De overheid ziet het platteland te vaak als een blanco canvas waarop nog wel een windmolenpark of datacenter past, zegt planoloog Zef Hemel. Al wandelend zoekt hij een nieuw verhaal voor het platteland. ‘Als je dat hebt gemaakt, sta je steviger in je schoenen als de minister belt.’
De wandelafspraak met planoloog Zef Hemel (67) begint bij het ochtendgloren met de belofte van een zonovergoten zomerdag en een serieuze intercityvertraging. Alsof de NS weet dat Hemels nieuwe onderzoek gaat over vertragen, over het stilzetten van de tijd, afscheid nemen van werkdagen vol vluchtige meetings, om tijd te nemen voor echte gesprekken. ‘Vertraging is niet alleen gezond voor ons, de mens met zijn volle agenda. Het is ook de enige weg uit de klimaatcrisis.’
Als de verlate trein arriveert in het Friese Feanwâlden – Veenwouden voor de niet-Fries – leest Hemel op zijn gemak een boek op de stationsbank. De man die speeches schreef voor minister Jan Pronk, topambtenaar was in Amsterdam en als hoogleraar grootstedelijke vraagstukken propageerde dat de hoofdstad naar twee miljoen inwoners moet groeien, heeft afscheid genomen van haast. Hij doorkruist Groningen en Friesland te voet, op zoek naar een toekomstvisie voor het Noorden.
U wordt wandelprofessor genoemd.
‘Wandelen is voor mij een onderzoeksmethode om na te denken over de toekomst van de noordelijke provincies. Ik ben op zoek naar een verhaal over stad en land, dat kan het best als je het te voet doet en de tijd stilzet. Wandelen doet neurologisch van alles met je. Het begint bij je ademhaling, de cadans van het lopen, je bloed gaat stromen, het gaat naar je hoofd. Je gaat neuriën, gedichten citeren. Als je lang loopt, wordt je lichaam de maat van de dingen.’
Sinds hij wandelt, slaapt hij als een roos.
U bent als bijzonder hoogleraar voor de Abe Bonnema Leerstoel gevraagd om onderzoek te doen naar revitalisatie van stad en land in Friesland en Groningen. Hoe komt het Noorden terecht bij een Amsterdamse planoloog die zijn hart heeft verpand aan de stad?
‘Ik heb me inderdaad lang beziggehouden met de stad, vooral met Amsterdam en de Randstad. Maar ik ben gepromoveerd op een historisch onderzoek naar het landschap van de IJsselmeerpolders. En ik volgde de totstandkoming van de tentoonstelling Countryside, The Future van Rem Koolhaas, in 2020 in New York. Koolhaas zag dat op het platteland radicale veranderingen plaatsvinden die niet worden gezien. Misschien ook omdat planologen bezig zijn met de stedelijke ontwikkeling en minder met het platteland.
‘Ik deel zijn zorg. De snelgroeiende economische en planologische druk op ruimte in Nederland is lastig voor het lokaal bestuur. Den Haag, maar ook de gemeenten, ziet de regio nog te vaak als een blanco canvas. Als er een windmolenpark, waterstoffabriek, datacenter of bedrijventerrein met grote distributiedozen moet komen, wordt een plek in de provincie geprikt. Wat moet de gemeente Emmen doen als Elon Musk zegt dat hij daar honderden hectaren zoekt om een Teslafabriek te bouwen?’
U bestrijdt Elon Musk te voet?
‘De uitnodiging voor de leerstoel kwam voor mij op een uitgelezen moment. Mijn termijn als hoogleraar grootstedelijke vraagstukken in Amsterdam liep in de coronacrisis ten einde. Dat virus was enorme ellende, maar er zat ook een positieve kant aan. Opeens was er geen Schiphollawaai meer, geen massatoerisme, de economie was op de pauzestand gezet. Fantastisch.
‘Voor mij was het ineens duidelijk: een rem op de economie is de beste, misschien wel enige weg uit de klimaatcrisis. Want de Noordzee en het platteland vol zetten met windmolens leidt juist tot meer economische groei en uiteindelijk meer grondstoffenverbruik, dat is een doodlopende weg.’
Aan het eind van de pandemie vertrok Hemel naar Japan om te wandelen over een duizend jaar oud pelgrimspad op het schiereiland Wakayama, waar ooit de Japanse keizers liepen. ‘Het is een betoverende, bergachtige wildernis met oji’s en schrijnen (heiligdommen, red.). Het paradijs, noemden de keizers het. Ik liep een week, alleen, sliep in de bergen of bij mensen thuis. Het voelde als een wedergeboorte. Toen ik werd benaderd voor de Abe Bonnema leerstoel, viel alles op zijn plaats; dit is het. Lopen, vertragen. De tijd stilzetten.’
Vroeger was heel Nederland uw werkterrein. U beweegt van groot naar klein.
‘In de jaren negentig heb ik in Den Haag bij de toenmalige Rijksplanologische Dienst gewerkt. Daar werd gewerkt aan de ruimtelijke samenhang en planning van Nederland, de vierjaarlijkse Nota Ruimtelijke Ordening (NRO). Ik werkte aan de vijfde NRO, die staat nog steeds drukklaar in mijn kast.
‘Maar in 2001 werd de planologische dienst opgeheven en die vijfde Nota is nooit vastgesteld. Een rampzalige beslissing. De politieke aansturing van het ruimtegebruik in Nederland is zo gefragmenteerd: landbouw, energie, economie, woningbouw: alles zit in aparte portefeuilles. Terwijl centrale regie over de schaarse ruimte in Nederland onmisbaar is. Ik zie nog steeds het grote gemis van een planologische visie op de lange termijn.’
Hoe gaat u het Noorden helpen?
‘Mijn grootste vrees bij deze leerstoel was dat het Noorden me zou zien als een betweterige Amsterdamse professor die vertelt hoe het moet. Dat is niet wat ik nu doe. Ik kom luisteren. Ik ben nieuwsgierig en stel me misschien wel nederig op. Als ik een nieuw narratief voor het Noorden wil maken, moet ik me niet op de campus van de universiteit terugtrekken, maar klei aan mijn voeten voelen, alles opsnuiven. Wat voor een Amsterdammer al een ervaring is. Want in de stad schakel je je zintuigen uit.’
Welke inzichten hebben uw voettochten tot nu toe opgeleverd?
‘Toen ik voor het eerst door de Friese Wouden wandelde, dacht ik: wat is dit voor plek, waar kijk ik eigenlijk naar? Gesloten graslandschap, langgerekte percelen, tamelijk klein, omzoomd door hagen en singels.’
Hemel wijst naar een idyllisch weitje. ‘Typerend voor dit gebied. Er is hier nergens prikkeldraad. De hagen zijn mooi geschoren. Geen raaigras. Hier vind je vooral kleine veeboeren, met 1 tot 1,5 koe per hectare. Het is oer-Nederlands cultuurlandschap dat door de boeren wordt onderhouden. Het ziet er al eeuwenlang hetzelfde uit. Het antwoord was dus: een leerstuk voor de stikstofcrisis.’
Dat leerstuk ligt langs het Friese Woudenpad, waarover we wandelen richting Eastermar, een tocht die de hele dag in beslag zal nemen. Hemel valt even stil als hij het landschap in zich opneemt. Zwijgen is gepermitteerd als je wandelt. Je loopt naast elkaar, kijkt vooruit of naar de grond. Niet naar de gesprekspartner. Even niks zeggen is prima. Bijvoorbeeld om na te denken over je volgende zin.
Want Hemels verhaal is een groot verhaal over Nederland. Het gaat over platteland en stad. Boer en natuur. Groei versus duurzame toekomst, de polycentrische Randstad versus een compacte metropool. Niet alles tegelijk. We hebben de tijd. Dit is een verhaal van 35.204 stappen.
Ik zie hier vooral ongemaaid gras.
‘In de Wouden maait de boer het gras misschien maar één of twee keer per jaar, bij intensieve veeteelt is dat vijf keer. Minder maaien is beter voor de natuur. De stikstofcrisis hebben ze hier in de jaren negentig al gehad, al heette het toen zure regen.’
De ammoniakuitstoot – lees: mestoverschot – moest omlaag, dat eiste het Rijk. ‘Vergeet niet: toen ik hier in 2022 begon te lopen, trok een revolte over het platteland.’ Boeren blokkeerden de wegen, bewindspersonen werden geïntimideerd, een tractor reed een provinciehuis binnen, de BBB deed een greep naar de macht. ‘Ik zag dat allemaal op mijn telefoon voorbijkomen terwijl ik hier liep. Ik zat in het oog van de storm. Het gaf de leerstoel nog meer urgentie.’
Wat vertelt dit land ons over stikstof?
‘Hier klommen de veeboeren niet op hun trekkers. Ze verenigden zich in een coöperatie en kwamen met een voorstel: dit is ons land, laat ons zelf het mestprobleem oplossen. Dat mocht. Onder twee voorwaarden: de uitstootreductie moet worden gehaald en het landschap blijft intact. De boeren hebben samen met de Wageningen Universiteit de uitstoot teruggebracht. En ze onderhouden de hagen, de singels, de paden. Het is een prachtig land, waar zij zich verantwoordelijk voor voelen.
‘Het landschap dat je hier voor je ziet, is wat je krijgt als twee partijen – overheid en boeren – elkaar het vertrouwen geven. Hier zijn de natuur en het boerenland niet uit elkaar getrokken en is de stikstofreductie gehaald. De les van deze Noordelijke Friese Wouden is dat het een slecht idee is geweest om boer en natuur van elkaar los te koppelen. En dat is in de jaren negentig gebeurd, toen er plannen werden gesmeed voor een ecologische hoofdstructuur.’
Die was toch bedoeld om de natuur veilig te stellen?
‘Het was een uitruil. De natuurorganisaties kregen de arme gronden en maakten daar natuur van. De vruchtbare grond ging naar de boeren. Die kregen carte blanche om op te schalen. De agrarische verwerkingsindustrie en de Rabobank wreven in hun handen.
‘Er heeft de afgelopen decennia een enorme intensivering van het boerenbedrijf plaatsgevonden. De natuur komt voor de boer pas om de hoek kijken als er subsidie tegenover staat. Praten met een club als Farmers Defence Force is niet heel vruchtbaar. Die denken alleen in termen van politiek en macht. Het vertrouwen is weg.’
Hoe komen we uit die impasse?
‘Het helpt om te kijken naar waar we vandaan komen. Ik ben zowel planoloog als historicus. Planologen kijken vooral naar de toekomst, maar ik trek ook lijnen vanuit het verleden. In het klassieke Nederlandse cultuurlandschap bestond geen onderscheid tussen natuur en boerenland. Wat wij het platteland noemen, is hier altijd een subtiele symbiose geweest van agrarische activiteit en natuur. Dat evenwicht moeten we opnieuw zoeken.’
Hemel haalt een beduimelde wandelgids tevoorschijn. We hebben al pratend een afslag van het Woudenpad gemist. ‘Verdwalen is onderdeel van mijn methode.’ De wandelprofessor heeft daardoor niet alleen mooie dingen gezien, maar ook intensieve veehouderij, met erven volgeplempt met betonplaten, zware machineparken en eindeloze aardappelvelden die geel zien van het gif. De industrie in de Eemshaven, de stapeling van datacenters, de windmolen- en zonneparken, de talloze distributiedozen.
Heeft u de nieuwe landbouwminster al gevraagd voor een wandeling?
‘Ik nodig mensen niet uit. Je kunt mij mailen, ik wandel drie dagen per week, met iedereen die een vraag of onderwerp aandraagt. Er zijn een paar voorwaarden. Ik kies de wandelroute. Die is nooit korter dan 15 kilometer, dus het kost je ten minste vier uur en het vergt een inspanning. Ik bied mijn tijd aan, de ander moet ook de tijd nemen. En het wordt geen college, maar een lang gesprek. Ik vraag, jij vraagt. Femke Wiersma? Ik zou het mooi vinden als de minister mij mailt. Ze is welkom.’
U bent weliswaar uw hele leven in dienst van de overheid geweest, maar met name in uw boeken en pamfletten schroomde u nooit om politici kritisch aan te spreken op hun keuzen.
‘Ik ben altijd heel kritisch geweest op het polynucleaire – meerkernige – idee van de Randstad. Nederland heeft na de oorlog de keuze gemaakt om de groei niet op een of twee grote steden te concentreren, maar over veel kernen te spreiden.
‘Meerkernigheid vergt zeer veel niet-duurzame investeringen in infrastructuur, vooral asfalt, daar is nooit genoeg van in – en tegenwoordig ook buiten – de Randstad. Ik geloof juist in het concentreren in een paar compacte metropolen als motoren van een kenniseconomie, duurzame innovatie en sociale groei. Daar zit het hoogwaardige ov, de universiteiten en hogescholen, alles dicht bij elkaar. In zo’n grootstedelijke omgeving moet je investeren.
‘Maar Den Haag heeft een stad als Amsterdam juist zuinig behandeld, en geïnvesteerd in snelwegen en in de mainports: Schiphol en de haven van Rotterdam, dus in staal en beton. Terwijl, wat is het werkelijke profijt voor Nederland van de vijfde baan op Schiphol, de Tweede Maasvlakte, de Betuwelijn, en ten koste van wat?’
U bent geen fan van de nieuwe Nota Ruimte die oud-minister Hugo de Jonge vlak voor hij afzwaaide naar de Tweede Kamer heeft gestuurd?
‘Ook in die nota zit de mogelijkheid verstopt dat de ministeries ruimteclaims leggen in de provincies. De departementen in Den Haag, maar ook gemeenten zelf, zien het platteland nog te veel als vrije speelruimte die je kunt inzetten als de Musks van deze wereld zich melden. Ik vind dat Friesland en Groningen zich minder moeten opstellen als slachtoffers die door de Randstad niet worden gezien, maar een volwaardig toekomstverhaal over zichzelf moeten schrijven.
‘Ik zoek naar zelfbewustzijn, naar een eigen koers, er zit grote waarde in het landschap en de geschiedenis van dit gebied. De stad kan veel leren van het platteland. En als je zo’n verhaal over waar je naartoe wilt hebt gemaakt, dan sta je steviger in je schoenen als de minister belt.’
In zekere zin, mijmert Hemel, is zijn Plan B een soort wraak op de wereld van macht, politiek en economische belangen waarin hij decennialang heeft gefunctioneerd. ‘Ik ben niet ontevreden over wat ik hebben kunnen doen, zeker niet. Ik heb veel kansen gekregen, goede plannen gemaakt en mijn stem kunnen laten horen.’ Maar toch, het cynisme van het geld en de macht vliegt je weleens aan.
Maar u bent geen activist geworden?
‘Ik ben geïnspireerd door iemand als Li An Phoa, een Nederlandse onderzoekster die 1.000 kilometer loopt vanaf de bron van de Maas in Frankrijk, stroomafwaarts naar Nederland. Zo vraagt ze aandacht voor al die lozingen die onze waterkwaliteit hebben aangetast. Onderweg praat ze met bewoners, lokale bestuurders, boeren, vissers, schoolkinderen. Ze ziet dat niet als activisme. Ik heb respect voor mensen die als eenling opstaan en dingen niet als voldongen feit accepteren. Eigenlijk draag ik mijn Plan B op aan mensen zoals Li An Phoa.
‘Weet u, wij zijn in Nederland het contact met het platteland kwijtgeraakt. We zitten in kantoren, bekijken de wereld via digitale schermen. Het landschap komt voorbij langs het autoraam. Hoe kan dat evenwicht zo zijn verstoord? Als iedereen weer zou gaan lopen, veren de landschappen vanzelf terug. Het staat of valt met onze waardering. Als het landschap ons niet meer interesseert omdat we te gehaast zijn, of er alleen op de snelweg voorbijschieten, dan verdwijnt het.’
1957 Geboren in Emmen
1975-1982 Sociale geografie en planologie, Rijksuniversiteit Groningen
1982-1989 Projectleider ‘Nederland Nu Als Ontwerp’, Amsterdam
1990-1994 Adjunct-secretaris Raad voor de Ruimtelijke Ordening, Den Haag
1994-2001 Rijksplanologische Dienst, Den Haag, adviseur en speechschrijver van ministers Margreeth de Boer en Jan Pronk, medeauteur Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening (niet vastgesteld)
2001-2004 Directeur Academie van Bouwkunst, Rotterdam
2004-2014 Adjunct-directeur Dienst Ruimtelijke Ordening, Amsterdam
2012-2021 Wibautleerstoel grootstedelijke vraagstukken, Universiteit van Amsterdam
2022-2027 Wandelprofessor, Abe Bonnema-leerstoel, Rijksuniversiteit Groningen en TU Delft
Zef Hemel woont in Amsterdam met kunsthistoricus Esther Agricola en heeft vier kinderen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant