Home

‘Zo goedkoop mogelijke’ nieuwe ministeries krijgen stilaan vorm

Het oprichten van drie nieuwe ministeries gebeurt deze zomer vrijwel geruisloos. Om zoveel mogelijk kosten te besparen, kiest het kabinet voor de meest minimalistische variant: zelfs de e-mailadressen blijven hetzelfde.

Naast de hoofdingang aan de Bezuidenhoutseweg 73 zijn de bordjes weken geleden al verwisseld. De namen van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit – die hier tot voor kort huisden – zijn uitgewist. Naast de draaideur op het binnenplein staan nu het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur vermeld. Daar is nu een derde ministerie bij gekomen, het departement Klimaat en Groene Groei (KGG) van VVD-minister Sophie Hermans.

De nieuwe naamborden naast de voordeur zijn enkele van de weinige zichtbare wijzigingen van een verder vrijwel onzichtbare operatie. Een andere is dat het nieuwe ministerie van Hermans inmiddels eigen webpagina’s heeft gekregen op de website Rijksoverheid.nl. Dat laatste geldt ook voor de twee andere nieuwe departementen: Asiel en Migratie (AenM) van PVV-minister Marjolein Faber, en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) van BBB’er Mona Keijzer.

Over de auteur
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.

Verder verandert er bijzonder weinig, leert een belronde langs de departementen. Premier Dick Schoof zei voor het zomerreces dat het inrichten van de nieuwe ministeries ‘zo goedkoop mogelijk’ zou geschieden en daar ziet er het ook naar uit. Om te beginnen krijgt geen van de drie nieuwelingen een eigen gebouw; de ministeries blijven inwonen bij de ministeries waaronder ze eerst als ‘onderafdeling’ al vielen.

Vier ministeries, één gebouw

Het opzetten van de nieuwe ministeries is een stuk vergemakkelijkt, doordat de beleidsthema’s die ze omvatten onder het vorige kabinet ook al bestonden. Grosso modo is KGG de voortzetting van het onderministerie van Klimaat en Energie van voormalig D66-minister Rob Jetten; borduurt VRO vrijwel naadloos voort op de woonportefeuille van oud-minister Hugo de Jonge (CDA) en heeft Faber feitelijk de beleidsportefeuille van oud-staatssecretaris Eric van der Burg (VVD) overgenomen. Dezelfde ambtenaren die eerst voor de staatssecretaris werkten, werken nu voor de minister. Fabers ministerie blijft het gebouw delen met het ministerie van Justitie en Veiligheid, dat op zijn beurt al een gebouw (aan de Turfmarkt) deelde met het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar het nieuwe ministerie van VRO bij inwoont. Vier ministeries in één gebouw dus, efficiënter kan haast niet.

De besparingsdrift van het nieuwe kabinet gaat zelfs zo ver, dat de nieuwe ministeries het de komende kabinetsperiode met hun oude e-mailadressen moeten doen. De ambtenaren van de ministeries van EZ en KGG houden dus e-mailadressen die eindigen op @minezk.nl. Medewerkers van AenM blijven te bereiken onder adressen die eindigen op @minjenv.nl en VRO blijft gewoon @minbzk.nl. Alleen de woordvoerder van het van naam veranderde ministerie van Landbouw kon nog niet bevestigen dat de e-mailadressen daar ook @minlnv.nl blijven in plaats van @minlvvn.nl.

Het veranderen van e-mailadressen lijkt niet zo ingewikkeld, maar dit kan grote gevolgen hebben voor de ict. E-mailadressen zijn vaak ook inlogcodes voor allerhande software en zitten soms in algoritmes en licenties verwerkt. Alle software en overeenkomsten moeten dan worden nagelopen om te controleren dat alles naar behoren blijft functioneren na een e-mailadreswijziging. De vorige keren dat een ministeries van naam veranderde (dat gebeurt eigenlijk na elke regeringswissel) werden de e-mailadressen wel gewijzigd, dus de keuze dat dit keer niet te doen, is duidelijk een kostenbesparende maatregel.

Met deze ‘ons bin zuunig’-variant hoopt het kabinet de kritiek op het besluit om van twaalf naar vijftien ministeries te gaan, te pareren. Die kritiek barstte los omdat de coalitie zich in het hoofdlijnenakkoord ten doel heeft gesteld om maar iiefst 22 procent op het ambtenarenapparaat van de Rijksoverheid te bezuinigen. Het creëren van nieuwe ministeries maakt juist het aannemen van extra ambtenaren noodzakelijk.

Eigen departement

Zo hebben ministers die aan het hoofd staan van een departement (‘ministers van’) in tegenstelling tot programmaministers (‘ministers voor’) recht op een eigen secretaris-generaal. Er moeten nu drie van die topambtenaren extra aangesteld worden. Een afzonderlijk ministerie maakt ook een eigen begroting, dus dat vereist het aanstellen van een directeur financieel-economische zaken en een begrotingsafdeling op de departementen van VRO, KGG en AenM. De uitgaven van bewindslieden Rob Jetten, Hugo de Jonge en Eric van der Burg werden nog verwerkt in de begroting van hun koepelministeries Binnenlandse Zaken, Economische Zaken en Klimaat en Justitie en Veiligheid, maar dergelijke uitgaven krijgen vanaf nu een eigen begrotingshoofdstuk in de Miljoenennota. Ook moet hun eigen minister de inkomsten en uitgaven tegenover het parlement verantwoorden.

Ondanks de minimalistische uitvoering zal de operatie (de oprichting van drie nieuwe ministeries plus de naamsverandering van LNV in LVVN) toch minstens enkele tientallen miljoenen euro’s kosten. Alleen de naamsverandering van het ministerie van Landbouw kost al ruim 3 tot 5 miljoen euro, aldus de woordvoerder. Een totale kostenraming is niet gemaakt en die kosten zullen waarschijnlijk nooit inzichtelijk worden gemaakt. De Algemene Rekenkamer probeerde in 2019 de kosten van de ministeriewijzigingen van het derde kabinet-Rutte te achterhalen en kwam toen uit op een grove schatting van 50 miljoen euro eenmalige kosten en ruim 37 miljoen euro structureel.

Blijft de vraag over waarom er überhaupt drie nieuwe ministeries bij moeten komen. De coalitie heeft daar publiekelijk geen duidelijke reden voor gegeven. De NOS meldde op een gegeven moment op basis van anonieme bronnen dat dit om redenen van prestige zou zijn besloten. De coalitiepartijen vonden het kennelijk niet kunnen dat hun beoogde vicepremiers Hermans, Keijzer en, toen nog, Markuszower (de laatste is vervangen door Faber, die geen vicepremier is) ‘slechts’ minister ‘voor’ zouden worden in plaats van ‘minister van’. Ook moest het oprichten van nieuwe departementen onderstrepen hoe belangrijk de coalitie de thema’s Asiel en Migratie, Volkshuisvesting en ‘Groene Groei’ wel niet vindt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next