Geplaagd door schandalen en economische pech gooide de Japanse premier Fumio Kishida (67) deze week de handdoek in de ring. Hij dingt in september niet mee naar het partijleiderschap. Kishida gaf Japan nieuw elan op het internationale toneel, maar wist in zijn eigen partij geen orde te houden.
Luisteren is het grootste talent van Fumio Kishida. ‘Naar mensen luisteren is het begin van vertrouwen, ik kan dat als geen ander’, zei hij in 2021 toen hij zich kandidaat stelde voor het leiderschap van de Liberaal-Democratische Partij (LDP). Dat klinkt saai, maar fletse degelijkheid is zijn handelsmerk.
Een opschrijfboekje om meningen van kiezers te noteren was zijn vaste accessoire toen Kishida zijn eerste schreden zette in de politiek, in de voetsporen van zijn vader en grootvader, beiden parlementariërs. Na zijn rechtenstudie probeerde hij het even in het bankwezen, maar al snel werd hij de rechterhand van zijn vader. Dat was een topambtenaar op het ministerie van Economie, Handel en Industrie, die in 1978 parlementslid werd namens het kiesdistrict Hiroshima.
Over de auteur
Marije Vlaskamp is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de positie van China in de wereld. Ook volgt ze de ontwikkelingen elders in Azië. Ze was 18 jaar correspondent in Beijing.
Kishida’s familiegeschiedenis is verweven met Hiroshima, de eerste stad in de geschiedenis van de mensheid die met een atoomwapen werd aangevallen. Dat drama heeft Kishida gevormd. Hij groeide op met verhalen van overlevenden en herdenkingen voor zijn familieleden die in 1945 in de vlammenzee waren omgekomen. Hiroshima is niet alleen de bakermat van het naoorlogse pacifisme, maar ook een bolwerk van de liberale vleugel binnen de LDP.
Bij deze gematigde factie voelt Kishida zich thuis, maar rond 2000 zag hij met lede ogen aan hoe zijn liberale geestverwanten binnen de partij steeds meer invloed verloren aan de snoeiharde rechtse vleugel die tot vandaag de politiek domineert. Door plooibaar compromissen met zijn rechtse partijgenoten te sluiten, kon hij als liberaal toch invloed uitoefenen, meende hij. Onopvallend werkte hij zich naar boven, tot hij in 2007 voor het eerst minister werd.
Als minister van Buitenlandse Zaken van 2012 tot 2017 bleek hij een onvermoed talent te bezitten. Bij met wodka overgoten onderhandelingen kreeg zijn Russische evenknie Sergej Lavrov hem net niet onder tafel gedronken. Integendeel: Kishida stelde Lavrov een revanche met sake op Japanse bodem in het vooruitzicht.
Daarna stond Kishida nog een blauwe maandag aan het hoofd van het ministerie van Defensie, in afwachting van het juiste moment om zich op te werpen als partijleider en premier. In 2020 greep hij daar net naast, maar aangezien premiers in de Japanse politiek meestal geen lang leven beschoren is, kwam hij in 2021 alsnog aan het roer te staan. De voorspelling was destijds dat hij het nog geen jaar zou volhouden.
Japan had echter behoefte aan een neutrale figuur na de langdurige dominantie van de ultraconservatieve hardliner Shinzo Abe, die werd opgevolgd door een reeks ‘draaideurpremiers’ die sneller vielen dan ze waren opgekomen. Kishida was drie jaar premier, een hele prestatie in Japan.
Door geopolitieke omwentelingen, zoals de Russische inval in Oekraïne en oplopende spanningen met China, ontwikkelde de zelfbenoemde vredesduif Kishida behoorlijk scherpe klauwen. Japan voelde zich zo bedreigd door China, Rusland en Noord-Korea dat Kishida zonder noemenswaardige discussie de ingrijpendste wijziging in de naoorlogse Japanse politiek doorvoerde. Met een verdubbeling van het defensiebudget en een intensivering van de militaire samenwerking met bondgenoten en buurlanden gaf hij het voorheen schuchter opererende Japan nieuw elan op het wereldtoneel.
Deze transformatie markeerde hij door wereldleiders naar ‘zijn’ Hiroshima te halen voor de G7-top in 2023, met als speciale gast de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. Maar in Japan zelf maakte zijn rijzende internationale ster minder indruk.
Wegens allerlei schandalen moest Kishida in anderhalf jaar tijd drie keer zijn kabinet overhoop halen. Eerst bleken veel van zijn collega’s banden te hebben met een omstreden kerkgenootschap, de Verenigingskerk. Die is berucht wegens de druk op haar leden om torenhoge donaties aan de kerk te geven.
Ook bleken veel LDP’ers de regels voor fondsenwerving te ontduiken. Toen doken er ook nog foto’s op van zijn zoon, die zijn positie als beleidssecretaris van zijn vader misbruikte om diens ambtswoning voor feestjes te gebruiken. Dat Kishida zijn kind direct ontsloeg, mocht niet baten: zijn populariteitscijfers kwamen deze klap niet te boven.
Ook kwam zijn liberale kant niet uit de verf. Hij liet voorstanders van het homohuwelijk in de kou staan, maar ijverde wel voor het recht om Japanners na hun trouwen hun eigen achternaam te behouden. Voor de bevolking is de grootste frustratie van het tijdperk-Kishida zijn economisch beleid, dat de ongelijkheid had moeten verminderen. Japanners zagen hun forse loonsverhogingen echter verdampen door de koersval van de Japanse munt en de inflatie.
Om zich vorige week woensdag terug te trekken had Kishida zijn luistertalent niet nodig, zo oorverdovend was de boodschap van de opiniepeilingen. 80 procent van de kiezers vindt dat Kishida niet meer terug hoeft te komen.
Fumio Kishida maakt volgens zijn vrouw thuis het bad schoon.
Als ‘zoon van Hiroshima’ is Fumio Kishida zo’n fel tegenstander van kernwapens dat hij zich in 2020 verzette tegen een voorstel Amerikaanse atoomwapens op Japanse bodem te plaatsen.
Fumio Kishida overleefde in mei 2023 een moordaanslag toen een man tijdens een verkiezingsbijeenkomst een explosief naar hem gooide.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant