Home

De mens van ooit: hoe zien we er over 500 duizend jaar uit? (Misschien worden we een soort mierenkolonie)

De wetenschapsredactie zoekt deze zomer antwoord op vragen van lezers. Vandaag: hoe ziet de mens er over 500 duizend jaar uit? Het nieuwe inzicht: we zijn nú al razendsnel aan het veranderen.

1.De toekomst: grotere hoofden

Op haar college ‘Homo futurus’ vraagt bioloog Mirte Bosse het steevast aan haar studenten. Wat stellen jullie je voor bij de geëvolueerde mens van de toekomst?

‘Vaak tekenen ze dan van die hybride levensvormen, met een grote hersenpan’, zegt de universitair hoofddocent aan de VU Amsterdam en de Wageningen Universiteit. ‘De kaken en tanden worden kleiner en minder sterk, want voedsel wordt vloeibaarder. De ogen worden groot, omdat non-verbale communicatie belangrijker wordt. En wat ik ook vaak zie, is dat de mond kleiner wordt of zelfs helemaal verdwijnt. Omdat we telepathisch worden, en voedsel op andere manieren binnenkrijgen.’

Lezers Louis Raaijmakers en Ivo Claessen vroegen zich af waarheen de evolutie ons gaat sturen, een vraag waar wetenschappers lang op antwoordden: nergens, omdat evolutie iets van vroeger was, uit de tijd dat we nog apen waren. ‘We kunnen niet aan de conclusie ontkomen dat de evolutie van de mens plotseling tot stilstand is gekomen’, poneerde de beroemde evolutiebioloog Ernst Mayer nog in 1963.

De medische technologie beschermt ons immers tegen de ‘selectiedruk’ die er normaliter toe leidt dat de individuen die genetisch het minst goed zijn aangepast, minder kinderen krijgen. Bij de mens kunnen ook de minder ‘fitte’ exemplaren zich voortplanten en hun dna doorgeven. Terwijl de ‘fitste’ er soms juist voor kiezen om kinderloos te blijven. Zo hebben we onszelf ‘gebufferd’ tegen darwiniaanse evolutie, stelde nog maar vijftien jaar geleden een commentaar in vakblad Nature Genetics.

Maar dat was totdat genetici nog eens wat beter keken. In werkelijkheid zit ons dna vól aanpassingen van tamelijk recente datum. Westerlingen kunnen ook als volwassenen nog babymelk drinken, heel mal als je erover nadenkt. Komt door een genetische mutatie uit de tijd van de vroege boeren, waardoor het enzym dat nodig is om melkeiwitten te kunnen afbreken actief blijft als we volwassen zijn.

Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech.

Of kijk naar de vormen, maten en kleuren van de mensenlijven die de aarde bevolken. Europeanen hebben een witte huid, een aanpassing aan het vitamine-D-arme voedsel van de eerste landbouwers op het zon-arme noordelijk halfrond – voor de aanmaak van vitamine D moet zonlicht hun huid in. Op de polen zijn de Inuït klein en gedrongen en aan de evenaar zijn de Masai lang en dun, als aanpassingen aan de temperatuur. Hoog in de bergen hebben mensen een andere opslag van zuurstof in hun bloed, om te kunnen leven in ijle lucht. En de eilandbewonende Bajau van Zuidoost-Azië kunnen extreem lang onder water blijven, dankzij een vergrote milt die ze meer rode bloedcellen geeft, vertelt Bosse.

Er zijn aanwijzingen dat die subtiele selectie van gunstige eigenschappen in onze moderne, hoogtechnologische samenleving nog steeds gaande is. Hoogleraar biologie Nico van Straalen (VU Amsterdam) wijst op de Framingham Heart Study, een grootschalig medisch volgonderzoek dat al drie generaties loopt in het Amerikaanse stadje Framingham. Mannen met een aangeboren aanleg voor hoge bloeddruk blijken iets minder kinderen te krijgen. ‘Het is een heel klein effect hoor. Maar je verwacht dat als die lijn zich voortzet, de aanleg voor hoge bloeddruk toch zal afnemen in de bevolking’, zegt Van Straalen.

Intussen zijn we een ‘panmictische’ soort, zegt Bosse, biologentaal voor: we vermengen, iedereen krijgt kinderen met iedereen. Daardoor worden we ook genetisch steeds gemengder. De gemiddelde huidskleur van witte mensen zal daardoor donkerder worden, die van heel donkere mensen juist lichter. En ‘recessieve’ eigenschappen zoals blond haar, die alleen tot uiting komen als beide ouders het juiste gen ervoor doorgeven, zullen zeldzamer worden.

Maar dán? Hoe gaat het verder? Verwacht in elk geval niet dat mensen ineens ogen op steeltjes krijgen, of zonnepanelen op hun schedel, legt Bosse uit. We moeten het voorlopig immers doen met de ‘staande genetische variatie’, zoals biologen zeggen, de genetische mogelijkheden die er al zijn. Neem de aanleg voor de grotere milt: ‘Waarschijnlijk is dat een eigenschap die genetisch vlak onder de oppervlakte ligt en af en toe toevallig opduikt. Totdat er een volk is zoals de Bajau, waar er op de eigenschap positieve selectie plaatsvindt, doordat mensen die haar hebben meer nakomelingen krijgen. Dan kan zo’n eigenschap zich verspreiden.’

In onze moderne samenleving is er waarschijnlijk selectie op langer vruchtbaar blijven, opperen de onderzoeken. Of mogelijk is er selectie op iets expressievere gezichten met grotere ogen, denkt Bosse, een voordeel om in onze complexe samenleving beter non-verbaal te kunnen communiceren.

Het zou zomaar kunnen, vermoedt Van Straalen, dat ook onze breinen geleidelijk veranderen. ‘Goed informatie kunnen verwerken en snappen hoe andere mensen reageren zijn eigenschappen die in een moderne maatschappij met een hoge bevolkingsdichtheid en veel contacten je succes kunnen bepalen’, zegt hij. ‘Zo zou je gaandeweg mensen krijgen met grotere hoofden en breinen, met meer sociale en cognitieve capaciteiten.’

Filosoof en kunstenaar Koert van Mensvoort deed eens een vrolijk gedachtenexperiment: hoe zou de mens over een miljoen jaar zijn geëvolueerd, als het computerwerk op kantoor onze dominante leefomgeving blijft? Hij kwam uit op een mens met nog maar één, groot oog – ‘want je hoeft geen diepte meer te zien, een beeldscherm is plat’, legt hij uit – heel grote, soepele vingers, gekrompen oortjes en een gedegenereerd lichaam, dat meer een evolutionair overblijfsel zou zijn. ‘Een beetje een horrorbeeld’, zegt hij.

‘Er is verschil tussen wat je je kunt voorstellen en wat wetenschappelijk ook enigszins hout snijdt’, zegt bioloog Van Straalen. Neem het brein. Als dat meer dan twee tot drie keer zo groot wordt, zou het waarschijnlijk niet efficiënt meer werken, omdat het niet genoeg verbindingen meer kan aanleggen, schreef Michel Hofman van het Nederlands Instituut voor Hersenwetenschap al eens. Zoiets beperkt de mogelijkheden weer.

‘Als er over duizend jaar nog mensen bestaan, verwacht ik dat je ze gewoon nog zult herkennen’, denkt Van Straalen. ‘Onze soort is nu al flink doorgeëvolueerd. We kunnen best nog wat minder tanden en kiezen krijgen, of een wat groter hoofd. Maar een heel nieuwe menssoort lijkt me lastig voorstelbaar. Echte vernieuwingen, in de zin van een heel ander bouwplan, komen bij de evolutie doorgaans vanuit de basis van de stamboom, niet vanuit de al gespecialiseerde takken.’

2. De verre toekomst: ingekapseld door technologie

In één opzicht wijkt de mens intussen wel erg af van de natuur – wij hebben techniek. In zijn boek Next Nature wijst Koert van Mensvoort erop dat ons DNA al sinds de oertijd evolueert in samenhang met de technologie. Kijk maar naar de uitvinding van het vuur: doordat onze verre voorvaderen zo’n 2 miljoen jaar geleden gingen koken, hadden ze minder kauwspieren en grote kiezen nodig, met als gevolg dat onze schedel zich aan de bovenkant kon ontwikkelen en een groter brein kon huisvesten.

‘Ik zie onze relatie met technologie als co-evolutie. Net als de bloemen en de bijen, die zijn ook samen geëvolueerd’, vertelt Van Mensvoort. ‘Bijen halen nectar uit bloemen en verspreiden hun pollen, zodat de bloemen zich kunnen voortplanten. En wij zijn eigenlijk al vanaf de allereerste dag dat we mens zijn in onze biologie een technologische soort.’

Die technologische beïnvloeding zou weleens groter kunnen worden. ‘Het zou goed kunnen dat we niet afwachten en ons DNA op specifieke manieren gaan aanpassen, om er diversiteit in te brengen die er van nature niet is’, denkt Bosse. De eerste schoten voor de boeg zijn, voor wie erop let, al zichtbaar. Zo ging in China wetenschapper He Jiankui er in 2018 toe over om op eigen houtje een menselijke tweeling genetisch te manipuleren, met een mutatie die beschermend werkt tegen het krijgen van hiv.

Jiankui eindigde in de gevangenis, maar mochten dergelijke technieken geaccepteerder worden, dan zou dat kunnen leiden tot initiatieven om erfelijke ziekten voorgoed uit ons DNA te wissen, en zelfs om er nieuwe eigenschappen in aan te brengen, oppert Bosse. ‘Zoals een betere weerbaarheid tegen klimaatverandering’, zegt ze. ‘Denk aan genen waardoor mensen efficiënter kunnen transpireren, of weerbaarder zijn voor schadelijke uv-straling.’

Of neem de verzameling van 83 genetische mutaties voor een beter bouwplan, opgesteld door Harvard-geneticus George Church. Op de lijst staan zeldzame genetische variaties waarvan bekend is dat ze de drager een of ander voordeel geven. Van minder gevoeligheid voor pijn tot extra sterke botten. En van extra oud worden door een overactief ‘SIRT1’-gen, tot minder slaapbehoefte vanwege een subtiele mutatie in een gen genaamd ADRB1.

‘We hebben nog lang niet alle kennis om te begrijpen wat het aanbrengen van bepaalde mutaties gaat doen’, benadrukt Bosse. ‘Maar op de lange termijn denk ik dat standaard natuurlijke selectie zoals we die altijd hebben gekend, niet per se meer aanwezig is.’

Intussen dringt de technologie zich ook op een andere manier steeds nadrukkelijker op aan ons lichaam, in de vorm van apparaatjes, lenzen, implantaten en elektroden die ziekten dempen en ons brein beter laten functioneren. Overerfbaar worden zulke technologische extra’s waarschijnlijk niet. Mogelijk hebben wel mensen evolutionair voordeel die een natuurlijke aanleg hebben om met de extra’s om te gaan, denkt Bosse. ‘Zoals de capaciteit om informatie van een implantaat snel te verwerken.’

De menselijke soort is steeds meer ‘ingekapseld’ geraakt door zijn technologie, zo ziet Van Mensvoort het. Dankzij woningen en kleding kunnen we overleven op de raarste plaatsen, terwijl door de technologie van machines onze spierkracht minder nodig is. Zo ‘groeit techniek als een organisme om ons heen’, zegt Van Mensvoort. We zijn niet heel anders dan microben in onze darmen, zoals hij schreef in zijn essay Brief aan de mensheid. Meer en meer zouden we een ‘superorganisme’ worden, één met de technologie die ons aan alle kanten omgeeft en aanvult.

En ja: wie dat onmiddellijk doet denken aan de Borg, het griezelige, kubusvormige ruimteschip uit Star Trek dat iedereen die het tegenkomt invangt en ‘assimileert’ – ook dat gevaar ligt op de loer. Het is zelfs onvermijdelijk dat we een ‘eusociaal’ organisme worden, een term die verwijst naar insecten zoals mieren, bijen en termieten, betoogde de gelauwerde Australische ecoloog David W. Goodall vijftien jaar geleden in een academisch artikel. Dat is een organisme waarbij de afzonderlijke leden niet meer zijn dan radertjes in dienst van het grote geheel.

Doordat we steeds intensiever met elkaar communiceren, ‘houden gedachten snel op iets te zijn dat zich afspeelt in één brein’, aldus Goodall. Trek dat door en ‘er is alle reden om te denken dat het resulterende collectief een intellectuele kracht heeft die dat van de individuen waaruit het bestaat veruit overschrijdt.’ Net als de mier zullen we opgaan in een collectieve intelligentie, een organisme dat Goodall “Mensheid” noemt, tussen dubbele aanhalingstekens en met een hoofdletter.

Zeker, dat kan voor ons ‘onaantrekkelijk of onverteerbaar’ overkomen, snapt Goodall ook wel. ‘Maar dat is nog geen reden om de ogen te sluiten voor dit waarschijnlijke verloop van de toekomst. De ontwikkeling van de collectieve “Mensheid” is een logische consequentie van de manier waarop de mensheid is geëvolueerd, niet een uitkomst die moet worden bevorderd of tegengegaan.’

‘Voor een deel gaan we ons denken buiten ons lichaam plaatsen’, denkt ook Van Mensvoort. ‘En misschien is het zo slecht nog niet als ons hoofd wat wordt ontlast. Alleen moeten we wel heel goed bedenken: welke kern van onze menselijkheid willen we behouden?’

3.De héél verre toekomst: op in de kosmos

Zo buitelen we steeds verder de toekomst in, daar waar de vooruitzichten mistiger worden, de ideeën speculatiever en waar weidse denkers en sciencefictionschrijvers de contouren schetsen. In een essay genaamd Het laatste oordeel doordacht de beroemde Brits-Indiase bioloog J.B.S. Haldane al in 1923 hoe de mens zichzelf in een verre toekomst mogelijk genetisch ‘doorfokt’, om te kunnen overleven op Venus en Jupiter. Waarna de mens een, jawel, ‘superorganisme’ wordt, van nauw met elkaar verbonden postmenselijke wezens die uitwaaieren over het heelal.

Of nee: eenmaal uitgewaaierd over verschillende planeten, zal de mensheid evolueren tot verschillende soorten, die niet langer met elkaar nageslacht kunnen krijgen, schetst onder meer filosoof Olaf Stapledon in zijn sf-roman Laatste en eerste mensen (1930). Achttien soorten voorzag Stapledon, waaronder een sapiens met extreem grote breinen en een sapiens die vergroeid is met zijn communicatiechip en zo een telepathisch onderling verbonden kolonie vormt – die “Mensheid” van Goodall weer.

Of misschien komt er een punt waarop we onszelf uploaden naar de computer, een ander populair beeld uit de sciencefiction. In het tot Netflix-serie bewerkte boek Altered Carbon (2002) stelt de Britse auteur Richard K. Morgan zich voor hoe we ooit hoofdzakelijk zullen bestaan als harde schijven met al onze herinneringen en ervaringen erop, die worden gekoppeld aan inwisselbare, tijdelijke biologische lichamen, gekweekt in het lab.

Van Mensvoort ziet het nog niet zo gebeuren. Alsof je de complexiteit van het menselijk leven kunt nabouwen in silicium en koper. ‘Daaronder ligt de aanname dat bewustzijn ontstaat uit materie. Maar ik zou het willen omdraaien: misschien komt materie wel voort uit bewustzijn. Het bewustzijn proberen na te bouwen in een computer zou dan zoiets zijn als een vuurtje simuleren op een computer. Het kan er heel realistisch uitzien, maar het verbrandt niks.’

In vakblad Futures denkt de Servische astrofysicus, filosoof en schrijver Milan Cirkovic door over wat er zou gebeuren als de mensheid wél zou voortbestaan in de vorm van machines. Uiteindelijk zou de handigste en meest energie-efficiënte bestaansvorm niet een robot of een harde schijf zijn, maar een wolk stof, of deeltjes. ‘Je zou je een vorm van biocomputing kunnen voorstellen die letterlijk verweven is met de biosfeer van een planeet, inclusief gras, zeeflora, koraalriffen, enzovoorts.’

Uiteindelijk zou evolutie ertoe leiden dat we ‘niet meer te onderscheiden zijn van de natuurlijke omgeving’, aldus Cirkovic. Dat zou meteen verklaren waarom we nergens tekenen van intelligent buitenaards leven zien zoals ufo’s of radiosignalen: de buitenaardsen zouden allang één zijn geworden met de natuur. De ‘natuurwetten zelf zijn een product van hun ontwerpwerk, van het Grote Spel, gespeeld op de grootst mogelijke schaal van ruimte en tijd’, oppert Cirkovic.

Een heel wat minder zangerige optie is dat de menselijke soort zijn hoogtepunt al heeft gehad. In Evolution (2003) voorziet de schrijvende bioloog Stephen Baxter hoe de mens ten onder gaat na een wereldomvattende vulkaanramp, waarna we onze cultuur verliezen en miljoenen jaren later zijn veranderd in schuwe, simpele wezens die overwegend ondergronds leven, in symbiose met de wortelstelsels van de bomen.

Al die mogelijkheden en vergezichten, een beetje duizelig kun je ervan worden. Maar het zij zo, vindt Van Mensvoort. ‘Het is verleidelijk om te denken dat wij een soort eindpunt zijn van de evolutie. Maar zo is het natuurlijk niet. Het gaat door. En als je die lijn doortrekt, ontstaan er kennelijk steeds weer nieuwe niveaus van complexiteit.’

In zijn Brief aan de mensheid eindigt hij met een opvallende opdracht: ‘Ik wil ieder mens – levend en nog niet geboren, op aarde én daarbuiten – uitnodigen om bij iedere technologische verandering die zich in uw leven voordoet één simpele vraag te stellen: vergroot dit mijn menselijkheid? Want zolang er menselijkheid is, zal er ook een mensheid zijn.’

Wat hij daar precies mee bedoelt, technologie die de menselijkheid vergroot? Hoe blijven we mens, in de buik van de technologie? ‘Dat heb ik bewust een beetje vaag gehouden’, zegt Van Mensvoort, niet via telepathie maar gewoon nog ouderwets aan de telefoon. ‘Want ik vind eigenlijk dat dat aan ons allen als mensheid is, om dat te bepalen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next