Home

Afzien, doorzetten en weerbaar worden: wat verklaart het succes van de ‘zelfhulpmilitair’?

Ex-commando’s bestormen de bestsellerlijsten met boeken over persoonlijk leiderschap en stressmanagement. Hun boodschap spreekt niet alleen jonge mannen met conservatieve ideeën over mannelijkheid aan. Waarom nemen Nederlandse lezers ineens zo graag fysiek én mentaal advies aan van (oud-)militairen?

Het geluid van een zware ademhaling vult het theater. Als de lichten aangaan, verschijnt uit de coulissen een man met een gemillimeterde kop, tatoeages en gespierde armen in een legergroen tenue. Gebukt onder het gewicht van een enorme rugzak loopt hij hijgend het podium op. Het is Dai Carter, voormalig commando, televisiepersoonlijkheid en bestsellerauteur. Ten overstaan van een uitverkochte zaal demonstreert hij hoe hij het hoofd koel houdt als hij midden in de nacht met die loodzware tas boven vijandig gebied uit een vliegtuig zou moeten springen.

Voor wie Carter niet kent: hij is onderdeel van een opmerkelijk oprukkend fenomeen, de ‘zelfhulpmilitair’. De afgelopen jaren bestormden ex-commando’s de bestsellerlijsten met boeken over persoonlijk leiderschap en stressmanagement. Carter werd in 2020 bekend bij ruim een miljoen kijkers van het NPO-programma Kamp Van Koningsbrugge. Samen met collega-commando Ray Klaassens begeleidt hij nu vier seizoenen deelnemers door ontberingen die vergelijkbaar zijn met de zwaarste militaire opleiding van Nederland, die van de special forces. Carter schreef vervolgens twee boeken: Nu of nooit (2022) en Mentale kracht (2023), waarvan in totaal meer dan 115 duizend exemplaren zijn verkocht. Collega Klaassens publiceerde begin 2024 eveneens een boek, Groeipijn, dat nu al 26 weken in de bestsellerlijst staat. Ook Klaassens stond afgelopen maanden in volle theaterzalen. Oud-commandoleider Erik Wegewijs, bekend van Special Forces Vips van Videoland, publiceert in september zijn eerste boek, Met blote handen.

Beeld van de tijdgeest

Nu moet ik u bekennen: ik ben een groot afnemer van het genre zelfhulp. Mijn kast staat vol met titels als The Subtle Art of Not Giving A Fuck en De kracht van kwetsbaarheid. Uit elk boek haal ik wel een trucje of handvat (om vervolgens direct te vergeten). Bovendien geeft het genre een aardig beeld van de tijdgeest. Historicus Maarten van den Heuvel verwoordt dat mooi in zijn boek, AEX van de ziel. De boodschap van zelfhulpboeken fungeert volgens Van den Heuvel als een spiegel van economisch en cultureel gemoed. De vraag hoe je moet leven mag dan zo oud zijn als de mensheid zelf, schrijft Van den Heuvel, maar waar en bij wie – Plato, de Bijbel, Brené Brown – we dat antwoord zoeken, verschilt per periode.

Over de auteur
Lena Bril is filosoof en schrijft voor Volkskrant Magazine over moderne etiquette.

De teloorgang van de verzorgingsstaat, financiële crises en emancipatiebewegingen hadden allemaal invloed op de adviezen in het populaire genre. Zo luidde het adagium tijdens de wederopbouw, een tijd van woningnood en voedselschaarste: discipline, hard werken en bijdragen aan het collectief. Terwijl in de jaren negentig, toen het geld tegen de plinten klotste en de verzorgingsstaat werd afgebroken, zelfhulpboeken vooral predikten dat succes en rijkdom een keuze is. En de tweede feministische golf veroorzaakte een vloed aan boeken over de invulling van mannen- en vrouwenrollen. Dus wat verklaart het succes van dit nieuwe genre zelfhulp? Waarom is de ex-commando dé persoon waar de Nederlandse lezer graag advies van aanneemt? Wat is hun boodschap, en wat zegt dat over deze tijd?

Gezinnen, studenten en zestigplussers

Wat direct opvalt in het theater: de diversiteit in de zaal. Ik had verwacht dat de zelfhulpmilitair vooral aantrekkingskracht zou hebben op jonge mannen, type sportschooljunkie met conservatieve ideeën over mannelijkheid. Op de Instagramkanalen van de commando’s zie je namelijk veel posts over ijsbaden, crossfit en vechtsport. Maar de zaal is gevuld met gezinnen, studenten, stelletjes, vriendengroepen en zelfs een aantal 60-plussers. Naast mij zitten twee meiden met blonde krullen van begin twintig. De zussen komen uit Enschede, ze hebben drie uur gereisd om de show te zien. Ze zijn groot fan van Kamp Van Koningsbrugge. ‘We kijken altijd met het hele gezin!’

Het succes van dit nieuwe genre zelfhulp, leer ik al snel, is niet los te zien van de populariteit van televisieprogramma’s waarin ‘normale burgers’ de loodzware beproevingen van de commando-opleiding ondergaan. ‘Wanneer breekt een kandidaat? Na drie slapeloze nachten? Of tijdens de acht uur durende mars door een rivier? En waar zou mijn grens liggen?’ Daar kunnen de zussen eindeloos over praten.

Over de aantrekkingskracht van dit soort programma’s bestaan meerdere psychologische theorieën, waaronder het idee dat we televisiekijken als mentale oefening. Door vanuit je warme woonkamer te kijken naar mensen die hongerig en onderkoeld honderd push-ups doen, stel je je voor hoe jij zou reageren en bereid je jezelf als het ware voor op zo’n mogelijke situatie. Ook in de boeken van de ex-soldaten ontwaar ik ‘afzien’ als rode draad. Alle drie de mannen beschrijven uitvoerig het heldhaftige verhaal van hoe zij als getroebleerde jongen van simpele komaf tegenslagen overwinnen en het met discipline en doorzettingsvermogen uiteindelijk schoppen tot commando en succesvol ondernemer. De hoofdboodschap van de militairen lijkt vooral: kom uit je comfortzone.

De comfortcrisis

Want ja, het is goed toeven op de bank van de meeste televisiekijkers. Het is zó prettig dat het een probleem is geworden. ‘Ik zou wel een grote fysieke en mentale uitdaging willen’, vertelt een jongen van eind twintig met een kantoorbaan me na de voorstelling. ‘Kijken hoever je komt, jezelf écht pushen.’ De Amerikaanse onderzoeker en journalist Michael Easter spreekt ook wel van een ‘comfortcrisis’. In zijn gelijknamige boek beschrijft Easter hoe een overvloed aan voedsel, een gebrek aan fysieke uitdaging en de voortdurende aanwezigheid van entertainment mensen ziek en ongelukkig maken. Dat komt, aldus Easter, omdat de mens niet gewend is aan overvloed. Het comforttijdperk beslaat slechts 0,004 procent van de geschiedenis van de mens – al die millennia daarvoor had de mens te maken met schaarste, kou en andere ongemakken.

Erik Wegewijs, die in Special Forces Vips met stiekem rokende en eten smokkelende BN’ers moet dealen, deelt deze probleemanalyse. ‘Ons beloningssysteem is beschadigd omdat alles binnen handbereik is’, vertelt hij vanuit zijn werkkamer met uitzicht op een groot weiland. ‘Het menselijk lichaam is ontworpen om de wereld te ontdekken, daarom hebben we armen en benen.’

Ray Klaassens heeft een gelijksoortige boodschap. ‘Mensen kiezen te vaak voor de voorspelbare, bekende route’, vertelt hij aan de telefoon. Zelfs áls mensen zichzelf fysiek uitdagen, vindt dat meestal plaats in een gecontroleerde omgeving waarin ze zich op hun gemak voelen. Zo publiceerde het RIVM onlangs een onderzoek waaruit blijkt dat jongeren de afgelopen jaren méér zijn gaan sporten (in een sportschool met airconditioning), maar minder zijn gaan bewegen (op de e-bike heb je geen last van tegenwind of een zweetrug). Maar ook bijvoorbeeld een ‘mudrace’ is volgens Klaassens niet vergelijkbaar met werkelijk ongemak. ‘Je weet dat zo’n race eindig is. Het soort ongemak waarvan je als persoon groeit, is onvoorspelbaar. Om zulk ongemak te overwinnen heb je een werkelijk doel nodig dat voor jou betekenis heeft. Dat ontbreekt bij veel mensen.’ Maar, benadrukt Klaassens, het heeft geen enkele zin om mensen weg te zetten als lui of verwend. Hij heeft geleerd dat het altijd effectiever is om mensen vanuit hun talent en potentie te benaderen. ‘Dan verdwijnt die gemakzuchtige houding vanzelf.’

Een gezonde omgang met stress

‘Adem allemaal met mij mee.’ Dai Carter doet in de microfoon ‘de fysiologische zucht’ voor, een ademhalingstechniek waarmee je acute stress kunt tegengaan. Het publiek zuigt vol overgave de zuurstof uit de zaal en blaast collectief uit. De schouders van de mannen naast mij zakken een paar centimeter. Op Instagram kreeg Carter zoveel vragen over de manieren waarop je weerbaar wordt dat hij zijn dm’s heeft uitgezet, vertelt hij na de show. Het is een opmerkelijke paradox. De moderne mens leeft in ongekende overvloed en comfort, en lijdt tegelijkertijd aan steeds meer stressklachten, zoals burn-outs en angststoornissen.

‘Adaptief vermogen’, leer ik in gesprek met de drie soldaten, is het sleutelwoord voor een gezonde omgang met stress. De beste militairen – de 4 procent die de opleiding tot het Korps Commandotroepen (KCT) afmaken – beschikken vooral over het talent zich te kunnen aanpassen. ‘Op missie kan de situatie elk moment omslaan. Om je succesvol aan te passen aan veranderende omstandigheden, moet je in staat zijn om helemaal ‘in het hier en nu’ te zijn’, verklaart Klaassens. Daar zijn veel mensen bijzonder slecht in. Wegewijs: ‘Sommige mensen leven vooral in hun hoofd. Zij recyclen voortdurend verhalen over het verleden of leven in doemscenario’s over de toekomst. Doordat ze niet bewust in het nu zijn, hebben ze niet de juiste focus om te doen wat nodig is.’ Wie weerbaarder wil worden, moet daarom eerst de eigen stressreacties begrijpen. ‘Je moet weten welke verhalen je jezelf vertelt.’

‘Vechten voor het vaderland’

Tot dusver is de boodschap van de zelfhulpmilitair weinig verrassend: al jaren prediken zelfhulpboeken ‘kom uit je comfortzone’ en ‘no pain, no gain’. Nieuw is dat achter de huidige behoefte aan individuele weerbaarheid een groeiende angst voor reële dreiging schuilt. Zoals oorlog of een ramp. In juni publiceerde de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) een rapport waaruit blijkt dat Nederland onvoldoende voorbereid is op bijvoorbeeld een aanval op onze energienetwerken of voedsel-en communicatiesystemen. Nederlanders moeten daarom, volgens de Adviesraad, op weerbaarheidscursus om te leren hoe zij moeten overleven als 72 uur de basisvoorzieningen uitvallen.

Ook het imago van militairen is de afgelopen tijd enorm veranderd, ziet Carter. ‘Tien jaar geleden zou niemand naar een voorstelling gaan van een commando, Nederlanders moesten niets weten van het leger.’ Maar met oorlog aan de rand van Europa en toenemende geopolitieke spanningen, is volgens onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van de Volkskrant het sentiment in de maatschappij gekanteld. In 2019 noemde 38 procent van de Nederlanders ‘internationale veiligheid en oorlogen’ een groot probleem, nu is dat 54 procent. Driekwart van de Nederlanders vindt dat er meer geïnvesteerd moet worden in defensie. Ook de vechtbereidheid lijkt toe te nemen. In recent onderzoek van Clingendael zegt 49 procent van de 4.351 deelnemers ‘ja’ op de vraag of ze bereid zijn te ‘vechten voor het vaderland’.

Preppen voor noodsituaties

Ondertussen zijn er al tekenen dat de burger zelf het heft in handen neemt. Eind vorig jaar opende in Utrecht de allereerste ‘prepshop’, een winkel waar je complete noodpakketten kunt kopen. Denk: een legerrugzak gevuld met zeepachtige blokken calorierijk voedsel, waterfilters, brandstoftabletten en karabijnhaken. Alle drie de militairen beginnen in ons gesprek over het rapport van de AIV – volgens hen is het noodzaak dat burgers zelf weten hoe te handelen in een noodsituatie.

Maar met een prepperspakket ben je er niet. Belangrijker dan een karabijnhaak aanschaffen, is volgens Carter het rampscenario eens in de zoveel tijd te doorlopen. ‘Neem de stappen eens door in je hoofd. Wat doe je als de lichten een langere tijd uitvallen? En hoe reageer je als het internet platligt?’ Volgens Wegewijs is het vooral noodzaak niet te handelen vanuit angst. ‘We willen niet nog een keer zo’n beschamende run op wc-papier, zoals tijdens de coronapandemie.’ Wat moet je wel doen? ‘Check eerst wat je zelf in huis hebt. En richt je daarna direct op je omgeving: de mensen in de straat. Overleg met je buren: wat hebben zij aan noodrantsoen, kunnen jullie samenwerken?’ En vertrouw op de overheid en haar systemen, zegt Wegewijs. ‘De meeste systemen kunnen drie dagen doorfunctioneren in een noodsituatie.’

Team boven het individu

Die boodschap – richt je op samenwerken, heb vertrouwen in je medemensen – ben ik nog niet vaak tegengekomen in het nogal op het ik gerichte zelfhulpboekengenre. Als ik Klaassens vraag of hij een concrete tip heeft om te werken aan mijn weerbaarheid, geeft hij mij bijvoorbeeld een visualisatieoefening. ‘Stel je elke dag bij het maken van kleine keuzen een T-splitsing voor. Waarschijnlijk ben je gewend om rechtsaf te slaan, en kies je ervoor je eigen behoefte te bevredigen. Neem in plaats daarvan de linkerroute, en doe iets voor een ander.’

Ook als je naar Kamp Van Koningsbrugge of Special Forces Vips kijkt, zie je dat het team áltijd voor het individu gaat. Egocentrische kandidaten – zelfs de allerfitste – vallen vrijwel altijd snel af. In die zin doet de boodschap denken aan het adagium vlak na de Tweede Wereldoorlog: werk hard, zeur niet en draag bij aan de gemeenschap. Met als grote verschil dat in de boeken van de commando’s wél ruimte overblijft voor het individu en persoonlijke ontwikkeling.

Nieuw soort mannelijkheid

Ik zie nog een hoopvol beeld opdoemen uit de militaire zelfhulpboeken: een nieuw soort mannelijkheid. Opvallend is dat de militairen in hun boeken geen woord reppen over hun gender. Wegewijs: ‘Ik denk niet in de hokjes ‘mannen’ en ‘vrouwen’, ik zie alleen maar mensen.’ Een luxepositie, benadrukt Wegewijs, hij heeft immers nooit de nadelen van zijn gender ervaren. ‘Zowel mannen als vrouwen beschikken over adaptief vermogen, dát zijn belangrijke factoren waarop ik vroeger commando’s en nu de deelnemers van Special Forces Vips toets.’

Al dan niet bewust stellen de drie militairen zich wél op als rolmodel voor zoekende jongens. Met hun persoonlijke verhalen laten zij zien hoe zij van een angstig of dromerig jongetje uiteindelijk uitgroeien tot een man. Een man met een harde buitenkant en een zachte inborst. Een man die uit een vliegtuig springt, maar ook over emoties kan praten. Positieve mannelijkheid, noemt Dai Carter het. Hij wordt regelmatig gevraagd om te spreken op ‘mannenweekenden’. Meestal gaat Carter niet in op zulke verzoeken – ‘niet mijn thema’ – maar hij probeert wel het beeld van positieve mannelijkheid uit te dragen. ‘Ik wil altijd laten zien dat ik óók een zorgdragende geliefde ben, en een zachte vader.’ Je moet allebei die kanten hebben, vindt Carter, en weten wanneer de juiste gepast is – daar heb je dat adaptief vermogen weer. ‘Ik zie veel jongens en mannen die geen helder doel in het leven hebben. Dat is ook altijd mijn eerste advies: zoek een rol.’

Na de voorstelling – Carter had zich opgefrist in zijn kleedkamer – stond er plots een forse jongen voor de ex-commando. ‘Ik was direct alert’, lacht Carter. De jongen bleek op zoek naar advies om zijn droom te verwezenlijken: werken bij defensie. Hoe hij zich het best lichamelijk kan voorbereiden op de toelating, wilde hij weten. ‘Hard trainen’, antwoordde Carter. ‘Maar word vooral niet té fit – dan ben je voor het einde al opgebrand.’ Misschien is dat wel het verfrissendste aan de zelfhulpmilitair: eindelijk een boodschap met nuance.

Dai Carter (1989) is de rechterhand van Ray Klaassens in Kamp Van Koningsbrugge en auteur van Nu of nooit en Mentale kracht

Dai Carter groeide op in de jaren negentig in de Amsterdamse Rivierenbuurt. In zijn boek Nu of nooit beschrijft hij zijn eigen leven naar het klassieke verhalenmodel van de heldenreis. ‘Ik was een gevoelig kind, snel bang – een makkelijk doelwit op het speelplein om de hoek.’ Op dat pleintje gelden andere spelregels dan hij van huis uit gewend is. ‘De enige vorm van ‘effectieve communicatie’ op straat was het uitdelen van een tik.’ Hij wordt vaak bedreigd en in elkaar geslagen. Tot het genoeg is: op zijn 8ste begint Carter met vechtsport en gaat hij op de vuist met de grootste pestkop. Een happy end volgt. ‘Na die knokpartij werden we vrienden.’

Uiteindelijk meldt Carter zich aan voor de Special Forces. ‘Ik had behoefte aan een overgangsritueel, een uitdaging om me te bewijzen als man.’ In de eerste twee weken van de ECO (Elementaire Commando Opleiding) slaapt hij in totaal een kleine 26 uur. Met een gebroken middenvoetsbeentje voltooit hij een mars van 250 kilometer aan het einde van de opleiding. Tijdens een decennium dienst dient hij onder andere in Afghanistan. Eenmaal terug in Nederland ondergaat hij negen maanden intensieve therapie, waaronder lichaamstherapie om trauma’s te verwerken. Nu begint hij zijn ochtendroutine het liefst met een ijsbad, honderd push-ups en honderd sit-ups. Hoewel dat met kleine kinderen vaak niet lukt. ‘Mijn zoontje van 3 kan overmand worden door grote emoties. Dan geef ik hem een bokskussen om het eruit te slaan, terwijl ik bij hem blijf om hem te laten voelen dat het oké is om negatieve gevoelens te hebben.’

Ray Klaassens (1973) is hoofdbegeleider in het NPO-programma Kamp Van Koningsbrugge. In januari verscheen zijn boek Groeipijn!

Op de ramen van de kinderkamer van Ray Klaassens stonden ’s winters ‘ijsbloemen’. Het ouderlijk huis staat in ’t Haagje, een volkswijk in Helmond die berucht is om zijn criminaliteit. Ondanks gebrek aan geld is het een warm, gelukkig gezin.

Op de middelbare school valt hij uit de toon vanwege zijn ‘simpele komaf’. Regelmatig komt hij thuis met een blauw oog of een vernielde fiets. ‘Niks ging zoals ik wilde in die tijd’, schrijft Klaassens in zijn boek. ‘Het maakt dat ik in mezelf gekeerd raak en steeds vaker thuisblijf. Mijn stoere voorkomen slaat om in een knagende onzekerheid die jaren duurt.’

