Het leven: wat dachten we, wie waren we en hoe is het allemaal zo gekomen? Claudia de Breij moest als kind leren ‘connecten met de buitenwereld’, maar kreeg gaandeweg steeds meer zelfvertrouwen.
Naam: Claudia de Breij
Leeftijd: 49 jaar
Is: Cabaretier en columnist
Nu te zien in: De theatershow Wat als
‘Dit is een van mijn dierbaarste foto’s, met mijn broer Dennis, toen hij een jaar of 6 was en ik 2, na een zomerse dag in de tuin. Dennis was veel drukker en speelde de hele dag buiten, terwijl ik introverter was en mijn jeugd vooral binnen doorbracht. Ik keek dan oude Hollywoodfilms, met Fred Astaire, Gene Kelly en Ginger Rogers. En ik luisterde als kind al naar liedjes van Neil Diamond, Barbra Streisand – wat mijn ouders best vreemd vonden – en natuurlijk Herman van Veen, die mijn grote voorbeeld zou worden. Op kinderfeestjes zat ik altijd met mijn beste vriendinnetje Dewi onder de tafel en vertelden we elkaar verhalen. We onttrokken ons zo aan het groepsgedoe.
‘Ik las ook veel boeken. Ik denk dat dat mijn manier was om te connecten met de buitenwereld en me te voeden met verhalen. Toch zijn er ook foto’s waarop ik uitbundig verkleed ben. Op die ene foto draag ik een bril van mijn moeder. En ik deed ook wel stukjes, maar altijd thuis, in de beslotenheid van het gezin. Of op vakantie in Italië, zoals je op die andere foto ziet.’
‘Mijn ouders zijn echte Utrechters, net als de rest van mijn familie, maar ze verhuisden naar Hagestein, 20 kilometer verderop, een rustig dorp om je kinderen te laten opgroeien. Mijn vader had een eigen pr-bureau. Mijn moeder was thuis tot mijn 10de, maar ging daarna bij een damesmodezaak werken. Ze waren heel verschillend. Mijn moeder was handig, snel en ook sociaal. Als ze in een andere tijd was opgegroeid, had ze vast grotere dromen gehad en was ze architect geworden of zo. Mijn vader was afwachtender, maar ook taalgevoelig. En hij was muzikaal, drumde vroeger in een band en kon aardig zingen. Ze zijn wel beiden heel modieus en eigenlijk altijd overdressed, ook nu ze dik in de zeventig zijn. Kijk nou naar die gênante maar prachtige foto, die is genomen toen mijn tante ging trouwen. Ik was toen bruidsmeisje. Dat pakje is toch helemaal te gek? Of die foto van toen we een dagje naar de Zaanse Schans gingen. Dat jasje van mijn moeder heb ik als tiener ook nog gedragen.’
‘Dat introverte verdween omdat ik toch wat te zeggen en te zingen had. Dus ben ik stukjes voor de schoolkrant gaan schrijven, want ik schreef ook al voor het blad van de tennisclub. Ik wilde eerst tandarts worden, maar op mijn 16de deed ik mee aan de schoolmusical. Ik speelde een hasjhond die te veel aan dat spul had geroken. Een slap aftreksel van Kees van Kootens typetje Koos Koets. Halverwege vergat iedereen zijn tekst en moesten we improviseren. Daardoor durfde ik voor het eerst vrijuit grappen te maken.
‘Ik greep daarna elke gelegenheid aan om op het podium te staan. Ik speelde zelfs Sinterklaas, maar dan met papieren punttietjes, net zoals in Madonna’s clip Vogue, die toen net uit was. Haar fotoboek Sex maakte trouwens ook veel bij me los, vooral de foto’s van Isabella Rossellini in een mannenkostuum. Buiten schooltijd om deed ik mee aan de Kunstbende, waar jongeren toneelervaring opdoen. Toch werd ik daarna afgewezen bij de Kleinkunstacademie, met het commentaar dat ik ‘niet theatraal genoeg’ was. Daar hadden ze ook wel gelijk in. Ik ben geen allround kleinkunstenaar, maar vooral een schrijver die haar eigen verhalen wil overbrengen.’
‘Dit is een publiciteitsfoto van mijn eerste voorstelling, toen ik 20 was. In die show kwam ik uit de kast als een fan van Neil Diamond, wat een manier was om te spelen met mijn eigen coming-out. De eerste die ik het vertelde was een lerares op de middelbare school, toen zij aan een groep leerlingen vroeg: weet je zeker dat je hetero bent? Dat was slim, want het geeft je meer ruimte erover te praten. Ik noemde mezelf eerst biseksueel, maar vind de parapluterm queer nu fijner, omdat ik in principe opensta voor alles en iedereen. Mijn moeder moest wel wat knoppen omzetten en haar toekomstbeeld bijstellen, toen ik het haar op mijn 19de vertelde. Mijn vader had er minder moeite mee. Al vanaf het begin van mijn carrière ben ik eerlijk geweest over mijn seksualiteit en zong ik ook liefdesliedjes over meisjes. Daar maakten mannelijke collega’s in het begin wel grappen over, die ik wegwuifde omdat ik one of the guys wilde zijn. Ook impresariaten en theaterbazen konden mij niet plaatsen, omdat ze het contrast tussen mijn lieve liedjes en harde grappen te groot vonden. Ik ben vroeger veel afgewezen, maar had gelukkig vanaf het begin een loyale queer fanbase.’
‘Ik wil deze foto laten zien omdat ik sinds kort weer tennis, wat ik als kind ook al deed. Het helpt me bij mijn herstel, nadat ik vorig jaar een inzinking kreeg. Ik heb jarenlang te veel gas gegeven. En toch dacht ik telkens dat ik er nog niet was. Ik raakte verslaafd aan de adrenaline en roes die je van spelen krijgt. Het verdooft alle pijn die je voelt. Totdat ik me niet meer kon ontspannen en slecht sliep. Ik volgde ook obsessief het nieuws omdat ik niets wilde missen voor mijn eindejaarsconference. Zelfs Lego voor volwassenen hielp me niet te kalmeren. Janny van der Heijden, ook een harde werker, zei toen: moe zijn is niet erg, maar als je niet meer kunt opladen, moet je ingrijpen. Dus heb ik ruim een half jaar niks gedaan, behalve films kijken, wandelen en spelen met onze kittens. En tennissen, omdat je dan een uur lang aan niets anders kunt denken. Gelukkig hebben mijn vrouw en kinderen daar niet al te veel last van gehad. Ik was namelijk niet somber. En ze vonden het ook wel gezellig dat ik weer veel thuis was, en brood bakte. Nu zet ik vaker een kruis in mijn agenda, en mijn huidige voorstelling Wat als speel ik meestal drie keer per week, dat is goed te doen.’
‘Vroeger fantaseerde ik over een bohemien bestaan, met overal mannen en vrouwen, hier en daar een kind. Dus niet op de klassieke manier. Mijn vrouw en ik hebben een samengesteld gezin met twee zoons, van 16 en 14. We zijn al bij elkaar sinds ze 2 en 0 waren, dus ze weten niet beter. Een deel van de tijd zijn ze bij de andere moeders, en hebben Jessica en ik een studentenweekend. Dan staan er overal wijnflessen en ruimt niemand de vaatwasser in. Er wordt veel gelachen bij ons thuis in Utrecht, waarbij we elkaar graag op de hak nemen.
‘Volgend jaar word ik 50, dat zet ook wel het een en ander in perspectief. Het is fijn dat ik kan doen wat ik leuk vind en goed verdien, maar ik heb geen opleiding afgemaakt en kan verder niks. Dus als er weer een pandemie komt, of de Russen ineens ons land binnenvallen, ben ik in één klap overbodig. Dus je moet je nooit beter voelen dan een ander. Ik moet na het zien van de foto’s ook weer denken aan een zinnetje van Thé Lau, uit het liedje Rode Aarde, dat ik ooit in mijn dagboek schreef: ‘Vergeet niet wie je bent is wie je altijd bent geweest’.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant