De kunst van het vakantie vieren volgens bekendere Nederlanders. Bij het stel Liesbeth Rasker (schrijver en podcastmaker) en Fons Hendriks (presentator en verslaggever) is het in Frankrijk borrelen wat de klok slaat – in een vakantiehuis met zes tafels.
Hoe is het daar?
Hendriks: ‘We zijn aan het bijkomen. Gisteren is mijn zus bevallen van een tweeling, dat was nogal een emotionele rollercoaster, inclusief lang wachten in het ziekenhuis in Groningen.’
Rasker: ‘Het is bizar om een kamer binnen te lopen waar twee baby’s liggen die net daarvoor aan hun leven zijn begonnen. Maar het is goed gegaan.’
Hendriks: ‘Daarna zijn we als een kamikazeduo naar Frankrijk gereden. Ik heb net een nieuwe auto gekocht, een oude BMW-cabrio. Die is geweldig, maar doordat ik daar zo intens van aan het genieten was, vergat ik een beetje dat de zon de hele tijd scheen. Nu heb ik een soort derdegraads brandblaar op mijn voorhoofd.’
Oei. Waar zitten jullie precies?
Rasker: ‘Een kwartier ten westen van Rouen. We zitten twee weken in een vakantiehuis en hebben een uitzet aan boeken en computers meegenomen, omdat we allebei een boek moeten schrijven hier. Het is een beetje een willekeurige plek, we hebben ’m vooral uitgekozen vanwege het huis.’
Hendriks: ‘We zouden eigenlijk naar Italië gaan, maar daar was het veel te heet. Hier is het constant 21 graden, warm zat. Liesbeth had de bijzonder specifieke eis dat het huis minstens twee tafels moest hebben.’
Rasker: ‘Je kunt veel zeggen, maar ik heb wel oog voor het perfecte vakantieschrijfhuis. Omdat we hier allebei moeten werken, moest het veel tafels hebben, zowel binnen als buiten. Dit huis heeft er zes. De jackpot.’
Uit hoeveel procent vakantie bestaat deze vakantie?
Hendriks: ‘Ik zou zeggen: uit 35 procent. Ik heb best wel wat tijd om de Fransoos uit te hangen.’
Rasker: ‘Ik combineer schrijven en vakantie wel vaker, meestal in Italië. Als ik daar tussen de middag even anderhalf uur in de zon ga liggen, heb ik het gevoel dat ik een week op vakantie ben geweest. We gaan nog wel een dag naar Rouen, de omgeving verkennen. En elke dag borrelen.’
Hendriks: ‘We zijn echte terrasdieren. We drinken veel wijn, elke dag, dat doen we thuis gelukkig niet.’
Rasker: ‘Hier voelt een wijntje bij de lunch heel logisch. Dat komt in Nederland niet in ons op.’
Hendriks: ‘We waren gisteren in zo’n enorme supermarché en daar waren twee megaschappen voor alleen nog maar de witte wijn – en zo goedkoop. Sorry, maar dan móét je wel inslaan.’
Rasker: ‘Wel erg hoor, ik associeer het toch nog steeds met gezelligheid, dat slaat nergens op. Ik vond roken ook gezellig, maar daar ben ik al honderd jaar mee gestopt.’
Zijn jullie hetzelfde vakantietype?
‘Rasker: ‘We kunnen heel goed met elkaar op vakantie, terwijl we heel verschillend zijn. Fons is altijd tweeënhalf uur eerder wakker dan ik, dus die zit al gewassen, gestreken en ontbeten beneden als ik uit bed kom, en hij is veel actiever. Begin dit jaar waren we in Zuid-Afrika, hij wilde de hele tijd hiken en kanoën, terwijl ik gewoon wil zitten en een beetje liggen.’
Hendriks: ‘Maar ze wordt er toch enthousiast van en gaat wel mee. Al moest ze na zo’n hike telkens wel twee dagen bijkomen en pijn lijden. Maar over het algemeen zou ik zeggen: we zijn er verbazingwekkend goed in, en hebben op vakantie niet veel nodig.’
Rasker: ‘Een tafel – voor mij zon, voor jou schaduw – een fles rosé, brood en kaas. En we zijn na twee jaar nog steeds strontverliefd, dat helpt.’
Hendriks: ‘Niet dat we elkaar insmeren met La vache qui rit, hoor. Ik word na één zo’n dag wel weer onrustig en wil dan iets doen. Maar we kunnen elkaar ook goed laten, ons eigen ding doen.’
Gedragen jullie je anders als jullie op vakantie zijn?
Rasker: ‘Fons heeft een drukke baan, waarvoor-ie altijd aanstaat. Hij is meteen meer ontspannen op vakantie.’
Hendriks: ‘Bij jou verandert er ook iets zodra je groen en natuur ziet.’
Rasker: ‘We beginnen ook altijd meteen te fantaseren of we niet moeten emigreren en een B&B moeten beginnen.’
Hendriks: ‘Gelukkig weten we donders goed dat het niks voor ons is.’
Hebben jullie nog een vakantietip voor de ander?
Rasker: ‘Hij moet z’n pet op doen als hij in een cabrio rijdt.’
Hendriks: ‘Ons bioritme is totaal anders, ik ben een ochtendmens. Mijn tip is dat jij ook wat eerder opstaat.’
Rasker: ‘Nee hoor, hou op. De ochtendmens heeft een vreemde, vreselijk succesvolle pr-campagne voor zichzelf opgetuigd. Ik zou als avondmens zogenaamd lui zijn, maar ochtendmensen die om 9 uur ’s avonds hun bed in duiken, zijn net zo goed lui. Ik vind de zonsondergang het allerbeste moment van de dag, zeker op vakantie – als die in de buurt is en ik mis ’m, dan kan ik echt chagrijnig worden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant