In de verkiezingsstrijd tussen Trump en Harris is de economie het belangrijkste thema. Zijn Amerikanen nu beter af dan vier jaar geleden? Niet de cijfers, maar het gevoel van de kiezers bij deze vraag zal bepalen wie wint.
Het is waarschijnlijk de dodelijkste zin uit de Amerikaanse politieke geschiedenis. ‘Are you better off now than you were four years ago?’, vroeg Ronald Reagan de kijkers in 1980 tijdens zijn legendarische verkiezingsdebat met de Democratische president Jimmy Carter.
Tot dan toe gold Carter als favoriet, maar het debat met zijn Republikeinse rivaal veranderde alles. Nee, we zijn niet beter af dan vier jaar geleden, antwoordde een grote meerderheid van de destijds door hoge inflatie en werkloosheid geplaagde Amerikanen. Met bijna 10 procentpunt verschil won Reagan een week later de presidentsverkiezingen.
Over de auteur
Jonathan Witteman is economieredacteur voor de Volkskrant en schrijft over de macro-economie en de bankensector.
Zijn verre navolger Donald Trump, die eerder al Reagans leus ‘Make America Great Again’ oppoetste, haalde de vraag deze week uit de mottenballen. ‘Are you better off now than you were when I was president?’, schreef de Republikeinse presidentskandidaat maandag in zijn eerste bericht op het socialemediaplatform X in lange tijd.
In een duister, met daklozen en IS-aanhangers gevuld campagnefilmpje gebruikt Trump de beroemde slotwoorden van ‘The Gipper’ zelfs als begeleidend commentaar, alsof het weer 1980 is, de tijd van ellenlange rijen voor de Amerikaanse benzinepompen en hypotheekrentes boven de 14 procent. ‘Is het makkelijker voor u om boodschappen te kopen dan vier jaar geleden?’, galmt Reagans baritonstem vanuit het graf, terwijl een supermarktklant anno 2024 vertwijfeld naar haar bonnetje staart.
Zeker nu de strijd tussen Trump en Kamala Harris een dubbeltje op zijn kant lijkt te worden, zal veel afhangen van welk antwoord kiezers op 5 november zullen geven op Reagans vragen. Want aan de vooravond van de Democratische Partijconventie, die maandag begint in Chicago, staat Harris er ondanks een flinke inhaalslag in de peilingen nog altijd beroerder voor dan Joe Biden en Hillary Clinton rond dezelfde tijd in 2020 en 2016.
Landelijk heeft Harris een gemiddelde voorsprong van slechts 1,1 procentpunt, aldus Real Clear Politics, terwijl Biden en Clinton vier en acht jaar geleden nog 7,7 en 6,8 procentpunt voorlagen. Biden dankte zijn winst uiteindelijk aan minuscule verschillen in de twijfelstaten – 10.457 stemmen in Arizona, 11.779 in Georgia, 20.682 in Wisconsin – en hoe het met Clinton afliep, is genoeglijk bekend.
Van alle verkiezingsthema’s weegt de economie sinds jaar en dag het zwaarst voor Amerikanen. In een woensdag gepubliceerde peiling van The Economist en YouGov noemde bijvoorbeeld 24 procent van de ondervraagden ‘inflatie/prijzen’ als belangrijkste thema, en werkgelegenheid (13 procent) als nummer twee. Daarna pas volgden hete hangijzers als immigratie (12 procent), gezondheidszorg (10 procent) en abortus (7 procent).
Mocht een meerderheid van de Amerikanen over ruim elf weken ‘ja’ antwoorden op de vraag of ze beter af zijn dan vier jaar geleden, dan is de kans groot dat vicepresident Harris de Naval Observatory zal mogen verruilen voor het Witte Huis. Maar als de meeste kiezers ‘nee’ antwoorden, zullen de verhuiswagens van Donald Trump waarschijnlijk voorrijden bij 1600 Pennsylvania Avenue. Hoe sterk is het Republikeinse pleidooi voor ‘nee’, en de Democratische argumenten voor ‘ja’?
Donald Trump heeft een obsessie met bacon. Al tijden liggen er weinig kwesties zo in zijn mond bestorven als de prijs van uit de karbonadestrook van varkens gesneden spek. Ook in zijn vraaggesprek van afgelopen week met X-baas Elon Musk beklaagde Trump zich er weer eens over hoe duur bacon tegenwoordig is.
‘Volgens mij hebben we de ergste inflatie in honderd jaar’, zei Trump. ‘Bacon kost vier of vijf keer zoveel als een paar jaar geleden.’ In werkelijkheid ligt de baconprijs nu 18 procent hoger dan toen Trump het Witte Huis verliet, tonen cijfers van de Amerikaanse centrale bank, niet 300 of 400 procent, zoals hij al maanden verkondigt.
Maar toch. Als er één probleem is dat de regering-Biden aankleeft, zijn het de hoge prijzen voor benzine en boodschappen, waarvan Trump bacon tot symbool heeft gebombardeerd. Onder Biden piekte de Amerikaanse inflatie ruim twee jaar geleden op 9,1 procent. Weliswaar niet de ergste prijsstijgingen in honderd jaar, zoals Trump beweert, maar wel in meer dan een generatie – sinds de dagen van Reagan en Carter om precies te zijn.
Inmiddels is de geldontwaarding gezakt tot 2,9 procent, maar al bij al liggen de prijzen nog steeds bijna een vijfde hoger dan begin 2021, aldus het Bureau of Labor Statistics. Liefst 41 procent van de Amerikanen ziet inflatie momenteel als hun grootste financiële zorg, blijkt uit Gallup-peilingen. In Trumps laatste jaar in het Witte Huis was dit 3 procent.
Natuurlijk is het de vraag of Biden, laat staan Harris, echt schuldig was aan de inflatie. Sowieso stegen de prijzen in veel Europese landen, zoals Nederland, afgelopen jaren harder dan in de VS. Bovendien ligt het wapen waarmee de Amerikanen sindsdien de inflatie hebben beteugeld – renteverhogingen – in handen van de onafhankelijke centrale bank, de Federal Reserve.
De oorzaken van de inflatieschok lagen grotendeels buiten Bidens macht. Onderzoek van ex-Fed-voorzitter Ben Bernanke wees vorig jaar de Oekraïne-oorlog, de schaarste aan spullen door de pandemie en vooral de door corona fors gestegen consumentenvraag aan als schuldigen. Door alle afgeblazen vakanties en gesloten restaurants en winkels brandde het geld consumenten plots in de zakken. Daarbovenop kwam nog de coronasteun van de regering-Trump: 1.200 dollar voor elke volwassene, plus 500 dollar per kind. Al die extra dollars, schreeuwend om te worden uitgegeven, dreven de prijzen op.
Daar komt bij dat sommige verkiezingsplannen van Trump de inflatie juist zullen verhogen, vrezen critici. Zo flirtte Trump afgelopen maanden met strafheffingen van 10 procent op alle (!) importgoederen. Chinese importeurs hangt zelfs een heffing van 60 procent boven het hoofd. Dit moet de schatkist zo veel geld opleveren dat de inkomstenbelasting kan worden afgeschaft, oppert Trump. Tegenstanders vrezen dat zulke strafheffingen de prijzen zullen opjagen, omdat bedrijven de extra kosten doorberekenen aan consumenten.
Het weerhoudt Trump en consorten er niet van om te blijven hameren op het inflatietrauma. Sinds Biden zich terugtrok als presidentskandidaat, proberen ze verwoed om de inflatie in de schoenen van Harris te schuiven. ‘Haar vingerafdrukken zitten overal op de voorbije vier jaar van falen’, zei Mitch McConnell, de Republikeinse minderheidsleider in de Senaat.
Trump heeft veel van zijn vertrouwde schimpscheuten aan het adres van Biden – ‘laag IQ’, ‘erger dan Bernie’, ‘kan niet praten’ – simpelweg naar Harris geknipt en geplakt, inclusief zijn inflatieretoriek. ‘Wat mensen echt boos maakt, is wat Kamala en Biden met de economie hebben laten gebeuren’, zei hij tegen Musk. ‘Het maakt niet uit hoeveel geld je verdient, de inflatie eet mensen levend op.’
Op haar beurt verkondigt Harris in haar toespraken steevast dat het gevecht tegen de geldontwaarding een van haar belangrijkste speerpunten is. ‘Als ik president ben, zal het mijn eerste prioriteit zijn om te strijden voor lagere prijzen’, zei ze vorige week in Detroit.
Hoe Harris dit voor elkaar wil boksen, bleef tot voor kort wat vaag, maar vrijdag ontvouwde ze in North Carolina haar eerste plannen. Daarin pleit ze voor een landelijk verbod op ‘price gouging’, het rekenen van woekerprijzen door bedrijven. Het eerste doelwit van haar campagne tegen graaiflatie is, jawel: bacon, en andere producten van de vleesindustrie.
Zonder inflatie – en met misschien iets minder broze botten – had Biden een ererondje kunnen lopen om het succes van de economie te vieren. Want economisch gezien staan de VS er minstens zo goed voor als tijdens de eerste drie jaar van Trumps presidentschap, en logischerwijs vele malen beter dan tijdens het rampjaar 2020.
De door de Fed voorspelde recessie bleef uit. Sterker nog: met een groei van 3 procent wekte de Amerikaanse economie de voorbije kwartalen de jaloezie van alle andere westerse landen. Bovendien kwamen er sinds 2021 onder aan de streep 16 miljoen banen bij, het hoogste aantal in één presidentstermijn in zeker een eeuw, al was dit deels onvermijdelijk herstel na de coronacrisis. Ter vergelijking: onder Trump verdwenen er netto juist 2,7 miljoen banen, de slechtste oogst sinds de jaren dertig, alhoewel Trump pre-corona nog een respectabele plus van 6,6 miljoen banen noteerde.
Indrukwekkender nog is de Amerikaanse salarisgroei. Aan de vooravond van de pandemie verdienden mensen gemiddeld 979 dollar per week, nu 1.200 dollar. Al anderhalf jaar groeien de lonen van Amerikanen uit de onder- en middenklasse sneller dan de prijzen in de supermarkt of aan de benzinepomp, becijferde de Council of Economic Advisers.
Een groot voordeel voor Harris is bovendien dat ze domweg Biden niet is. Tot dusver lijken kiezers haar op economisch vlak veel meer te vertrouwen dan Biden. In recente peilingen scoorde ze wat dat betreft zelfs beter dan Trump. Vrij uniek, omdat Amerikaanse kiezers van oudsher denken dat de economie veiliger is in Republikeinse handen dan in Democratische.
In werkelijkheid is het omgekeerd: sinds de Tweede Wereldoorlog groeide de Amerikaanse economie beduidend harder met een Democraat in het Oval Office dan met een Republikein, toonde onderzoek van econoom Alan Blinder.
Toch is er niet louter goed nieuws voor Harris. Juist in electoraal gezien cruciale staten als Pennsylvania, Michigan en Wisconsin presteerde de economie de voorbije jaren relatief mager, inventariseerde Bloomberg onlangs.
Bovendien kan er in elf weken van alles misgaan. Dit gebeurde in 2008: half september, voordat de val van zakenbank Lehman Brothers een wereldcrisis ontketende, stond Barack Obama in de peilingen nog ruim achter John McCain. Dat een ongeluk in een klein hoekje zit, bleek vorige week weer eens met de mini-beurskrach op Wall Street, waarvan de koersverliezen overigens al snel weer werden goedgemaakt. ‘TRUMP CASH vs KAMALA CRASH’, tweette Trump desalniettemin.
Mocht er een recessie uitbreken, zoals vorige week de vrees was onder beleggers, dan zullen de kansen van Harris flink afnemen. ‘We kunnen niet winnen als mensen denken dat we op een recessie afstevenen’, voorspelde de Democratische superdelegate William Owen vorige week tegen Politico.
Wellicht zal Donald Trump in dat geval een andere Reagan-uitspraak uit de mottenballen halen, met een kleine aanpassing in de laatste zin: ‘Een recessie is wanneer je buurman zijn baan verliest. Een depressie is wanneer jij de jouwe verliest. En herstel is wanneer Jimmy Carter de zijne verliest.’
Source: Volkskrant