Door het overvolle elektriciteitsnet komen veel bedrijven op een lange wachtlijst te staan voordat ze een nieuwe of grotere stroomaansluiting kunnen krijgen. Door samen te werken in een energiehub kunnen bedrijventerreinen ondertussen toch doorgroeien.
Veel ouders proberen hun kind van jongs af aan bij te brengen dat het beter is om samen te delen. Ondernemers die last hebben van de drukte op het stroomnet beginnen dat nu ook aan den lijve te ondervinden.
Door slim energie uit te wisselen en de beschikbare capaciteit van hun aansluitingen op het net te delen, blijkt er ineens tóch ruimte te zijn voor meer stroomgebruik.
Op de meeste momenten is het stroomnet namelijk helemaal niet vol. Bedrijven mogen allemaal een bepaald vermogen aan elektriciteit gebruiken, maar zitten meestal niet dag en nacht aan hun maximum. Door hun capaciteit te delen kan het ene bedrijf een extra machine aanzetten op momenten dat de buurman even wat minder stroom nodig heeft, of als de zonnepanelen even verderop veel stroom opwekken.
Op Tholen hadden vier ondernemers de primeur met een zogeheten energiehub. Ze waren de eerste bedrijven die een gezamenlijk contract tekenden met netbeheerder Stedin. Ze wisselen onderling stroom uit en zetten een forse batterij in om weer elektrische ademruimte te krijgen.
"Door gebruik te maken van deze mogelijkheid denken we 20 tot 30 procent extra capaciteit te krijgen", vertelt Peter van Tuijl van On E Target, die de Zeeuwen hielp hun energiehub op te zetten.
Een centraal systeem houdt bij hoeveel stroom de vier bedrijven gebruiken. Als zij meer verbruiken of opwekken dan het gezamenlijke maximum, grijpt het systeem in. "Dan zorgen we dat de batterij gaat leveren of juist opladen, zodat we niet over de piek gaan", zegt Van Tuijl.
Dat blijkt nauwelijks nodig te zijn, omdat het niet vaak voorkomt dat de bedrijven allemaal tegelijk (te) veel stroom verbruiken. In de eerste weken heeft de accu pas een paar keer hoeven bijspringen. "Daar had je ook afspraken over kunnen maken, dat iemand een half uur later aan een klus was begonnen."
Kees Jansen, eigenaar van een bedrijf in de machinebouw, is al meer dan vijf jaar betrokken bij de plannen voor de Tholense energiehub. Zijn buren liepen in het begin niet allemaal warm. "Veel ondernemers zijn afwachtend", zegt hij. Maar door met hen het gesprek aan te gaan, en dankzij de toenemende aandacht voor de problemen op het stroomnet, kwam er steeds meer animo. "Dan zien ze het nut er echt wel van in."
Inmiddels staan er al 31 bedrijven op de wachtlijst om zich aan te sluiten op de energiehub. Wat de initiatiefnemers betreft is er voor hen allemaal ruimte, maar Stedin moet de achterliggende systemen er nog wel voor klaarmaken.
De uitbreiding van de hub kan straks ruimte bieden aan een bedrijf dat elders moet plaatsmaken voor woningbouw. Het laat zien dat een energiehub op allerlei vlakken voordelen biedt, zegt Van Tuijl. "Wij helpen hem om zijn bedrijf uit te breiden, en aan de andere kant maakt het het mogelijk dat er woningen worden gebouwd."
Stedin ziet energiehubs als een belangrijke oplossing voor de drukte op het stroomnet. Ook al is de Nederlandse regelgeving nog niet helemaal voorbereid op de gezamenlijke contracten die ervoor nodig zijn. "Zij hebben het neergelegd bij de ACM (de toezichthouder, red.) en gezegd: 'Je kunt het willen of niet, maar we gaan het gewoon doen'", vertelt Van Tuijl vol bewondering.
Uiteindelijk gaf de ACM toestemming om de energiehub als proefproject door te laten gaan. De toezichthouder verkent nog of er regels kunnen komen die zulke groepscontracten landelijk mogelijk maken. Van Tuijl pleit voor een doenersmentaliteit in plaats van starre regelgeving. "Ik zeg altijd: Kannie ligt op het kerkhof en wilnie ligt ernaast."
Wel benadrukt hij dat het elektriciteitsnet uiteindelijk echt verzwaard zal moeten worden, want de vraag naar stroom blijft groeien als bedrijven van de fossiele brandstoffen af gaan. "Het moet een combinatie zijn", denkt hij daarom.
De energiehub hoopt ondertussen een koploper te blijven, door restwarmte van het bedrijventerrein te gaan inzetten voor verwarming van de woningen in de stad Tholen. Van Tuijl: "Daar gaat nog wel tijd overheen. Dat is ietsjes moeilijker dan een paar zonnepanelen op het dak leggen."
Source: Nu.nl economisch