Klaassens speelt op school de lolbroek en eindigt met elf onvoldoendes op zijn rapport. Het vormt het keerpunt in zijn verhaal: hij besluit zijn best te doen op school en te gaan sporten. De volgende tegenslag dient zich aan als hij zich aanmeldt voor het Korps Mariniers. ‘Ik kreeg simpelweg te horen dat ik totaal ongeschikt was.’ Klaassens zet door en wordt uiteindelijk uitgeroepen tot ‘best man’ van zijn lichting. Tijdens zijn carrière dient hij in Libanon, Ivoorkust, Bosnië en Afghanistan. Hij volgt meerdere extreem zware opleidingen, waaronder ‘ongewapend vechten’, een Belgische training waarbij hij elke week zeventien uur judo, karate, jiujitsu, aikido en kickboksen leert. Meer dan honderdvijftig keer springt hij uit een vliegtuig, waaronder boven onverlichte en onbekende dropzones. Voor de contra-terreuropleiding moet hij complexe informatie onthouden en reproduceren vlak nadat hij geblinddoekt van een duikplank is geduwd.

‘Ik gun iedereen, ook mijn kinderen, de nodige dosis ellende. In ellende leer je, groei je, word je weerbaar en kun je morgen meer aan.’ Met zijn zoon van 22 is hij daarom de Ardennen ingetrokken, om een weekend de opleiding van het Korps Commandotroepen na te bootsen. ‘Het was noodweer. In zulke regen kun je onmogelijk vuur maken of een droog onderkomen bouwen. Toen we de heuvels uitkwamen, ontdekten we dat hele dorpen onder water waren gelopen. Mijn zoon kijkt er met trots op terug.’

Erik Wegewijs (1973) is te zien in het programma Special Forces Vips. Dit najaar verschijnt zijn eerste boek: Met blote handen.

Erik Wegewijs groeide op in Swifterbant, een op de tekentafel ontworpen dorp in Flevoland. Wegewijs staat uitgebreid stil bij de ‘invloed van zijn geboortedorp op zijn vorming’. ‘Swifterbant kende nog geen geschiedenis. Samen moesten we een nieuwe minimaatschappij opbouwen.’ Alle bewoners staan op gelijke voet: rijk of arm, uit Utrecht of Limburg. ‘Ik heb daar mijn allergie voor status en hiërarchie ontwikkeld.’ Als kind lijdt Wegewijs aan astmatische bronchitis, een ziekte die volgens de huisarts dient te worden bestreden met een ijsbad na elke warme douche. ‘Ik krijste de longen uit mijn lijf, maar het heeft wel geholpen’, schrijft hij in zijn boek. Zijn weerstand tegen autoriteit brengt hem op school steeds vaker in de problemen. Als hij van het vwo dreigt te worden afgetrapt, is daar gelukkig de klassieke redder in nood: een behulpzame geschiedenisleraar die wél in hem gelooft.

Op de cover van het tijdschrift Panorama ziet hij het portret van een commando in actie en weet meteen: zo wil ik ook zijn. En zoals dat hoort in een kuifjesverhaal, lacht de conrector Wegewijs in zijn gezicht uit. ‘Ik zou vooral een plan B opstellen’ – woorden die de tiener alleen maar sterken in zijn motivatie. Voor zijn eerste missie wordt hij uitgezonden naar Srebrenica, in voormalig Joegoslavië, waar voor zijn neus een commandant op een landmijn stapt. Uiteindelijk leidt Wegewijs meer dan honderd commando’s op voordat hij in 2020 stopt bij defensie. ‘Ik hoop dat mijn kinderen later bij tegenslag de stem van hun vader horen en weten: ik kan doorzetten.’ Al zal hij zijn zoon of dochter nooit onnodig laten lijden. ‘Wat ik heb geleerd tijdens jaren commando’s trainen, is dat je altijd moet blijven kijken wat een pupil op dat moment aankan en nodig heeft. Niemand groeit van onnodige, misplaatste misère.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next