jaar gestegen, al zit het nog niet op het pre-covidniveau. Het binnenlandse toerisme in China is wel zo goed als volledig hersteld.
Buitenlandse toeristen zijn in China sowieso een kleine minderheid. Op de klassieke toeristenroute van de Drum Tower naar de Verboden Stad, langs de idyllische stadsmeren van Houhai en Beihai, stikt het van de Chinese groepen, geleid door gidsen met vlaggen en luidsprekers. Dit is het historische hart van Beijing, gerenoveerd en opgeleukt voor toeristen. Riksja’s wurmen zich door de smalle straten. Verkopers leuren met waterijsjes en souvenirs.
Te midden van die Chinese mensenzee zijn nauwelijks buitenlanders te bespeuren. In drie uur tijd zien we slechts twintig individuele buitenlandse toeristen en twee buitenlandse groepen, één uit Spanje en één uit Roemenië. Dat zijn er niet veel, maar het zijn er veel meer dan de voorbije jaren.
Volgens recente cijfers van de Nationale Immigratie Administratie reisden in de eerste helft van dit jaar 14,6 miljoen buitenlanders naar China, inclusief zakenreizigers. Dat is anderhalf keer zo veel als vorig jaar, maar slechts 61 procent van het aantal in 2019, het laatste jaar vóór covid. Van die 14,6 miljoen maakten er 8,5 miljoen gebruik van visavrij reizen. Volgens ingewijden uit de toeristische industrie blijven vooral de Engelstalige toeristen weg, en van hen vooral de Amerikanen.
‘Voorheen kwam de helft van onze klanten uit de Verenigde Staten, maar nu zijn er heel weinig Amerikanen’, zegt Su Kai, een Chinese gids die al ruim tien jaar Engelstalige toeristen begeleidt. Zijn reisagentschap had tot 2019 een groot kantoor met twintig medewerkers; tegenwoordig zijn dat er nog maar drie. ‘De aanvragen zitten nog niet op de helft van vóór covid, misschien maar op 20 procent. Ik begeleid nu reizen voor Chinese scholieren, omdat er niet genoeg buitenlanders zijn.’
De Chinese grenzen zijn weer open, maar daarmee zijn de oude tijden niet terug. De politieke verhoudingen zijn veranderd, door covid en door de oplopende spanningen met het Westen. De Amerikaanse autoriteiten geven sinds 2023 een negatief reisadvies voor China wegens de ‘arbitraire toepassing van wetten’, nadat enkele Amerikanen een uitreisverbod kregen opgelegd. In plaats van 1.506 retourvluchten per maand tussen de VS en China in 2019 zijn dat er nu nog maar 332.
‘Het komt door de internationale situatie, door de problemas politicos’, zegt Sun Nini, een Chinese gids die Spaanstalige toeristen rondleidt. Zij schat dat ze dit jaar 40 procent minder werk heeft dan in 2019. ‘Soms denken toeristen dat de pandemie in China nog niet voorbij is en dat we hier nog mondkapjes moeten dragen. Ze denken dat het hier niet veilig of hygiënisch is, of dat we vleermuizen eten. Maar als ze komen, zien ze dat dat allemaal niet klopt.’
De toeristen die naar China komen, trekken zich weinig aan van politiek. Of ze zien het gewoon anders. ‘China is een van de belangrijkste landen ter wereld’, zegt Gloria Diaz (31) uit Colombia, die met haar echtgenoot en schoonouders door gids Sun Nini wordt rondgeleid. De familie heeft 35 uur gereisd en blijft een maand in China. ‘Mijn broer werkt in China en zei dat we zeker moesten komen. China heeft zo veel te bieden: cultuur, technologie en kennis.’
Ook Andrea D’Agostino (32) en zijn vriendin Claudia Di Jorio (33) uit Italië zagen geen bezwaren. Ze zitten uit te rusten in Beihai Park, met uitzicht op een meer vol lotusbloemen, na een bezoek aan de Verboden Stad. ‘Sommige mensen zien misschien politieke barrières, maar als je hier bent, is alles prima’, zegt D’Agostino. ‘Onze minister-president was hier minder dan tien dagen geleden, dus waarom zouden wij niet komen?’
D’Agostino en Di Jorio reisden de voorbije jaren naar Thailand en Japan, en wilden weer in Azië reizen. Ze hebben drie weken vakantie, een goede gelegenheid om ‘dat grote land’ te verkennen. Het visumvrij reizen gaf de doorslag: dat is beperkt tot vijftien dagen, maar kan met een uitstapje tussendoor naar Hongkong verlengd worden tot twee keer vijftien dagen.
Veel China-reizigers blijken eerder in Azië te zijn geweest, maar ze vinden China een stuk moeilijker te bereizen. Er is de taalbarrière, maar ook een online kloof, gezien veelgebruikte apps als Apple Pay, Google Maps en Airbnb in China niet werken. China heeft zijn eigen betaalapps en online diensten, zoals Alipay en Baidu Maps. Dat vergt een hoop extra voorbereiding.
‘Maar zodra je die Chinese apps hebt, is het makkelijk’, zegt Raquel Miron uit Spanje, na achttien dagen in China. Ze heeft alle hotels en vluchten zelf geboekt, en gebruikt vertaalsoftware om te communiceren. En als het echt niet lukte, dan kwam er altijd wel iemand helpen. ‘Dit zou je in Spanje niet meemaken’, zegt Morales. ‘De mensen in China vinden het echt leuk om te helpen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant