Home

Saldodipje verdient nog steeds miljoenen aan ongewenste Nederlandse woekerleningen

Wie snel geld nodig heeft, kan terecht bij de Finse multinational Multitude. Maar de kosten die dochterbedrijf Saldodipje rekent, kunnen enorm oplopen. De Nederlandse overheid probeert de flitskredieten van de woekeraar al ruim tien jaar te bestrijden – tot nu toe zonder succes.

In oktober 2020 klikt een vrouw uit Enschede een lening aan bij Saldodipje. Ze heeft snel een paar honderd euro nodig. De rente oogt schappelijk. Ze is van plan het bedrag snel af te lossen. Bijna argeloos gaat ze akkoord met de voorwaarden.

Een jaar later zit ze verstrikt in de netten van de Finse geldverstrekker Multitude, eigenaar van Saldodipje. Dan heeft ze er 23 keer een lening afgesloten, blijkt uit juridische stukken in handen van de Volkskrant. Vaak is een nieuwe lening nodig om de oude af te betalen. In totaal betaalt ze ruim 5.000 euro aan boetes. Boetes, in meervoud inderdaad.

Verstrikt in hoge kosten

De vrouw is de enige niet. Vermoedelijk tienduizenden Nederlanders vallen nog steeds elk jaar voor de belofte van snel geld bij de Finse geldverstrekker Multitude, waardoor ze vervolgens verstrikt raken in hoge kosten. Uit jaarverslagen blijkt dat woekerleningen op de Nederlandse markt Multitude in drie jaar tijd een omzet van 54 miljoen euro opleveren. Dat gebeurt ondanks strengere wetgeving en verzet van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Onder de namen Ferratum en Saldodipje is Multitude al sinds 2007 actief in Nederland. Wie krap bij kas zit, kan terecht voor een op het oog betaalbare lening. Op de site staat netjes de maximale toegestane rentevergoeding van 15 procent vermeld. Net als de belofte dat het geld snel op je rekening staat. Het trekt allerlei kwetsbare mensen, soms met acute geldproblemen of al schulden elders.

De werkelijke kosten verbergt Multitude achter een gordijn van ingewikkelde constructies. Jarenlang gebeurde dat door een dochterbedrijf ‘garant’ te laten staan voor een lening. De klant moest voor die garantstelling dan betalen.

Cowboys

Die truc werkt niet meer door een wetswijziging in 2020. Dus bedacht Multitude een nieuwe constructie: leners moeten een bekende vragen garant te staan voor hun schulden. Het geld maakt het bedrijf wel alvast over. Lukt het de klant vervolgens niet om binnen acht dagen een garantsteller te vinden, dan legt Multitude een boete op wegens ‘een wanprestatie’.

Het werkt zo: wie een lening afsluit van 800 euro voor een termijn van 45 dagen moet bijvoorbeeld 9,30 euro terugbetalen aan rente. Maar wie geen garantsteller heeft, is veel meer kwijt. Dan komt er nog 260 euro bij. Op jaarbasis loopt het kostenpercentage dan op tot 273 procent.

De zeer hoge kosten zijn toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) een doorn in het oog. Tot 2011 was de kredietmarkt in Nederland vrij. Met cowboys als Cashbob en Cashper tierde het flitskrediet welig en ongebreideld.

Mazen in de wet

Ook de Fin Jorma Jokela zag kansen in Nederland. De oprichter van Multitude was al een paar jaar met zijn bedrijf actief in Scandinavië, Oost-Europa en de Baltische staten toen hij in 2007 de stap naar Nederland zette. ‘Nieuwe klanten kunnen binnen 24 uur de lening ontvangen’, schreef zijn bedrijf in een wervend persbericht.

Zijn inspiratie deed Jokela op in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, vertelde de Fin indertijd via ANP. ‘Daar is het minikrediet populair als alternatief voor uitgaven met de creditcard of het lenen van geld bij familie of vrienden.’ Voor zijn leningen had Jokela geen vergunning nodig. ‘Als de termijn voor afbetaling korter is dan drie maanden, valt zo’n aanbieder niet onder ons toezicht’, aldus een woordvoerder van de AFM destijds.

Dat bleef niet zo. In 2011 maakte een wetswijziging een einde aan de wildwest-jaren van het flitskrediet in Nederland. Geldverstrekkers moesten voortaan wel een vergunning hebben. Toen de AFM ook nog miljoenenboetes begon uit te delen, haakten veel ondernemers af.

Jormela Jokela en zijn bedrijf niet. Ook de Finnen kregen een boete van de AFM, maar anders dan zijn concurrentie specialiseerde Jokela zich vervolgens in het opzoeken van mazen in de wet. Jarenlang opereerde zijn bedrijf vanuit Liverpool met een Nederlandse website. Op die manier viel het niet onder de Nederlandse toezichthouder, maar onder de Britse. En die was niet zo geneigd om de peperdure kredieten aan banden te leggen.

Veilige haven Liverpool

Toen de Britten uit de Europese Unie stapten, had Multitude een probleem. De veilige haven Liverpool verdween van de interne Europese markt. Om de kredieten nog te kunnen slijten in Nederland, moest het dochterbedrijf opnieuw worden verplaatst. Het Spaanse stadje Lleide werd het nieuwe onderkomen. Voortaan zou Jokela in Nederland zakendoen vanuit het dochterbedrijf Saldodipje SL.

Onduidelijk was hoeveel de handel in kredieten in Nederland nu precies opleverde. Uit het jaarverslag van het Finse moederbedrijf valt dat niet op te maken. Spaanse jaarverslagen van Saldodipje SL bieden nu wel voor het eerst een inzicht in de Nederlandse opbrengsten. ‘Alle omzet uit financiële diensten zijn gegenereerd met het leveren van diensten aan klanten in Nederland’, schrijft het bedrijf. Die omzet komt in het nieuwste jaarverslag (2022) uit op 20,9 miljoen euro. Sinds de verhuizing in 2020 boekte het bedrijf in die drie jaar in totaal een omzet van 54 miljoen euro.

Er werken slechts twee mensen in Lleida, waardoor de personeelskosten laag zijn. Hetzelfde geldt voor de kosten voor publiciteit en andere werkzaamheden. Maar door de wat cryptische kostenpost ‘onafhankelijke professionele diensten’, komt de winst over die jaren op slechts zo’n 6 miljoen euro uit. Of de overige miljoenen alsnog bij het moederbedrijf belanden is onduidelijk. Hoeveel kredieten Multitude precies in Nederland verstrekt blijft ook gissen. Het bedrijf reageert niet op vragen. Maar door de miljoenenomzet te delen door de maximale kosten van een lening valt wel af te leiden dat het om tienduizenden tot zelfs ruim honderdduizend verstrekte kredieten moet gaan. Ondanks de moeite van de AFM is Multitude in Nederland dus nog springlevend.

‘Niets verkeerds’

‘Het is ongelofelijk, het lijkt wel eindeloos’, verzucht Gerhard Borgert. Door in zijn vrije tijd wetboeken te lezen groeide Borgert de afgelopen tien jaar uit tot juridisch expert, en fervent bestrijder van flitskredieten. Het begon met adviezen geven op een forum over schulden. Later besloot hij mensen gerichter te helpen met procedures en zaken tegen het Finse bedrijf.

Inmiddels bestaat de groep Saldodipje-klanten die hij helpt uit ruim vijfhonderd mensen, zegt Borgert. ‘Nog elke week kloppen er nieuwe gedupeerden aan.’ Ook de vrouw uit Enschede staat hij bij. Via de rechter probeert hij een einde te maken aan de boetes. Niet alleen voor haar, maar voor alle leners van Saldodipje.

De Finnen lijken niet van plan zich makkelijk gewonnen te geven tijdens de zitting, die plaats zal vinden in november. Zij zeggen niets verkeerds te doen, blijkt uit voorbereidende documenten voor de zaak die zal dienen in Rotterdam. De voorwaarden zijn kraakhelder, stellen de advocaten van Saldodipje. Als een lener geen garantsteller kan vinden, kan diegene rekenen op een boete. Oftewel: wie akkoord gaat met de voorwaarden, gaat ook akkoord met de boete.

Bovendien valt Saldodipje onder het Spaanse recht, zeggen de advocaten. Daar kennen ze helemaal geen maximale kosten van een krediet. Een maximum overschrijden kan dus niet. En zelfs als Saldodipje wel onder de Nederlandse wet valt, zijn dit soort boetes geen onderdeel van de kosten van een krediet, betogen ze verder.

Onderdeel verdienmodel

Net als Borgert denkt de AFM daar anders over. Want ook de toezichthouder heeft de strijd nog niet opgegeven. Vorig jaar probeerde de AFM de Finnen nog op de vingers te tikken. Ook de toezichthouder was in die zaak van mening dat boetes moeten worden meegenomen in de maximale kosten. Ze zijn immers een onderdeel van het verdienmodel van Saldodipje, zei de AFM.

Maar Multitude stapte naar de rechtbank om een officiële waarschuwing te voorkomen. Met succes. De Rotterdamse rechter vond dat de AFM niet voldoende had onderbouwd dat de boetes inderdaad een standaard onderdeel zijn van het verdienmodel. Daarvoor moest de toezichthouder eerst laten zien hoeveel leners nou echt een boete krijgen.

‘De AFM had moeten winnen’, zegt Borgert. ‘Het is een kleinigheid waarop ze verloren.’ Ook de toezichthouder is nog niet klaar met de zaak. Via een hoger beroep hoopt de AFM de zaak alsnog over de streep te trekken. Tot die tijd kan een woordvoerder leners alleen op hart drukken ‘goed op te letten bij aanbieders bij flitskrediet en dan met name op de hoogte van de totale kosten en dus ook op boetes.’

Voorlopig maakt het voor Jokela en zijn bedrijf niets uit. De nering op Nederlandse bodem blijft bloeien. Via de website stromen de klanten gewoon nog binnen bij de Finse woekeraar. En met hen de miljoenen euro’s die het bedrijf jaarlijks bijschrijft in Spanje.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next