Als mensen naar waarheid zoeken, vertrouwt ons brein op een oud instinct. Dit kan tot flinke missers leiden. Wetenschapsfilosoof Ton Derksen beschrijft in Waarheidsvinding de valkuilen.
Ganzen lopen als ze uit het ei komen meteen achter hun moeder aan, maar hoe weten ze eigenlijk wie dat is? Op een oude foto van de Oostenrijkse zoöloog en ornitholoog Konrad Lorenz achtervolgen drie gansjes de Nobelprijswinnaar. Ze lijken ervan uit te gaan dat Lorenz, een lange man met een baard en een pijp, hun moeder is.
Lorenz haalde in een beroemd experiment uit 1935 ganzeneieren weg bij de moedergans en ging zelf vooraan staan toen ze uitkwamen. De kuikens bleken zodra ze uit het ei kwamen het eerste bewegend object te volgen dat ze zagen: de wetenschapper zelf. Later lukte het ook met andere zaken, zoals een kussentje aan een touw.
Wij/zij-maatschappij
Kunnen we nog samenwerken tegen klimaatverandering en oorlog? Wie denkt nog in termen van een algemeen belang? De Volkskrant onderzoekt wat de wetenschap zegt, waar struikelblokken liggen en wat we hiervan kunnen leren. Eerdere afleveringen: volkskrant.nl/WijZij
‘Dankzij dit instinct hoeven die gansjes in principe niet te verhongeren’, zegt emeritus hoogleraar wetenschapsfilosofie Ton Derksen. ‘In de juiste context werkt het heel goed. Maar: het werkt alléén in die context. Daarbuiten gaat het fout.’
Het experiment van Lorenz staat in zijn nieuwe boek Waarheidsvinding, over de grootste valkuilen waar mensen in kunnen trappen wanneer ze op zoek zijn naar de waarheid. ‘Het probleem is dat ook ons brein is gevormd door een evolutieproces. Net als de ganzen hebben mensen bepaalde denk- of cognitieve instincten die maken dat wij om te overleven snel conclusies trekken die meestal werken. Maar net als bij ganzen werken die buiten de alledaagse context vaak niet.’
Door zulke denkfouten bloot te leggen, hielp Ton Derksen in 2010 de wegens meervoudige moord veroordeelde verpleegkundige Lucia de Berk vrij te krijgen. Na deze geruchtmakende zaak kreeg hij ruim honderd verzoeken om te kijken naar zaken van andere veroordeelden. Ze schrijven hem vaak rechtstreeks uit de gevangenis en bellen nog steeds.
Derksen bestudeerde inmiddels ruim twintig zaken, schreef een reeks boeken over gerechtelijke dwalingen en wist nog zes andere veroordeelden uit de cel te helpen.
Sinds de komst van internet is ‘waarheidsvinding’ steeds gemakkelijker geworden, zegt hij. Op ons scherm treffen we nu voortdurend ‘waarheden’ aan. ‘En hebben we eenmaal een waarheid gevonden, dan duikt al snel ander bewijsmateriaal op dat daar ook bij past. Voor je het weet hebben we een heel wereldbeeld bij elkaar gescharreld, om te bewijzen dat anderen fout zitten.’
Enige bescheidenheid over ons vermogen de waarheid op te sporen is daarom op zijn plaats, betoogt Ton Derksen in Waarheidsvinding. In dit boek ontleedt hij op basis van bestudeerde rechtszaken en een berg aan wetenschappelijk onderzoek wat er in ons denken allemaal fout kan gaan: schrikbarend veel meer dan hier is samen te vatten. Daarom de vier grootste valkuilen, plus een eerste remedie.
Over de auteur
Margriet Oostveen schrijft voor de Volkskrant over sociale wetenschappen en maatschappij. Eerder trok zij tien jaar als columnist door Nederland.
Dit is de grootste en diepste valkuil van allemaal. Het confirmatievooroordeel is onze neiging geloof te hechten aan informatie die bij ons wereldbeeld past, net zoals de ganzen, en om wat daar niet bij past niet serieus te nemen. Het staat ook wel bekend als tunnelvisie.
Amerikaanse psychologen deden ruim veertig jaar geleden ‘een van de meest schrikbarende experimenten’ naar tunnelvisie, volgens Ton Derksen. Zij selecteerden 24 studenten die sterk voor de doodstraf waren en 24 die sterk tegen waren. Beide groepen kregen dezelfde twee wetenschappelijke artikelen plus kritieken erop te lezen. Het eerste artikel bevestigde de afschrikwekkende werking van de doodstraf; het tweede weerlegde die.
‘Je zou denken dat die mensen door alle informatie genuanceerder zouden worden, maar het tegendeel was het geval. Ze bleken alleen maar sterker te zijn gepolariseerd. Omdat beide groepen alleen het bewijsmateriaal dat bij hun mening paste omarmden, en de rest zeer kritisch bejegenden. En ook nog met goede argumenten, ze redeneerden naar zichzelf toe.’
Tel daarbij op de algoritmen van het internet die je voorschotelen wat bij je mening past, zegt Derksen, en je begrijpt waarom tunnelvisie zo hardnekkig is.
Waarom hebben mensen de neiging om geen verdere vragen te stellen? Omdat overleven om snelle beslissingen vraagt, zegt Derksen: ‘Als er een tijger aan komt, zal een echte filosoof misschien overwegen: het lijkt op een tijger, maar hoe weet ik dat eigenlijk zeker? Die filosoof wordt opgegeten door de tijger. Het moet dus sneller: een tijger, wegwezen!’
De psychologen Gerd Gigerenzer en Daniel Goldstein ontdekten dat de strategie te kiezen voor wat je bekend voorkomt in veel gevallen ook echt het beste werkt. Ze legden Amerikaanse en Duitse studenten twee stedennamen voor: San Diego en San Antonio. De studenten moesten uit het hoofd kiezen welke stad de meeste inwoners heeft. Van de Duitse studenten, die nog nooit van San Antonio hadden gehoord, gaf 100 procent het juiste antwoord. Niet omdat ze dat wisten, maar omdat ze instinctief kozen voor de stad die ze wél van naam kenden: San Diego. Van de groep Amerikaanse studenten die beide steden al kenden en daardoor meer twijfelden gaf nog maar 66 procent het juiste antwoord.
‘De evolutie bezorgt ons als het ware een shortcut naar de waarheid wanneer we kiezen wat ons bekend voorkomt’, zegt Derksen. ‘Daarom duiken we die tunnel in. Maar deze shortcut werkt alleen in alledaagse situaties waar die in het evolutieproces is uitgetest. Daar moet je op bedacht blijven.’
Bewijsmateriaal dat je het eerste ziet, heeft opvallend vaak de grootste invloed op je overtuiging. Derksen haalt in zijn boek verscheidene onderzoeken aan die dit aantonen. Dat van de Canadees-Amerikaanse politicoloog Philip E. Tetlock is het bekendst. Hij vroeg proefpersonen de (on)schuld van verdachten te beoordelen. De groep die eerst ontlastend materiaal onder ogen kreeg, en daarna – na drie minuten – het even sterke belastende bewijsmateriaal, was tot het oordeel ‘onschuldig’ geneigd. De groep die eerst het belastende bewijsmateriaal zag, neigde naar ‘schuldig’.
Om het primacy-effect te vermijden krijgen rechters in Duitsland alle informatie pas ter zitting onder ogen. Ook in de Verenigde Staten geldt dit onmiddellijkheidsbeginsel. Maar in het Nederlandse rechtssysteem krijgen rechters een strafdossier al tevoren te lezen. De advocaat staat met zijn ontlastende pleidooi in de rechtszaal dus meteen op achterstand, zegt Derksen.
‘Nederlandse rechters zien dat positiever: wij werken zorgvuldiger dan landen met het onmiddellijkheidsbeginsel. Maar dat is een fictie. Ze hebben te weinig tijd en lezen het dossier uiteindelijk vaak aan de hand van een stuk van de griffier. Die laat weten welke pagina’s ze moeten lezen.’
In een andere context treedt dit primacy-effect evengoed op. Bijvoorbeeld wanneer mensen op Facebook lezen dat coronavaccinaties gevaarlijk zijn. Je kunt ze daarna nog zo overladen met feiten die het tegendeel bewijzen: vaak is het dan al te laat. Bovendien versterken het primacy-effect en het confirmatievooroordeel elkaar. Derksen: ‘En dan graven mensen zich alleen maar verder in. Ik denk dat complotdenken vooral toeneemt omdat de communicatiemogelijkheden zijn toegenomen.’
‘Volgens de wet is iemand onschuldig tot het tegendeel is bewezen’, zegt Ton Derksen, ‘maar in ons denken werkt dat vaak helemaal niet zo. We zijn geneigd belastende argumenten serieuzer te nemen dan ontlastende argumenten. Een verdachte is dus al bijna schuldig.’
Allerlei onderzoek laat zien dat politiemensen inderdaad geneigd zijn om in de schuld van een verdachte te geloven, juist wanneer ze al wat langer meelopen. Door de werking van het confirmatieprincipe (we geloven wat past bij wat we al geloven) weegt vervolgens de verklaring van een belastende getuige zwaarder dan die van een ontlastende getuige. ‘Die mindset ‘schuldig’ werkt bij ons allemaal, helaas ook bij rechters.’
Verplaats dit principe naar de informatie die op internet wordt rondgepompt en je begrijpt waarom mensen vaak toch iets blijven geloven van de leugens die ‘juice-’ of roddelkanalen rondpompen. Of van de leugens van extreemrechtse groeperingen en politici die buitenlanders van alles de schuld blijven geven.
Uit de vier voorbeelden hierboven blijkt hoe hardnekkig instinctief mensen zoeken naar passend bewijsmateriaal. Wie meer zekerheid over de waarheid wil hebben, moet daarom altijd op zoek gaan naar discriminerend bewijsmateriaal, zegt Derksen. Bewijsmateriaal dat niet alleen laat zien dat jouw scenario klopt, maar ook dat alternatieve scenario’s niet kloppen.
Neem het argument: door het opwarmen van de aarde wordt het steeds droger. Maar het regent al de hele zomer. Je kunt dus wel zien dat de aarde niet opwarmt.
Dit gaat voorbij aan een alternatief scenario dat de regen even goed verklaart: door de opwarming van de aarde zijn de oceanen warmer geworden. Daarom verdampt er meer water en daarom regent het dit jaar zoveel.
De warmere oceanen zijn dus discriminerend bewijsmateriaal: ze steunen het opwarmscenario, terwijl ze het niet-opwarmscenario onwaarschijnlijker maken.
Zal het helpen? Ton Derksen heeft niet de illusie dat de wetenschapsfilosofie polarisatie zal beëindigen: ‘Het enige dat we kunnen doen is mensen bewust maken van valkuilen en proberen die zelf te vermijden.’
Ton Derksen: Waarheidsvinding. Noordboek; 272 pagina’s; € 24,90.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant