Home

We hebben dezelfde woonruimte per kop als twaalf jaar geleden

Eerder deze zomer zagen we dat huizen weliswaar duurder worden, maar dat het aandeel van het inkomen dat huishoudens uitgeven aan wonen afneemt. Dat druist in tegen uw en mijn intuïtie: als de woningmarkt zo krap is en men in Den Haag maar blijft zeggen dat we moeten bouwen-bouwen-bouwen zou je verwachten dat huishoudens steeds méér gingen uitgeven aan wonen, niet minder. Deze week kijken we naar de woonruimte per kop. Die zal volgens dezelfde logica dan toch wel gedaald zijn de afgelopen jaren? Ook niet.

Laten we eerst naar die ruimte per kop kijken, en dan benoemen wat er wél aan de hand is op de woningmarkt.

Frank Kalshoven is oprichter van De Argumentenfabriek en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.

In 2013, kan iedereen die het weten wil zo terugvinden op de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), bestond de Nederlandse woningvoorraad uit een kleine 7,4 miljoen huizen voor 16,9 miljoen mensen. De gemiddelde oppervlakte van de woningen beliep 120 vierkante meter. Tien jaar later in 2023, was de woningvoorraad per saldo (van slopen en bijbouwen), toegenomen met zo’n 800 duizend woningen tot 8,2 miljoen, en de gemiddelde oppervlakte was in die tijd onveranderd. De bevolking was in die periode wel toegenomen, naar 17,9 miljoen mensen namelijk. Per hoofd van de bevolking was er in 2013 44 vierkante meter woonruimte beschikbaar; in 2023 net iets meer, 45 vierkante meter.

Dus: terwijl we er als huishoudens een steeds kleiner deel van ons inkomen aan uitgeven (de eerdere column), is de ruimte die we hebben per saldo zo’n beetje gelijk (deze column).

Maar er is toch woningnood! Een crisis! Lees het hoofdlijnenakkoord van de vier coalitiepartijen er maar op na. Bouwen moeten we, bouwen-bouwen-bouwen. Die gangbare diagnose lijkt me dus fout. Algemene schaarste aan woningen is niet het punt.

Wat wel? Velen van u weten dat heel goed, lees ik in mijn mailbox. Op de woningmarkt is een insider-outsider probleem. Er zijn mensen die ‘binnen’ zijn (in hun mooie corporatiewoning; in hun koophuis; zelfs in hun commerciële huurwoning) en er zijn mensen die ‘buiten’ staan (schoolverlaters die uit huis willen bijvoorbeeld en stellen in hun te krappe huis sinds er kinderen zijn gekomen). De insiders bewegen niet; de outsiders hebben daardoor geen toegang tot de woningen die voor hen geschikt zouden zijn, qua locatie, vierkante meters en prijs. Gemiddeld genomen is er geen probleem; (vooral) de outsiders hebben een probleem.

Waarom maak ik hier zo’n punt van? Omdat de diagnose er toe doet bij het opstelling van het behandelplan. Bij een gebroken been wilt u geen chemotherapie maar gips! Op een woningmarkt die vooral lijdt onder binnenstaanders versus buitenstaanders is domweg bijbouwen niet de oplossing. De oplossingsrichting is in zo’n geval: buitenstaanders meer macht geven; en de privileges van binnenstaanders inperken. Dat voert tot een heel andere woonagenda dan bouwen-bouwen-bouwen.

Alweer een paar jaar jaren geleden zei een corporatiedirecteur eens tegen mij: als we alle mensen die in corporatiewoningen in Amsterdam wonen ’s ochtends naar Zandvoort sturen en we ze ’s avonds naar hun nieuwe huis mochten begeleiden, was het woonprobleem in Amsterdam in één dag opgelost. Iedereen zou een passend huis hebben. Dit was natuurlijk maar een gedachte-experiment. Maar hou dit krachtige beeld in gedachten als we de komende week doordenken over wat wél zou kunnen werken op de woningmarkt.

Frank Kalshoven is econoom en publicist.

Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next