Er is een omslag gaande in de museumwereld: het imago van klinische kunstzaal wordt ingeruild voor maatschappelijke betrokkenheid. Zoals de tentoonstelling Veranderland in Het Noordbrabants Museum, die bezoekers uitnodigt het landschap eens met de ogen van een ander te bekijken.
Ooit strekten zich in Brabant de ‘woeste gronden’ uit. Leeg land was het, puur natuur. Je zou wel kunnen zeggen: een paradijs, waar de mensen te gast waren.
Maar goed, dat is allang niet meer zo. Wie naar oude schilderijen kijkt, ziet hoe plaggenhutten verrezen aan de horizon van het veen, en hoe schapen op de heide graasden in door herders gehoede kuddes. Aan het begin van de 19de eeuw legden Brabantse schilders vast dat jagers voor hun plezier door de zandverstuivingen bij Tilburg trokken en hoe soldaten bij maanlicht hun kamp opsloegen in een bos bij Breda.
De Collse watermolen, die stond er al in 1884, zag Vincent van Gogh. Twintig jaar later schilderde Piet Mondriaan, die andere Nederlandse visionair, de windmolen van Heeswijk helemaal ten voeten uit.
Nee, het Brabantse landschap heeft zijn ongereptheid niet pas verloren met de komst van de megastallen vol varkens of de kolossale distributiecentra van de onlinewinkels. Het land verandert al meer dan tweehonderd jaar onder de handen van mensen. Zie ook hoe trots de turfstekers halverwege de 20ste eeuw poseren voor een zwart-witfoto bij hun metersdiepe afgravingen bij Deurne.
Over de auteur
Alex Burghoorn is kunstverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over kunstpolitiek en subsidiebeleid.
De tentoonstelling Veranderland van Het Noordbrabants Museum is meer dan een uitstalling van lekkere landschapskunst door de eeuwen heen. Het provinciemuseum in Den Bosch heeft er een grotere bedoeling mee. Al mag je best even opgaan in het uitgestrekte Peellandschap (ca. 1939) van Martinus Bies, die met zijn brede waaier aan kleurvlakken een color field painter avant la lettre is.
Maar de welkomsttekst van Veranderland zet je op een ander spoor, buiten de kunstgeschiedenis. ‘In een tijd waarin het landschap onder druk komt te staan en onderwerp van debat is, is het belangrijk om te zien waar we vandaan komen en welke uitdagingen ons te wachten staan. Welke veranderingen vormen het landschap? Hoe kan kunst ons helpen daar anders naar te kijken? En welke rol spelen wij zelf, nu en in de toekomst?’
Met andere woorden: verlaat de stellingen die boeren, projectontwikkelaars en natuurbeschermers hebben betrokken in hun gevecht om de ruimte in Nederland, en ga zelf na waar je eigenlijk staat.
‘We hopen dat bezoekers als een soort veldwerkers met ons op onderzoek uitgaan’, zegt directeur Jacqueline Grandjean in haar werkkamer. ‘Vanuit welke kaders denk je over het landschap, en wat gebeurt er als je die loslaat? Het is een vrij idealistisch idee, maar wij geloven dat kleine veranderingen bij mensen kunnen leiden tot grote veranderingen in de wereld.’
Met een audiotour die soms wel een mindfullnesstraining lijkt – ‘Voel je de grond onder je voeten?’ – leidt het museum je langs vijf museumzalen én naar buiten, op zeven minuten loopafstand, het beschermde moeras Bossche Broek in. Het is een ontregelend avontuur.
De verteller daagt je uit de omgeving te voelen: de bomen en het groen in de binnentuin, de aarde die ergens onder de betonnen vloer gewoon aanwezig is. Het landschap is niet iets dat buiten ons staat of van iemand anders is: het landschap zijn we zelf – we vormen een groot ademend geheel. Het videowerk Wildfire (Meditation on Fire) (2019-2020) van de Belgische kunstenaar David Claerbout legt in slow motion en van dichtbij vast hoe vlammen zich meester maken van een bos. Zo tergend langzaam gaat het, dat je je ervan bewust wordt dat je niet een zoveelste nieuwsflits van de klimaatverandering ziet, maar dat daar voor je ogen levende wezens brandend aan het sterven zijn die ons van zuurstof voorzien.
De expositie Veranderland staat niet op zichzelf. De maatschappelijk betrokken tentoonstelling is zich aan het ontwikkelen tot een volwaardig genre in de wereld van kunstmusea, naast de klassieke kunsthistorische tentoonstellingen waarin een oeuvre of een stroming centraal staat. Met Uit armoede maakte het Stedelijk Museum Schiedam voor de zomer al het leven met weinig geld en het lot van toeslagenouders invoelbaar. En het Rijksmuseum in Amsterdam toont in Point of View hoe ideeën over gender al eeuwenlang in beweging zijn. Samen vormen ze dit kalenderjaar een drieslag over onderwerpen die inzet zijn van politiek debat.
Het laat zien hoe kunstmusea zich de laatste jaren een nieuwe rol hebben aangemeten, zegt Grandjean. Van een alwetend instituut dat tot doel had het gewone volk van de 20ste eeuw te verheffen, naar een plek van inspiratie die de individualistische mens van de 21ste eeuw een gemeenschapsgevoel geeft.
‘Omdat we alles kunnen googelen was na de eeuwwisseling de behoefte aan verheffing minder groot. Het leidde tot een identiteitscrisis voor musea. Door de coronajaren zagen we hoe belangrijk de sociale functie van het museum eigenlijk is. Het gesprek, de uitwisseling, daarmee gaan we nu verder. In de overtuiging dat cultuur mensen bij elkaar kan brengen op het moment dat de samenleving aan het splijten is.’
Aan de opmars van de maatschappelijk betrokken tentoonstelling gingen in de kunstwereld jaren van bezinning vooraf. Wat is kunst? Wie bepaalt wat kunst is? Wie mag daar allemaal over meepraten? Als een van de oprichters van de Amsterdamse presentatie-instelling voor nieuwe kunst Framer Framed zette Josien Pieterse zich vanaf 2009 in voor de ‘democratisering’ van de beeldendekunstwereld.
‘Toen ik samen met Cas Bool Framer Framed begon, heerste nog de overtuiging dat de white cube – de klassieke tentoonstellingsruimte met witte muren – een waardenvrije plek was. Wat conservatoren daar presenteerden had weinig uitleg nodig en was boven discussie verheven.’
Zowel kunstenaars als een nieuwe generatie bezoekers roerden zich daartegen. Ze eisten een grotere stem op: voor vrouwen, voor mensen van kleur, en voor iedereen buiten de westerse wereld.
De fundamentele vragen leidden langzaam tot grote veranderingen. Musea kijken inmiddels anders naar de samenstelling van hun personeel, hun collectie en hun publiek. Framer Framed is van pionier uitgegroeid tot een vaste waarde in de Nederlandse cultuurwereld: ze hebben sinds 2017 een plek in de rechtstreeks door het Rijk gesubsidieerde Culturele Basisinfrastructuur. In tegenstelling tot musea hebben presentatie-instellingen geen eigen collectie. Het betekent enerzijds dat ze niet kunnen terugvallen op bekende werken die publiek trekken, anderzijds hebben ze veel bewegingsvrijheid om steeds op nieuwe wijze op actuele thema’s in te spelen.
Toepasselijk genoeg draait de huidige expositie om de rol die kunst in de moderne samenleving kan innemen. In Echt waar? Kunst en kennis in tijd van crisis laat Framer Framed werken zien die veel weg hebben van een onderzoeksverslag. De makers zetten vraagtekens bij de kennis die politici en media verspreiden, omdat ‘manipulatie en verdoezeling’ op de loer liggen. De samenstellers, zegt directeur Josien Pieterse, kozen installaties ‘die laten zien wanneer waarheden van boven worden opgelegd en hoe initiatieven van burgers dat van onderaf steeds meer bevragen’.
Na de herbezinning kunnen musea de blik nu naar buiten richten: wat kunnen we betekenen in vraagstukken die de samenleving verdelen? ‘Mensen voelen zich machteloos door de complexiteit en omvang van veel problemen’, zegt Pieterse. ‘Als instelling kun je mensen blijven inspireren door te tonen welke draai kunstenaars eraan geven.’ Zo is het duo Jennifer Gradecki en Derek Curry momenteel in Framer Framed aan de slag met gezichtsherkenningssoftware. Op speelse wijze laten zij bezoekers ervaren hoe dat kan ontsporen. De installatie Boogaloo Bias (2021) vergelijkt iedereen die voorbij loopt met personages uit de jarentachtigfilm Breakin’ 2: Electric Boogaloo – uitkomst: ‘83,06 procent match met George Bodle.’
Voor het Stedelijk Museum Schiedam kwam de aanzet tot verandering tien jaar geleden ook van het gemeentebestuur, dat de instelling in ruil voor een lening vroeg beter aan te sluiten bij de belangstelling en vragen van de inwoners. Het was een weg met veel experimenten: culturele feesten in de wijken, kunstwerken aan de muur bij de mensen thuis. Maar het heeft gewerkt, zegt directeur Anne de Haij. ‘We zijn nu echt onderdeel van de stad.’
Het was daarom tijd om ‘next level’ te gaan en samen met Schiedammers een tentoonstelling te maken over een voor de stad even wezenlijk als taai onderwerp: armoede. Met elf ‘ervaringsdeskundigen’ die weten hoe het is om met te weinig geld te moeten rondkomen, ging het Stedelijk twee jaar geleden aan de slag. ‘We wilden niet twee klankbordgroepjes doen, een avondje met hen eten en dan dankjewel zeggen.’ Het museum wilde geen expositie maken over mensen in armoede, maar met mensen die in armoede leven. Dus bepaalden ze de thema’s mee, kozen kunstwerken uit het depot die hen aanspraken en vertelden bezoekers als rondleiders hun levensverhaal.
‘De cijfers raken helaas bijna niemand niet meer’, zegt De Haij. ‘Armoede is een probleem als een veelkoppig monster, dat je lam slaat. Maar de tentoonstelling was een succes. Het publiek bleef vier maanden komen, toonde zich in het gastenboek geraakt door de verhalen en er zijn tientallen werkbezoeken geweest van ambtenaren en welzijnswerkers uit het hele land. Tot minister Carola Schouten voor Armoedebeleid aan toe. Ook zij hadden het weer even nodig dat de wereld achter de rapporten op een nieuwe manier tot leven kwam.’
Uit de collectie kozen de ervaringsdeskundigen historische objecten die de Schiedamse geschiedenis met armoede kleur gaven, maar daarnaast gaf het museum ook opdrachten voor nieuwe kunstwerken. De Rotterdamse kunstenaar Maarten Bel vroeg Schiedammers die in armoede leven voor welke wens ze geen geld hadden – bijvoorbeeld een nieuwe stofzuiger, een mand voor de hond of een dagje naar de Efteling. Hij maakte er aquareltekeningen van die als kunstwerk te koop waren voor de prijs van de wens.
‘Natuurlijk zijn er mensen die vinden dat je kunst niet te veel moet instrumentaliseren’, zegt Haij. ‘De dichter Gerrit Komrij zei ooit: ‘Kunstenaars zijn zwanen, geen ezels die pakjes dragen.’ Maar als een kunstenaar als Maarten Bel zich goed voelt bij een serie als Wenswerken, waarom zouden we daar dan een probleem van maken?’
Sterker nog, de geëngageerde tentoonstellingen sluiten logisch aan op het vele geëngageerde werk dat de laatste tien jaar is gemaakt. Het museum Bonnefanten in Maastricht heeft momenteel in de tentoonstelling Dream On een selectie samengebracht van voornamelijk nieuwe aankopen van de afgelopen vijf jaar. ‘Het viel ons op hoeveel kunstenaars hoopvol zijn in een eigenlijk niet zo hoopvolle tijd’, zegt junior conservator hedendaagse kunst Roxy Jongewaard. ‘Ze willen verantwoordelijkheid nemen en deel zijn van de oplossing. Ze willen dromen.’
De Duitse kunstenaar Marleen Rothaus maakt bijvoorbeeld voor feministische manifestaties geen spandoeken die snel met een kwast van een grimmige strijdkreet zijn voorzien. Ze beschildert ze met rijke taferelen. Het spandoek Coven (2020) is een levendige heksenmaaltijd voor ‘Me and my girls’, zoals er vrolijk in roze boven staat.
In het videowerk Of Men and Gods and Mud (2022) volgt de Libanese kunstenaar Ali Cherri mannen die in het noorden van Soedan uit modder stenen staan te bakken. Even verderop heeft de aanleg van een dam vijftigduizend bewoners gedwongen hun dorpen te verlaten. Maar ook na rampspoed houdt het leven niet op, laten de arbeiders zien: je kunt altijd opnieuw beginnen met hulp van de vier elementen aarde, water, vuur en lucht.
‘Musea volgen de kunstenaars’, zegt Jongewaard enthousiast, ‘en sinds kort is de maatschappelijke betrokkenheid zelfs verankerd in de internationale definitie van wat een museum is.’
Ze doelt op de ‘ICOM-definitie’, een tekst waarover jaren is onderhandeld door de Internationale Raad van Musea (ICOM) als was het een clausule uit het VN-klimaatakkoord. Behalve dat musea een verantwoordelijkheid hebben voor het beheer en behoud van kunst en erfgoed, is er sinds 2022 ook het volgende in opgenomen: ‘Musea zijn openbaar, toegankelijk en inclusief en bevorderen diversiteit en duurzaamheid. Ze werken en communiceren ethisch, professioneel en met participatie van gemeenschappen.’
Het was een doorbraak in het denken, zegt Jongewaard. ‘In het verleden waren musea te veel ivoren torens. Nu is duidelijk dat we ons rekenschap dienen te geven van de wereld om ons heen.’
Het idee voor de landschapstentoonstelling Veranderland diende zich twee jaar geleden bijna vanzelf aan, nadat Jacqueline Grandjean haar intrek had genomen in de directeurskamer van Het Noordbrabants Museum. Opstandige boeren legden met brandende hooibalen de snelwegen stil in die mooie julidagen. Het ging er ruig aan toe tijdens de revolte van de omgekeerde vlaggen. Van de tractorblokkades van distributiecentra en van supermarkten tot het aan huis intimideren van de minister voor Natuur en Stikstof.
Als kennismaking met haar nieuwe werkplek dook Grandjean niet alleen in de collectie van meer dan dertigduizend prenten, schilderijen, munten, kledingstukken en andere objecten die van cultuurhistorisch belang zijn voor Noord-Brabant. Ze stapte ook op de fiets en trok de provincie in. Toen duurde het niet lang of het ging over de geitenziekte Q-koorts, de stank van de varkensstallen en het stikstofbeleid uit Den Haag – over de botsing van economie en natuur.
Ze stuitte op meer scheidslijnen. ‘Vroeger kwamen boeren elkaar tegen in de kroeg, maar na de kerk is ook het café verdwenen als common ground. Sommigen zijn biologisch gaan boeren, anderen hebben zich laten uitkopen. Praten doen ze niet zo makkelijk meer met elkaar. Daarom denk ik: laten we proberen van het museum een ontmoetingsplek te maken. Onze collectie en ons gebouw zijn van de provincie, en feitelijk dus van iedereen.’
Om de daad bij het woord te voegen nodigde Grandjean voor de opening van Veranderland ook Caroline van der Plas uit, partijleider van BBB en een van de architecten van het nieuwe, rechtse kabinet. ‘Het was een beetje ongemakkelijk: er waren natuurlijk mensen in het publiek die zich scheel ergeren aan haar opvattingen. Ik vond het wel stoer dat ze kwam, in haar eentje, en het gesprek aanging. Ze steunt natuurlijk de btw-verhoging naar 21 procent op kunst en cultuur. We hebben wel verteld dat een kunstenaar die het goed doet maar zo’n 18 duizend euro per jaar verdient. Dus dat het niet zo is dat kunstenaars in de elite zitten tegenover de boeren.’
Het pièce de résistance van Veranderland is de 60 minuten durende film De Gloeiige (2024) van Erik van Lieshout, die daar toevallig twee jaar geleden voor was teruggekeerd naar zijn Brabantse geboorteplaats Deurne. Dorpstumult over de plannen om een konijnenfokkerij te beginnen om uit die dieren grondstof te winnen voor antiserum tegen slangengif, was de aanleiding om met iedereen in de buurt in gesprek te gaan.
‘Hij bleek precies bezig te zijn met vragen over hoe we met het land en de natuur omgaan’, zegt Grandjean. ‘Ik ben met de conservatoren van het museum bij hem langsgegaan, toen hij nog bezig was. Op zijn eigen ontwapenende manier ging hij in gesprek met iedereen. We hebben de film ongezien aangekocht.’
In de losse vertelling vervlecht Van Lieshout de huis-tuin-en-keukengesprekjes met bewoners met elkaar. In dialect met ondertiteling gaat het over de stank van varkens, de inzet van pesticiden, de komst van asielzoekers en de steeds veranderende landbouwregels uit Den Haag.
Het duurt even voor je de verwachting loslaat die hoort bij het kijken naar een actualiteitenrubriek: wie is wie precies, wat is de chronologie en wie heeft er eigenlijk gelijk? Dan ontstaat er een verhaal zonder dwingende richting: ieder leeft op zijn eigen erf of in haar eigen rijtjeswoning in een eigen verhaal. Door de vrolijke montage blijf je naar alle losse eindjes kijken. Naar iedereen wordt geluisterd. Het is daarna bevrijdend dat er geen eindconclusie is.
Veranderland, Het Noordbrabants Museum, Den Bosch, t/m 27/10.
Point of View, Rijksmuseum, Amsterdam, t/m 1/9.
Really? Art and Knowledge in Time of Crisis, Framer Framed, Amsterdam t/m 29/9.
Dream On, Bonnefanten, Maastricht, t/m 30/3.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant