Pillenpotjes worden opgediept uit plastic tasjes op de stoep voor het Metropolitan Museum of Art. Zometeen zullen demonstranten die potjes in het museum in een waterpartij smijten, terwijl ze ‘Sacklers lie! People die!’ scanderen, terwijl een suppoost ontredderd tussen de demonstranten loopt en ‘dit mag niet’ mompelt. Zo begint All the Beauty and the Bloodshed, de documentaire over fotograaf Nan Goldin (dinsdagavond uitgezonden bij Het Uur van de Wolf), en over haar persoonlijke strijd tegen de opiatenfamilie Sackler. Die familie werd stinkend rijk dankzij de pijnstiller oxycodon, waaraan talloze Amerikanen verslaafd raakten – vaak met de dood tot gevolg.
Bij het zien van die suppoost moest ik aan minister David van Weel denken. Van Weel gaf maandag een interview in deze krant, waarin hij uitlegde wat hij van plan is op Justitie & Veiligheid. Er stonden confessies in om over na te denken. Neem: zijn weerzin tegen polarisatie. De grijstinten moesten terug, mensen moesten het op feestjes weer in alle ontspanning politiek met elkaar oneens kunnen zijn. Met die wens in dit kabinet plaatsnemen lijkt mij vergelijkbaar met een vegetariër die penningmeester wordt van de Vereniging van Keurslagers, maar goed: met het uitgangspunt kun je het niet oneens zijn. Of wel, maar dan in gemoedelijke grijstinten.
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Van Weel had ook enkele gedachten over het demonstratierecht. Dat zou hij willen inperken. Of nee, toch niet. Dezelfde dag benadrukte hij op Radio 1 een keer of twintig dat dat niet was wat hij had gezegd. Ben je mal. Hoe mensen daar bij het lezen van de zin ‘Ik wil kijken of we binnen het demonstratierecht grenzen kunnen stellen’ toch bij kwamen?! In feite ging het slechts om een verkapte oproep aan demonstranten zich te gedragen. Vriendelijk verzoek om leuk mee te doen. Grijstinten, ahoy. Als voorbeeld noemde de minister op de radio de vreedzame bijeenkomst dit weekend van Eritreeërs die demonstreerden tegen de dictatuur in hun land.
De ironie van dat voorbeeld ontging hem. Het zijn immers juist de demonstraties tegen de zittende macht, tegen de status quo, de demonstraties waar de politiek zich toe moet verhouden die voor gedoe zorgen. Zodra er voor of tegen een politiek gevoelig onderwerp wordt gedemonstreerd – dat klimaat nog steeds een politiek gevoelig onderwerp is, is gekmakend, maar goed – zijn het voornamelijk Van Weels collega’s bij wie de woorden ‘tuig’ en ‘schoonvegen’ en ‘oppakken’ vóór in de tweet bestorven liggen.
Zeg wat je wilt, zei Van Weel in feite, maar zeg het waar niemand je hoort. ‘Ik denk dat een groot deel van de bevolking dat prima zou vinden,’ voegde hij eraan toe. O ja, vast. En daar zit precies het probleem: afkalvende tolerantie van de meerderheid jegens mensen die niet tot die meerderheid behoren. Jegens mensen die hardnekkig zijn, ergerlijk principieel of krankzinnig opportunistisch, extreem lucide of lichtjes in de war. En daarmee ook: de politieke onverschilligheid voor alles wat niet prima gevonden wordt door de meerderheid. Als grijs de kleur van desinteresse blijkt, laat dan maar zitten.
Aan het eind van de Goldin-documentaire zit een fragment van een Zoom-hoorzitting, waarin leden van de Sackler-dynastie (digitaal) oog in oog staan met slachtoffers van hun ‘monumentale hebzucht’. Wanneer de afgrijselijke opname van een noodtelefoontje na een overdosis pillen wordt afgespeeld en vervolgens de ouders van de overleden jongen in beeld verschijnen, staart Richard Sackler uitdrukkingsloos naar zijn scherm. Maar je zíét dat hij luistert, écht luistert – en dat is soms al genoeg.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant