Home

De moderne trainer is een enthousiaste alleskunner en niet per se een oud-voetbalprof

De jonge trainer zonder achtergrond als topvoetballer rukt op. Zes dertigers zonder noemenswaardig verleden als prof zijn hoofdtrainer in het betaald voetbal.

Bij een eerdere cursus, in 2013, ontmoette Melvin Boel, de huidige trainer van FC Dordrecht, zijn aanstaande collega Ruud van Nistelrooij, de beroemde spits van weleer. Boel, toen 24 jaar: ‘Leuk, dacht ik, dan zie ik hem eens in het echt. We dronken een kop koffie en hij vroeg wat ik hier deed.’ Het antwoord luidde: hetzelfde als jij, Ruud. Toen de docent later die dag vroeg wie de training wilde leiden, stak één cursist zijn vinger op: Boel. ‘Na afloop zei Ruud: nu snap ik het, jij bent een echte trainer.’

Ja, ook zijn elementaire droom was prof zijn. Het veld van de Kuip oplopen, publiek ontwaren, genieten van het schijnsel van de lichtmasten. Het lukte niet. Blessures. Geen overmatig talent.

Trainer dan? Ja, mooie baan, maar was daarmee brood te verdienen? Hij twijfelde. Later belandde hij in het ziekenhuis door een auto-ongeluk en dacht hij tijdens zijn revalidatie: trainer, dat is toch mijn ware passie.

Geleidelijk klom hij op de ladder, onder meer bij de jeugd van Feyenoord. Diploma’s halen, leren, kijken, een visie ontwikkelen, praten. Wachten op een kans als hoofdtrainer.

Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever voor de Volkskrant.

Die kans kwam deze zomer: FC Dordrecht. Hij vroeg aan zijn maat Kenneth Goudmijn, assistent bij AZ, of hij het zou kunnen. ‘Kenneth zei dat ik me geen zorgen hoefde te maken, dat ik mijn teams echt laat voetballen.’ Op weg naar zijn presentatie bij Dordrecht belde de KNVB dat hij het hoogste diploma, officieel Voetbalcoach 5, had gehaald.

En zo zijn er nog een paar trainers: jong, zonder grote loopbaan als profvoetballer. Sterker: helemaal geen loopbaan als voetballer.

Opvallend is dat ze speltechnisch allemaal houden van hoog druk zetten, van aanvallend voetbal met veel energie en dynamiek. Dat ze bereid zijn onnoemelijk hard te werken. Dat ze een training kunnen geven, maar ook specifieke beelden kunnen monteren, kunnen omgaan met data, een staf kunnen aansturen en spelers op moderne wijze kunnen benaderen.

Alleen die jarenlange ervaring op hoog niveau in de kleedkamer, een training krijgen van grote namen en omgaan met druk van media na twee nederlagen op rij; dat aspect missen ze.

De Italiaan Francesco Farioli (35) is de bekendste vertegenwoordiger van deze groep trendsetters, omdat hij bij Ajax werkt. De anderen: Paul Simonis (39) bij Go Ahead, Melvin Boel (37) bij Dordrecht, Ruben den Uil (33) bij Excelsior, Sjors Ultee (37) bij TOP Oss en de Duitser Robin Peter (36) bij FC Emmen, afkomstig uit de school van RB Leipzig.

Eigenwijs

Directeur Hans de Zeeuw van Dordrecht zocht een opvolger voor Michele Santoni. Hij was sowieso gefascineerd door Arne Slot, vanwege de wijze waarop de vorige trainer van Feyenoord data en andere moderne facetten van het trainerschap combineert. Vanwege diens methodiek. ‘Dat spectrum vonden wij ongelooflijk interessant. Daarbij komt dat wij over beperkte financiële middelen beschikken. ’

Twee wat oudere trainers en twee personen uit de jonge garnituur bleven over bij Dordrecht, dat samenwerkt met Feyenoord. De Zeeuw: ‘Melvin stak er met kop en schouders bovenuit. Hij hield zo’n goede presentatie. Na een paar minuten tijdens ons eerste gesprek wist ik het wel. Melvin is heel eigenwijs, maar daar houd ik wel van, als het eigenwijsheid op de juiste manier is. Hij communiceert, is open en transparant. Hij is duidelijk en wijkt niet af van zijn visie.’

Zeker, ook vroeger bestond dit type jonge trainer zonder grote loopbaan als speler. Zo begon Leo Beenhakker. Han Berger was jarenlang piepjong als trainer, al was de wereld van data nog onbestaand. Er zijn ook twijfels te overwinnen voor de buitenwereld, door de achterstand in ervaring als voormalig prof.

Boel: ‘Als Louis van Gaal geen punten haalt, ligt dat eerder aan de spelers. Als het bij mij gebeurt, komt het al snel door de trainer.’ Zijn taak is simpel: resultaten halen en spelers ontwikkelen, zodat Dordrecht zodat Dordrecht voor goed geld spelers kan verkopen. Boel: ‘Samenwerken in een staf, plus waarde toevoegen op het veld.’

Mediaspel

Een roemrucht verleden als prof, zoals de onlangs bij Heerenveen aangestelde Robin van Persie, is in menig opzicht een voordeel, zeker in de beginperiode. De oud-topper heeft krediet. Een ander krijgt eerder kritiek, want ja, wat weet zo’n Francesco Farioli nou van topvoetbal? Ja, hij praat veel en hij leeft langs de lijn intens mee.

Farioli stelt ook een wedervraag aan de journalist die wil weten waarom hij Kenneth Taylor, Jordan Henderson en Brian Brobbey op de bank heeft gelaten tegen Heerenveen. Dan legt hij uit dat hij op fitheid let aan de hand van data, dat genoemde spelers drie dagen eerder een Europese wedstrijd speelden en voor dit duel helemaal niet tot de beste opstelling behoorden vanwege periodisering. Hij weeft filosofie door zijn antwoorden.

Een andere vraag luidt of hij genoeg waardering krijgt in deze beginfase van een langdurig proces, nu Ajax de wederopbouw met een vrijwel lege portemonnee aan hem toevertrouwde. Het spel is in defensief opzicht beter dan in voorgaande jaren, maar nog verre van sprankelend.

Farioli: ‘Voor mij is het belangrijkste om de waardering van de jongens in de kleedkamer te krijgen. Zij moeten het verschil maken. De energie en ideeën die zij op het veld brengen, geven mij motivatie. Niet de media, of wat er op tv is gezegd. Als wij naar iedereen luisteren, is er geen tijd voor andere zaken. We kunnen geen tijd verspillen. Er is alleen tijd om te werken.’

Moderne opleiding

Dat hij alles anders doet dan pakweg oud-voetballer Maurice Steijn vorig seizoen, maakt hem sowieso tot een interessante figuur. Hij is altijd bezig. Hij is meer de veelomvattende, alles begrijpende manager dan puur een trainer. Dat is in de ogen van velen precies wat het moderne voetbal vraagt.

Ook bij de KNVB zagen ze dat. Voorheen was de opleiding voor het hoogste diploma vooral toegankelijk voor oud-profs, die de hoge kosten ook gemakkelijker konden opbrengen. De bond heeft dat beleid veranderd, vanwege het inzicht dat een goed paard nog geen goede ruiter is, zoals Co Adriaanse het eens formuleerde. Diversiteit is gewenst, ook in het trainersgilde.

Marco Bout, manager opleidingen bij de KNVB in Zeist: ‘De matrix voor toelating is een aantal jaren geleden veranderd. De ervaring als prof wegen we nog steeds mee, maar er komen meer kandidaten in in aanmerking. Het gaat om inhoud, om wie je bent. Het leven als trainer is steeds complexer, als leidinggevende van een uitgebreide staf en een grote spelersgroep.

‘Vaardigheden als manager zijn belangrijk, net als tal van andere eigenschappen. Talen spreken, omgaan met video en data. Alle informatie begrijpen en kunnen koppelen. Dergelijke jonge trainers hebben meestal jarenlang ervaring opgedaan in het jeugdvoetbal, waarin ze zich staande hebben gehouden. Bovendien leren cursisten met een verschillende achtergrond veel van elkaar. Er is niet één weg.’

Van alle markten thuis

Zo kon het gebeuren dat van de laatste lichting cursisten vier trainers meteen een baan als hoofdtrainer kregen deze zomer: Boel en Den Uil, alsmede de oud-topspelers Van Persie en Hedwiges Maduro (Almere City). Bij Excelsior besloten ze om een ervaren assistent, oud-international Adrie Koster, aan de jonge trainer te koppelen.

Bout: ‘Of het een trend is weet ik niet, maar trainers met een andere route krijgen tegenwoordig ook een kans. Waarbij aangetekend dat clubs ook moeten durven zo’n jonge trainer te benoemen, want het is veel veiliger om een grote naam aan te stellen. Verder is het geen kwestie van goed of slecht.’

Dordrecht had ook geen geld om een hoofdtrainer van naam aan te nemen, en bovendien had de club dan nog een uitgebreide staf moeten werven. Boel is van alle markten thuis, in het veranderende vak.

Boel: ‘De moderne speler wil ook verder met een moderne coach. Kwaliteit is leidend, maar energie is doorslaggevend. Tactiek is meer dan schuiven met een magneetje op een wit bord. De hiërarchie in kleedkamers is anders dan vroeger. Het gebruik van de mobiele telefoon is voor de huidige generatie voetballers normaal. Ze zien continu beelden.

‘Het is handig om dan ook moderne middelen te gebruiken. Ook bij Dordrecht is de staf uitgebreid, maar ik beheers alle facetten zelf. De maatschappij is snel en dynamisch. De tijd van stilzitten en afwachten is voorbij. In die wereld wil ik een onafhankelijke denker zijn, met keuzes die bij me passen en die niet zijn ingegeven door geld.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next