Na het lezen van de augustusraming van het Centraal Planbureau (CPB) kan het kabinet opgelucht ademhalen. Strikt genomen hoeft de nieuwe regering op basis van deze cijfers niet extra te bezuinigen. De koopkracht stijgt en de armoede daalt.
De enige norm waar in het kabinet wat discussie over zou kunnen ontstaan is het begrotingstekort. In het hoofdlijnenakkoord van de coalitie staat onder het kopje ‘solide overheidsfinanciën’ dat het kabinet de komende vier jaar moet ‘sturen’ op een meerjarig begrotingstekort van maximaal 2,8 procent. Als die norm overschreden wordt, moet het kabinet bezuinigen of de lasten verzwaren.
De meerjarige verwachting die het CPB vrijdag presenteerde komt uit op -2,5 procent en blijft dus binnen die grens. Maar in 2026 voorziet het planbureau een forse uitschieter van -3,3 procent als gevolg van een eenmalige rijksbijdrage aan de pensioenpot voor militairen. Net als bij de vorige raming in maart waarschuwt het CPB bovendien dat de begroting na 2028 sterk zal verslechteren. ‘Het begrotingstekort scheert dicht langs de vangrail, met risico op ongelukken’, schrijft het CPB.
Over de auteur
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
Deze weinig geruststellende tekst kan aanleiding zijn voor vervelende discussie in de ministerraad. Begrotingshavik Eelco Heinen, de VVD-minister van Financiën, zal liever aan de veilige kant willen zitten. Hij ging vrijdag de ministerraad al in met ‘een zure boodschap’ (zijn eigen woorden). ‘De marges zijn heel klein’, zei Heinen tegen de pers bij het betreden van het Catshuis.
Het CPB geeft hem wat dat betreft dus gelijk. Het planbureau schrijft: ‘de komende jaren ligt het overheidssaldo dicht bij de Brusselse grenswaarde van -3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Gegeven de economische onzekerheid die deze raming omgeeft, is het goed mogelijk dat deze norm overschreden wordt bij tegenvallende economische ontwikkeling.’
De rekenmeesters wijzen in dit verband ook op de nogal zwakke onderbouwing van sommige besparingen in het coalitieakkoord, zoals de forse ingeboekte besparingen op het ambtenarenapparaat en de nogal optimistische aanname dat het aantal asielzoekers snel zal dalen (en daarmee de jaarlijkse opvangkosten). In het hoofdlijnenakkoord staat ook dat de staatsschuld binnen de 60 procent van het bbp moet blijven. Dat lukt de komende regeerperiode wel, denkt het CPB, maar daarna gaat die schuld onherroepelijk naar de 70 procent.
De twee coalitiepartijen die niet zo erg aan begrotingsdiscipline hechten, PVV en BBB, zullen nu waarschijnlijk zeggen dat extra bezuinigingen niet nodig zijn. Alle parameters blijven tot en met 2028 immers binnen de in het hoofdlijnenakkoord vastgelegde grenzen. VVD en NSC, die verstandig begroten heel belangrijk vinden, zullen zich waarschijnlijk minder senang voelen bij die ‘na ons de zondvloed’-mentaliteit. Maar in principe hebben ze dus geen poot om op te staan als de andere twee naar de tekst van het hoofdlijnenakkoord verwijzen.
De korte termijnafdronk van de augustusraming is in elk geval positief. De koopkracht neemt toe dankzij de stijging van de cao-lonen en lastenverlichting door het vorige kabinet. De koopkracht zal dit jaar met 2,5 procent stijgen, denkt het CPB, en volgend jaar nog eens 1,1 procent. Daarmee is het koopkrachtverlies dat veroorzaakt werd door de hoge inflatie van 2022 weer goedgemaakt.
Het nieuwe kabinet houdt aanstaande woensdag zijn eerste begrotingsraad (de vergaderingen waarin de ministers onderhandelen over de Miljoenennota). Daarna zullen er minstens twee begrotingsraden per week plaatsvinden tot 30 augustus.
Dat is de deadline waarop de rijksbegroting voor volgend jaar, de Miljoenennota, uiterlijk gereed moet zijn ter beoordeling door de Raad van State. Het kabinet zal de nieuwe begroting op Prinsjesdag (17 september) publiceren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant